Goed nieuws voor de liefhebbers van filmtitelsequenties: deze week verscheen een monografie over Saul Bass (1920-1996). Op de cover prijkt de arm uit een van de zijn bewegende ontwerpen waarmee het het vak verandert in de jaren vijftig, hieronder de complete sequentie. Naast filmtitelsequenties ontwerpt hij logo’s en huisstijlen voor bedrijven, maakt samen met zijn vrouw Elaine Bass korte films waaronder de Oscar winnende korte film Why man creates in 1968. Een groot oeuvre en het boek bevat daarom ook meer dan 1.400 afbeeldingen.
Geschreven door Pat Kirkham en vormgeven door Jennifer Bass, de dochter van Saul en Elaine. Verkrijgbaar via Amazon.
Afgelopen donderdag sprak Jaap Drupsteen in Museum Hilversum naar aanleiding van de tentoonstelling Grafisch Geluk. Hij was ruim twee uur aan het woord, maar zoals hij zelf al aangaf: dat zou hij gemakkelijk twee dagen vol kunnen houden. Want hij heeft de afgelopen 47(!) jaar niet stilgezeten. Sinds 1964 werkzaam op de grafische afdeling bij de Nederlandse Televisie Stichting, na een jaartje bij Tel Design, zo’n 8 jaar huisontwerper bij de VPRO. Sindsdien: televisievormgever, regisseur, ontwerper van bedrijfsfilms en reclame, grafisch ontwerper van postzegels, jaarverslagen, bankbiljetten, paspoort. Drupsteen is VJ bij technofeesten, heeft een eigen jazz-combo opgericht en verzorgt visuals bij uitvoeringen van moderne componisten als Jacob ter Veldhuis, hij doet aan videomapping bij orgelconcerten en steeds vaker componeert hij zelf de muziek onder zijn visualisaties.
VPRO stationcall van Jaap Drupsteen uit 1979
Een enorm veelzijdig oeuvre waar wel een duidelijke lijn in is te ontdekken, namelijk die van de muziek. Geluid en muziek speelden al een grote rol in de VPRO stationcalls. In de reeks die hij in 1979 maakte, koppelde hij de elektronische geluidsimpulsen aan de video-apparatuur. De muziek manipuleerde hier dus rechtstreeks het beeld. De jaren daarop perfectioneerde Drupsteen deze koppeling van geluid en beeld met behulp van computertechnieken tot uiterste perfectie. Bijvoorbeeld in onderstaande leader en bumpers voor kunstprogramma Nederland C (NOS, 1986) waar het lijkt of het beeld de muziek maakt, of andersom, een perfecte symbiose. Een probleem bij het creëren van zo’n symbiose is het afstemmen van de twee ritmes: muziek houdt zich immers niet aan het ritme van 24 beeldjes per seconde waaruit het bewegend beeld is opgebouwd. Ook daar vond Drupsteen een oplossing voor.
Drupsteen liet verder enkele fragmenten zien van zijn meest recente project: video-mappings op orgels bij concerten van Aart Bergwerff. Drupsteen stelt dat orgelconcerten visueel nogal saai zijn. De organist zelf is niet te zien en het publiek kijkt het hele concert naar een orgel dat niet beweegt. Drupsteen ontwerpt abstracte animaties die precies de vorm van het orgel en de muziek die daarop gespeeld wordt, volgt. De animatie wordt geprojecteerd op het orgel en de vertekeningen die ontstaan door de driedimensionale vormen van de orgelpijpen, ornamenten en lijsten voegen weer een extra laag van beweging en complexiteit toe aan het eindresultaat. De timing van muziek en beeld is hier niet gestuurd door de computer. Bergwerff speelt het stuk in op een synthesizer, op basis daarvan ontwerpt Drupsteen de animatie en wordt een een zogenaamde ‘click-track’ gemaakt. Die ‘click-track’ speelt in het oortje van de organist, zodat het tempo van projectie en muziekstuk bij de uitvoering kloppen. Maar, Drupsteen kan de animatie live nog een klein beetje vertragen of versnellen, mocht dat nodig zijn. Extra moeilijkheidsgraad: de organist ziet de projectie niet.
