No future: Vinyl

Terwijl Willem van den Berg de VPRO in een punk-jasje stak, begon Max Kisman (van 1994-1996 de vaste VPRO-ontwerper) als art-director bij Vinyl. Dit maandelijkse muziektijdschrift draaide om post-punk muziek, beter bekend als Ultra. Binnenkort verschijnt het gelijknamig boek over deze stroming en ter gelegenheid daarvan is er ook een nieuw nummer gemaakt van Vinyl. Max Kisman zette zijn bioscooppromo uit 1985 van het blad online, met daarin bijdragen van verschillende animators: Jan Dietvorst, Gerrit van Dijk, Edu Kisman, Helga Kos, Henri Lucas, Peter Mertens, José Vonk en Kisman zelf.

No Future

Willem van den Berg, schetsboek Neon, 1979

Ondertussen bij de VPRO staat alles in het teken van de korte periode dat punk over Nederland raasde. 77-84 No Future is een gezamenlijk project van Holland Doc 24, Geschiedenis24.nl, 3VOOR12, VPRO, Lebowski Publishers en Centraal Museum Utrecht. De expositie in het Centraal Museum loopt van 2 maart tot 1 juni 2012. Geheel volgens de Do-It-Yourself punk-attitude kan je daar zelf fanzines stencilen en tv maken. Tijdens de themaweek op Holland Doc 24 (van 3 t/m 10 maart zijn reportages over en programma’s uit die jaren online gezet. Alle acht afleveringen van Neon bijvoorbeeld waar Willem van den Berg als vormgever bij betrokken was.

Neon ontstond in het Rotterdamse Lijnbaancentrum en werd gemaakt door een groep jonge mensen, waaronder Van den Berg die net van de kunstacademie kwam. De leader van de eerste aflevering bestaat uit een vijftal neonbuizen knipperend op het ritme van de muziek. Van den Berg: “Neonlicht was toen een belangrijk vormgevingselement, het hele programma zat daar vol mee. Neon was de straat. Reflecterend neon in nat wegdek. Dat was Rotterdam.”

Het programma kwam onder ogen van Roelof Kiers en die besloot dat de VPRO het uit moest gaan zenden. De vormgeving was uiteraard nogal onconventioneel; titelkaarten werden in brand gestoken, de montage was opzettelijk rommelig en van de geavanceerde technische faciliteiten van de NOS werd natuurlijk geen gebruik gemaakt. Van den Berg en de andere programmamakers werkten met de eenvoudigste middelen: video, kopieermachine, papier, schaar en spuitbus. Van den Berg: “In het begin was het echt onkunde omdat we geen ervaring hadden. Waren de politiehelmen oranje in plaats van blauw. Dat bezorgde de NOS-mensen waar we de tapes naar toe brachten wel grijze haren. Dan belde ze de VPRO op dat er helemaal niets van klopte. We waren lekker eigenwijs.” Titels van optredende bands worden op een Dymo lettertang gemaakt, of op een gescheurd papiertje in beeld geschoven.

Het programma werd door de pers opgemerkt. Het contrast met de vormgeving van Jaap Drupsteen, die sinds 1971 het gezicht van de VPRO bepaalde, was enorm. Van den Berg: “Niet iedereen vond het mooi. Roelof Kiers en Jan Blokker stonden er wel voor de volle 100% achter, ondanks dat het zo’n cultuuromslag was.” Als Drupsteen opstapt, vraagt Kiers Van den Berg hem op te volgen als VPRO-ontwerper.

Meer lezen, kijken & luisteren:

  • De acht afleveringen van Neon staan op Geschiedenis 24
  • 3voor12 luisterpaal met Nederlandse muziek uit 1977 – 1984: No Future luisterpaal
  • Floris Paalman beschreef de Rotterdamse filmgeschiedenis in Cinematic Rotterdam
  • Hoofdstuk over Willem van den Berg in mijn scriptie: ‘Een maatpakje voor de uitzendavond’ (PDF)
  • Als je die nog ergens kan vinden: de VPRO Gids van vorige week stond in het teken van No Future, online is nog een interview te lezen over de tentoonstelling in het Centraal Museum: God save the queen
  • Vanavond op Radio 6 bij De Avonden (21.00 – 23.00) een documentaire over punkblad Vinyl, kweekvijver van talent als Max Kisman en Stephen Emmer bijvoorbeeld.