Meer fragmenten van video-mappings op orgels zijn te zien op de site van Drupsteen.
Ander bijzonder beeldmateriaal waar Drupsteen over vertelde waren de visualisaties van Three Plays van Gertrude Stein. Deze werden gemaakt naar een idee van Wilbert Bank, op muziek gezet door Fay Lovsky en in beeld gebracht door Drupsteen. Gemaakt in het kielzog van The Flood (NOS 1985), de televisieopera van Igor Stravinsky waar Bank als dramaturg en Drupsteen als regisseur/vormgever samenwerkte (hun eerste samenwerking was overigens al in 1972 bij de verfilming van Woyzeck hij de VPRO). Omdat The Flood een prestigieuze Prix Italia won in 1987, kregen ze de middelen bij elkaar voor dit volgende project. Helaas was de glorietijd van het spectaculaire televisiegenre muziektheater voorbij, ook regisseurs als Wilhemina Hoedeman en Bob Rooyens kregen nauwelijks meer een voet tussen de deur bij de Nederlandse televisie. Of misschien lag het aan de controversie rond het werk van Gertrude Stein dat de productie nooit in Nederland is uitgezonden. Gelukkig heeft Drupsteen deze productie in drie delen online gezet want de combinatie van de teksten van Stein, de muziek en stemmen door Fay Lovsky, kostuums, decors, regie en effecten vormen een intrigerend en wonderlijk geheel.
Jaap Drupsteen drukt de aftiteling voor Zo is het toevallig... (VARA), omstreeks 1964, bron: VARA archief
Maar om nog even terug te komen op muziek: Drupsteen is zelf ook aan het componeren geslagen. Toen hij al 22-jarige jongeman bij de NTS begon, was hij eigenlijk meer geïnteresseerd in muziek dan in het drukken van titelrollen. Als jazz muzikant was hij gefascineerd door de experimentele free-jazz die rond die tijd ontstond in de Verenigde Staten. Met pop muziek en de Beatles had hij niet zoveel, vandaar ook het bijna kaal geknipte koppie op de foto rechts. De free-jazz leidde naar David Bowie en zo rond 1984 maakt Drupsteen voor het eerst zelf muziek op de computer. Een fragment uit zijn laatste compositie, getiteld Emma cries for help met visuals van hemzelf en 33 1/3 collectiveis hieronder te zien.
Met zoveel interessant en mooi werk kan inderdaad gemakkelijk een week of wat gevuld worden. En ook na de presentatie werd er nog uitgebreid nagepraat over het hoe en wat van wat hij ons allemaal voorschotelde. Liefhebbers van zijn werk kunnen gelukkig al op 25 november weer terecht in Zwolle bij het BeeldBuis festival.
De AVRO besteedt deze week veel aandacht aan design in het kader van de Dutch Design Week Eindhoven. En omdat Museum Hilversum afgelopen weekend de deuren opende van de tentoonstelling Grafisch Geluk – met daarin één etage geheel gewijd aan grafisch ontwerp voor televisie – werd er ook een reportage gemaakt over omroepdesign.
Willem van den Berg laat daarin zien hoe hij begin jaren zeventig thuis op zijn zolder de VPRO-vormgeving maakte; met behulp van (dia)projectoren, kleurenfilters, glas, karton, dia’s en wat er al dan niet van nut zou kunnen zijn om de boel te laten bewegen: gordijnrails, de ijsmachine van zijn vrouw. Frans Schupp vertelt over zijn tijd als ontwerper van het legendarische programma TopPop. Danielle Bremer, de maker van de reportage, haalde daarvoor prachtige beeldfragmenten uit het archief van Beeld en Geluid. Oja, ik kom aan het begin van het filmpje even in beeld om iets te vertellen over tv-vormgeving in de prille jaren van de Nederlandse televisie. Nou ja, gaat dat zien zou ik zeggen op het AVRO Kunst portal en laat weten wat je ervan vindt…
In verband met het verschijnen van het VPRO Gids Covers-boek duiken we in deze zomerserie in de geschiedenis van de VPRO-(televisie)ontwerpers
het VPRO logo in 3D door Willem van den Berg
Omstreeks 1986 komt er een nieuwe ontwerpcomputer op de markt: de Cubicomp. Een echte 3D ontwerp computer. De VPRO is de eerste klant in Nederland en koopt de computer voor Willem van den Berg. Omdat hij op dat moment een van de weinigen ontwerpers is die hier bedreven in is, komt hij al snel om in het werk. Bedrijven, onderwijs, reclamemakers, iedereen wil 3D animatie. En er blijft steeds minder tijd over voor de VPRO. De wegen scheiden en de VPRO moet op zoek naar een vervanger.
Die vervanger wordt gevonden in Bob Takes. Hij werkt in 1982 voor het eerst voor de VPRO als een van de makers van het reportage-programma BGTV. Bob Takes maakt samen met Michiel Romeyn een aantal minimalistische en grappige bumpertjes. En daarna werkt hij als redacteur mee aan muziekprogramma Hotel Suburbia. Takes is opgeleid als grafisch ontwerper en toont veel interesse voor ontwerpen op de computer en bewegende vormgeving en zodoende is hij de logische opvolger van Van den Berg. Maar Takes is niet zo gecharmeerd van wat hij op televisie ziet aan 3D animatie. Geïnspireerd op commercieel Amerikaanse voorbeelden komen er uit de Cubicomp meestal metaal-achtige, glimmende logo’s die door de ruimte draaien en vliegen. Die beeldtaal wordt voor een deel opgelegd door de mogelijkheden en beperkingen van de computer, maar is in die jaren vooral dé trend. Takes laat met zijn VPRO-vormgeving zien dat het ook anders kan.
Witte achtergronden dus, in plaats van het zwart dat sinds de storingskaartjes uit de jaren vijftig de standaard is. Veel ambachtelijke grafische elementen: verfspatten, potlood, inkt en krijt, uitgeknipte illustraties, pictogrammen, karton. Maar wel in combinatie met 3 dimensionale vormen. Een van de bekendste afsluiters is die met het wuivende handje, met de eindtune gefloten door Jan Tromp.
Van de vier VPRO-ontwerpers werkt Takes het langste bij de VPRO, van 1986 tot 1992 en van 1997 tot 2004. Net als Willem van den Berg maakt hij van elke VPRO televisieavond iets bijzonders. Met regelmatig nieuwe openingsfilmpjes, afsluiters en verbindende animaties waarover Cor Galis de aankondigingen inspreekt. Maar Takes gaat ook, op verzoek van Roelof Kiers, voor de VPRO-programma’s de vormgeving verzorgen. De autonome types bij de VPRO zijn het daar niet altijd mee eens, maar Kiers was stellig en antwoordde dan: “zorg jij maar dat je programma goed is, dan zorgt Bob dat de avond goed is”. Takes is als ontwerper ook betrokken bij de ledenwerfcampagne van Boudewijn Paans (hoofdredacteur van Vrije Geluiden) “Stop de verloedering” die van de VPRO eindelijk een A-omroep maakt in 1991.
Takes gaat in 1992 rond de wereld zeilen, maar eerst neemt hij een paar maanden de tijd om de nieuwe VPRO-ontwerper in de werken. Die nieuwe ontwerper is Max Kisman. En daarover volgende week meer.