Sonic Acts: Natural Time

Het avondprogramma van zaterdag begon met een aantal korte films. Met name Synchromy van Norman McLaren uit 1971 en Rectangles and Rectangles van René Jodoin uit 1984 vormden een mooi paar. Beide bestaande uit niet meer of minder dan gekleurde rechthoekige vlakken en zijn gebaseerd op zeer sterke concepten. Net als veel van de andere audiovisuele vertoningen op Sonic Acts zijn deze twee werken niet los te maken van hun oorspronkelijke dragers. McLaren buitte een van de mooie eigenschappen van celluloid uit, namelijk dat de geluidsporen zich op de filmrol bevinden (daarom lopen beeld en geluid bij film altijd synchroon). Hij kopieerde de geluidstrack en ‘componeerde’ daarmee de animatie. Beeld en geluid zijn dus niet alleen perfect synchroon, maar min of meer elkaars gelijke.

Jodoin werd op uitnodiging van McLaren lid van the National Film Board van Canada. Hoewel Jodoin Rectangles and Rectangles maakte nadat hij de NFB weer verlaten had, is de invloed van McLaren duidelijk zichtbaar. De animatie verschijnt als een agressief flikkerende combinatie van filmbeeld, lichtflitsen en kleurenfilters ondersteund door een bonkende beat. De schakelingen tussen licht/donker en film gaan met enorme snelheid en worden door een computer gestuurd. De hele installatie werd speciaal voor deze vertoning opgebouwd op het eerste balkon van de Paradiso. Het geratel dat de machine voortbracht gaf nog een extra dimensie aan de vertoning. De digitale versies van de NFB hieronder en boven zijn wat dat betreft natuurlijk maar vage, onvolledige impressies van deze films.

Ik hoorde iemand uit het publiek de films psychedelisch noemen. Dat zette me aan het denken. Want in feite zijn het beide uiterst rationele films. Met een minimum aan vormen en uitgewerkt met mathematische precisie zijn de werken verre van psychedelisch. Maar op de kijker hebben ze door de bijna stroboscopische flikkering wel die uitwerking.

Van Kooten & De Bie

Vanavond is de laatste uitzending Van Kooten & De Bie sloegen weer toe! (Ned 2 van 20:25 tot 21:20). Van Kooten en De Bie hebben in de bijna 40 jaar dat ze samen televisie maakten zo’n beetje alles wel geparodieerd. Ook televisievormgeving. Martin Roodnat vertelde me eind vorig jaar hoe grondig ze daarin te werk gingen:

In de tijd van Pixel Graphics [1987-1989] kwamen Kees van Kooten en Wim de Bie langs bij Willem [van den Berg] die daarvoor bij de VPRO had gewerkt. Ze gingen een nieuwe serie programma’s maken en ze vonden het wel interessant om een 3D titelanimatie te laten maken. Wij waren helemaal vereerd, maar vervolgens hoorden we maanden niets meer van ze. De eerste uitzending van het programma: we zien een zwart doek, piepschuim letters op stokjes en af en toe de handen van Van Kooten en De Bie die de letters laten bewegen. Hadden ze op hun eigen manier een 3D leader gemaakt. Heel erg grappig, wij moesten er erg om lachen.

Helaas staat dit clipje niet online, maar ik vond wel dit fragment van een paar jaar later. Ditmaal is er een aanslag gepleegd op de leader van het programma.

In het filmpje hieronder (uit Hadimassa?) moeten de omroep(st)er en de ledenwerving het ontgelden.

Er zullen vast nog tientallen andere sketches zijn waarin Van Kooten en De Bie televisievormgeving op de hak nemen. Laat het weten als je er eentje vindt!

Designed Realities – production designer Carol Spier

Zaterdag 28 februari organiseerde Stichting Premsela in het kader van het IFFR een gesprek tussen Timo de Rijk, professor van de leerstoel Design Cultures aan de VU en de Canadese production designer Carol Spier. Spier werkte veel samen met regisseur David Cronenberg, onder andere voor de films: Videodrome, Eastern Promises, History of Violence, eXistenz, Naked Lunch en The Fly.

De Rijk stelde in zijn oratie (2008) bij het aanvaarden van door Premsela geïnitieerde leerstoel dat de studie van design zich niet alleen moet richten op de avant-garde; ook het alledaagse en niet-veranderrijke ontwerp is de moeite waard. Een van zijn voorbeelden betrof de inrichting van Chinese restaurants in Nederland, zoals het voormalige-restaurant naast De Doelen waar het interview plaats vond. In een half afgebroken ‘decor’ van Chinese afdakjes, tussen afhaaltasjes met noodles en gelukskoekjes kwamen ongeveer 60 filmliefhebbers naar het interview kijken en luisteren.

De taken, verantwoordelijkheden en hierarschische positie van de production designer is in Amerikaanse filminductrie duidelijk gedefinieerd en afgebakend, onder andere door de strenge regels die de vakbonden bedongen. De production designer is een van de eerste mensen die een regisseur benadert, soms zelfs als er nog nauwelijks een script is. Samen met de regisseur en de cinematograaf (ook Director of Photography genoemd) beslist de production designer hoe de film er uit komt te zien. De production designer stuurt en coördineert onder andere de kostuummakers, make-up, decorontwerpers, rekwisiteurs, special effects afdeling en illustratoren. Hoe groter de film en het budget, hoe groter de afdelingen.

Naast een intieme samenwerking met de regisseur is met name de samenwerking met de cinematograaf – die aan het hoofd staat van belichters en cameracrew- cruciaal. Spier; ‘they can make or break your design’. Maar andersom geldt hetzelfde: de production designer kan het werk van de cinematograaf positief beïnvloeden door al in een vroege fase rekening te houden met het scheppen van lichtbronnen in de sets. Waar komen ramen, lampen, kaarsen of andere zogenaamde ‘practical lights’? Andere vragen die de production designer zich vroeg in het ontwerpproces moet stellen: Op welke locaties speelt de film zich af? Hoe kleden de hoofdpersonen zich? Hoe wonen ze?

Spier gaf ons een goed beeld van de werkwijze van David Cronenberg. Deze regisseur denkt en werkt heel sterk vanuit de personages. Dit visualiseren van de wereld van de personages in de film is extra belangrijk omdat Cronenberg zich op de set niet per se houdt aan het script. Er worden zelfs geen storyboards gemaakt. Hij stimuleert de acteurs zich te vereenzelvigen met hun personage en laat ze geregeld improviseren. Die manier van werken heeft zo zijn consequenties voor het ontwerpen van sets. Uit voorzorg worden die voor zijn films zo gemaakt dat er in 360 graden gefilmd kan worden. De vierde wand is niet altijd in beeld, maar ‘better safe than sorry’ is de gedachte, ook al zijn de productiekosten daardoor hoger.

Juist omdat de production designer zo in de hoofden van de personages en de regisseur moet gaan zitten, is een persoonlijke handtekening lastig te ontdekken. Één van De Rijks studenten Design Cultures vraagt naar Spiers persoonlijke smaak. Spier beschrijft haar huis: een vol en eclectisch interieur, met vreemde verzamelingen en props uit films. Maar soms moet een production designer iets doen wat tegen zijn of haar persoonlijke smaak ingaat. Sommige karakters vereisen volgens Spier ‘bad design’; de woning van een onaangenaam personage moet ook iets onaangenaams hebben. Het filmpersonage uit het script en de filmische visie van de regisseur zijn bepalender voor het beeld dan de smaak van de production designer. De production designer die de woning van een personage creëert is op dat moment misschien wel meer bezig met acteren dan met ontwerpen. Spier kruipt in hun huid en bedenkt tot in detail hoe kun leven er uitziet, tot en met de manier waarop ze hun tanden poetsen.