In verband met het verschijnen van het VPRO Gids Covers-boek duiken we in deze zomerserie in de geschiedenis van de VPRO-(televisie)ontwerpers
Willem van den Bergs audiovisuele carrière start in Rotterdam. Eind jaren zeventig werkt hij mee aan het anarchistische jongerenprogramma Neon. Net als de punk-fanzines van die tijd is het programma opzettelijk amateuristisch in elkaar gezet en dat geldt ook voor de vormgeving. En het mag ook best choqueren: titelkaarten vliegen in brand, tussentitels worden met een spuitbus op de muur geschreven, een beetje storing of een rommelige montage zijn geen probleem en er zijn natuurlijk veel fotocollages in beeld. Vooral die laatsten doen denken aan de beginjaren van televisiegraphics toen de toneelmeester met schuifjes en ijzerdraadjes de “animatie” tot leven bracht. (Zie bijvoorbeeld de prachtige Swiebertje schuiftitel van Frans Lasès of de schuiftitels van Jos van Grieken op dit blog)
Het punkprogramma valt in de smaak bij Roelof Kiers die bij de VPRO op zoek is naar nieuwe, jonge programmamakers. En ook het ledenbestand mag van hem wel wat jonge aanwas krijgen. Van den Berg krijgt dan ook de vraag om ledenwerfspots te maken voor na de Neon uitzendingen op de VPRO televisieavond. De spotjes hebben het gewenste effect, maar de nieuwe koers die Kiers in gedachten heeft voor de VPRO valt niet bij iedereen goed. De programma-makers die school maakten in de jaren zeventig verlaten de omroepvereniging. Jaap Drupsteen is een van hen. Kiers ziet in Van den Berg een goede opvolger, het enorme contrast in technieken en beeldtaal laat goed zien dat de VPRO met de tijd mee gaat.
Van den Berg is de jaren daarna de vaste VPRO vormgever. Drupsteen maakte in de loop van de jaren zeventig zo’n 80 verschillende signalen die elk hun eigen toon of sfeer neer moesten zetten voor het daarna volgend programma. Van den Berg’s vormgeving gaat verder. De ontwerper schuift aan bij de programmabespreking op maandag, werkt de rest van de week thuis op zij zolder en schuur met projectoren, dia’s, lampen, gordijnrails en zelf de ijsmachine van zijn vrouw aan de stationcalls en programmaintro’s. Aan het eind van de week komt er een camerawagen langs die alles opneemt. Elke zondagavond heeft zo een op maat gemaakte vormgeving. Ook de rol van de eindregisseur, Fred van Dijk is daardoor groot. Hij zorgt bovendien vaak voor de muziek bij Van den Bergs werk. Het is zijn verdienste dat de VPRO tot op heden herkenbaar is aan de intro van ELO’s “Here is the news”.
De ledenwerfspots worden een standaard onderdeel van de VPRO televisieavond. Van den Berg maakt er tientallen, meestal met een hoofdrol voor het bekende PTT draaischijf-model (T65) en uiteraard passen ze bij de programma’s van die avond. Een zingend marsmannetje op de science-fiction thema avond en sm met telefoonsnoeren na een programma over pornografie, het kan allemaal bij de VPRO.
Piet Schreuders en Beate Wegloop, art directors bij de VPRO gids hebben een overzichtswerk uitgebracht over alle prachtige covers die de afgelopen 85 jaar voorbij kwamen. Van de voorpagina vol met reclame (heel gebruikelijk in de jaren 20 en 30) tot de prijswinnende ontwerpen van nu. Onder de ontwerpers in het boek zitten ook veel televisieontwerpers van de NOS: Hans de Cocq, Will Bakker, Frans Lasès, Kal Beerends, Monique Korteweg, Rob van den Berg, Arie Teunissen en natuurlijk ook de VPRO-televisieontwerpers; Jaap Drupsteen, Willem van den Berg, Bob Takes en Max Kisman.