Technologie speelt in de films van Cronenberg vaak een grote rol. Maar die technologie ziet er behoorlijk anders uit dan de witte, cleane stijl die nu dankzij Apple de trend is, merkt De Rijk op. Die wereld creëert Cronenberg, zegt Spier, niet door te tekenen maar door hele treffende en beeldende beschrijvingen. Vervolgens aan haar de taak om op onderzoek uit te gaan. Zo beschreef ze het ontwerpproces van de verschillende ‘apparaten’ in eXistenz (1999). Eerst ging ze op zoek naar de meest angstaanjagende operatie-instumenten, -dat bleken die van tandheelkunde te zijn- en voor het organische werd gekeken naar botten. Hieruit ontstonden samensmeltingen die zo goed werkten dat ze ook op het film affiche prijken. Spier heeft een voorkeur voor fantastische films; ‘het is expressiever, je kunt wat meer overdrijven en jouw versie van de werkelijkheid laten zien’. Het werken met regisseurs als Guillermo del Toro en Cronenberg, hoewel ze veel verschillen, bevalt haar om die reden goed; ze hebben een sterke eigen visie en zijn niet mainstream, ‘not boring’.

Stichting Premsela en De Rijk deden met dit interview een goede poging de blik van designhistorici te richten op andere disciplines dan grafisch ontwerp en architectuur. Production design als onderdeel van populaire cultuur is een interessant nieuw onderzoeksgebied waarbij onderzoeksmethodes uit de traditionele kunstgeschiedenis gecombineerd zullen moeten worden met methodes uit het recentere Media-studies.

Grafisch geluk 5: Frans Schupp

Vandaag organiseert Museum Hilversum een symposium naar aanleiding van de tentoonstelling Grafisch Geluk. Voor degenen die er niet bij zijn; ik zal hier binnenkort verslag uitbrengen van de presentatie van Jaap Drupsteen en van de andere sprekers vandaag (waaronder Carolien Glazenburg van het Stedelijk Museum, kunstenaar Jonas Staal en Felix Janssen van Total Identity – volledige programma).

Maar voor vandaag wil ik graag nogmaals de aandacht vestigen Frans Schupp wiens werk ook in de tentoonstelling te zien is. Schupp schonk in april tijdens de boekpresentatie zijn privé archief aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Tijdens het inventariseren en registeren kwam ik niet alleen mooie ontwerpen tegen (storyboards, titelkaarten, schetsen, enzovoorts), maar ook documentatie over die ontwerpen. Zo bewaarde Schupp een brief van de VARA, waarin ze opnieuw ‘verbindings-filmpjes’ bestellen voor hun zondagavonduitzendingen in 1983 (zie de video hierboven).

Dit soort documentatie-materiaal is op twee manieren interessant. Het vertelt ons iets over het werkproces en de relatie tussen opdrachtgever en ontwerper. En het geeft informatie over de huisstijl van de opdrachtgever, de VARA in dit geval. Hoewel de VARA-haan van Swip Stolk al een tijd van het televisiescherm was verdwenen – wegens té arrogant, te protserig, te mannelijk, enzovoorts – stond hij in 1983 nog wel op het briefpapier. Een kwestie van zuunigheid?

Labyrinth

Nieuwe mogelijkheden voor vormgeving zijn altijd bepalend voor modegrillen in de vormgeving zelf. Als in de jaren zeventig en tachtig een computer staat voor futuristisch en modern, krijgt veel tv-vormgeving bewust een computeruitstraling. Ultiem voorbeeld hiervan is het VARA-spelletje Labyrinth. Gebaseerd op het computerspelletje Pacman, moeten finalisten door een virtueel Pacman-doolhof struinen, op weg naar de hoofdprijs. In de leader gemaakt door Kal Beerends in 1987 zit een Pacmannetje presentator Peter Jan Rens achterna.

(Ook in de leader van Chips die je niet kunt eten van Theo Dijkslag op de Atari, zagen we pacman.)

Ekseption

Vandaag werd in de Top2000 het nummer ‘Sabre dance’ van de Nederlandse symfonische rockband Ekseption gedraaid. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid wijst ons via Twitter naar een item uit het Polygoonjournaal uit 1980. We zien een optreden van de band in Oostenrijk. Bijzonder detail: het optreden is aangekleed met elektronisch gegenereerde animaties. Op Nederland 1 en 2 waren in de jaren tachtig ook soortgelijke animaties te zien tussen de reclameblokken in (bijvoorbeeld in dit reclameblok).

Vrijzinnige vormgeving: 85 jaar VPRO Gids covers

Op Vormvanvermaak.nl had ik al een reeks berichten over de VPRO geplaatst (vorm van de VPRO) naar aanleiding van het verschijnen van het prachtige naslagwerk van 85 jaar VPRO Gids covers (samengesteld door Piet Schreuders en Beate Wegloop).

Nu staat ook mijn recensie online op Designgeschiedenis.nl. Ik heb natuurlijk gekeken naar het boek zelf, maar ook naar de vormgeving van de VPRO Gids ten opzichte van andere omroepgidsen en de relatie tussen programmagids, televisie en huisstijl bij de VPRO.

Lees de recensie ‘Vrijzinnige vormgeving’ en bestel het boek bij uw boekhandel of de VPRO webwinkel.

Chips die je niet kunt eten

Chips die je niet kunt eten , dat zijn natuurlijk microchips in de computer. Maar het is ook de titel van een educatief tv-programma voor jongeren over het gebruik van de computer, wekelijks uitgezonden in het eerste half jaar van 1986. Presentatoren Liesbeth Holstvoogd en Gerard Sonder praten in de studio met jongeren die zelf computerprogramma´s schrijven en geven les in programmeertaal BASIC.

Theo Dijkslag, destijds een van de ontwerpers van NOS grafisch ontwerp, maakt de leader voor het programma op een Atari 600XL. “De regisseur kwam naar me toe met een computer en zei: “probeer hier maar eens iets op te maken” en gaf het ding mee naar huis. Ik heb toen thuis, in zo’n 6 weken, zo tussen de bedrijven door, stap voor stap deze leader geprogrammeerd. Ik heb me er wel mee vermaakt die winter, het was leuk om te doen”, aldus Dijkslag.

Het is voor Dijkslag een bijzondere leader omdat hij voor het eerst zelf, zonder dat er een camera aan te pas komt, bewegend beeld kan ontwerpen. Met de Atari kan hij direct het beeld manipuleren zonder tussenkomst van operator of editor: “je voerde de codes in en je zag gelijk het resultaat”. Alleen voor het ‘happertje’ dat de tekst ‘opeet’ wordt een editor ingeschakeld. Het ‘happertje’ komt natuurlijk uit Pac-man, een van de populairste Arcade spellen uit de jaren tachtig. Een aantal letters zijn heel mathematisch opgebouwd, bijna als een tabel. Dijkslag: “maar ik heb toch ook geprobeerd om niet te dicht op het computer-idioom te blijven zitten door de ‘s’ echt als een schrijfletter weer te geven bijvoorbeeld. Anders wordt het zo stijf.”

De regisseur van het programma, Fred van der Bosch, gebruikt de leader creatief: elke aflevering hebben de achtergrond en/of de grijze delen een andere kleurtje. En die kleuren worden vervolgens ook geprojecteerd op de driedimensionale decorelementen, ontworpen door Kris Zdzienicki.

Dijkslag mag de Atari XL houden, maar geeft hem toch maar terug: “Ondertussen deed de nieuwste Amiga met grafische interface en muis zijn intree. Dat werkte veel makkelijker en simpeler, de Atari was toch wel abstract om mee te werken.”