Viola Lindner van het NRC sloot afgelopen week haar recensie over het boek en de tentoonstelling af met: “Mist er dan nog iets? Misschien de animaties [..] Misschien een onderwerp voor de 90ste verjaardagsviering?” Een goede suggestie Viola! Hieronder alvast een YouTube speellijst met zo’n 37 filmpjes, oftewel 18 minuten VPRO-plezier.
De komende weken besteden we op deze site extra aandacht aan de televisievormgeving van de VPRO, houd de site dus in de gaten!
1984 was een belangrijk jaar voor televisievormgeving. De eerste digitale animatie systemen doen hun entree in Nederland. Een van die systemen is Antics Studio. Dit systeem, ontworpen door animator Alan Kitching bestaat eigenlijk uit een serie apparatuur. Op onderstaande foto zijn van links naar rechts te zien:
hardcopie apparaat om lijntekeningen en effectenstapelingen uit te printen (zie bijvoorbeeld deze print van de Teleac leader die bij Antics Studio is gemaakt)
instructie / programmeer scherm waar de animatie ontworpen wordt
constructie en lijntest scherm, dit scherm laat de ‘schets’ fase zien
kleurenscherm voor het artwork en het uiteindelijke (1/25ste) beeldje dat opgenomen moet worden
de BCN 1 inch broadcast video spoelen recorder waar de beeldjes één voor één op gezet worden en
de single frame controller waarmee om het half uur of 3 kwartier één knopje werd ingedrukt om één uitgerenderd beeldje op te nemen.
niet op de foto staat de computer zelf, deze (afmetingen 4 x 1,5 x 1,5m) staat in het souterrain te razen.
Antics Studio in Amsterdam 1984
Antics Studio wordt naar Nederland gehaald door Eric Racké. Hij heeft al een paar jongens vers van de academie aangenomen: Gijs Bannenberg (operator/programmeur), Jeroen Buys, Adriaan Lokman en Léon Wennekes. Robin Noorda, in 1984 al enkele jaren free-lancer bij NOS grafisch ontwerp, meldt zich met portfolio onder de arm nadat er een krantenartikel over Antics verschijnt. Het team is compleet en er wordt hard gewerkt. De ontwerpers en operators werken direct voor klanten of voor andere ontwerpbureaus zoals NOS grafisch ontwerp. Klanten komen uit de televisiewereld, maar ook uit het bedrijfsleven en de wetenschap. De vraag is groot en de computer in het souterrain staat dag en nacht te renderen.
Antics Studio brochure, ca 1984 (doorklikken voor een grotere versie)
Het mooie aan Antics Studio is dat het een groot deel van het werk van een animator overneemt. Waar voorheen de animator zelf met de hand 25 beeldjes per seconden tekende, hoeft hij/zij nu maar enkele frames aan te leveren en berekent de computer alle tussenstappen. Antics Studio kan gebruikt worden voor driedimensionale animatie, de bekende geometrische Teleac-leader van Theo Dijkslag (NOS grafisch ontwerp) is bijvoorbeeld op Antics gemaakt. Maar het systeem is vooral bedoeld voor klassieke twee-dimensionale animatie, zoals de gestreepte Journaal-leader van Will Bakker (NOS grafisch ontwerp) en een Toppop-leader van Adriaan Lokman (Antics Studio). Eigenlijk liet iedereen die in 1984 iets nieuws wilde het maken met behulp van Antics Studio.
Helaas heeft het systeem ook een beperking; het duurt lang voordat de computer één beeldje uitgerekend heeft. Die tijd kan niet korter en dus is de productie beperkt, ondanks dat de computer dag en nacht benut wordt. De opbrengsten zijn niet genoeg om de investeringen en de overhead terug te verdienen en Antics Studio gaat failliet. Andere digitale systemen en animatiecomputers staan klaar om de markt te bedienen. Productie bedrijven schieten als paddestoelen uit de grond. Operators en ontwerpers met gevoel voor techniek zitten niet om werk verlegen. Wennekes, Buys, Noorda en Lokman (vlnr op de foto) starten voor zichzelf. Morphosis wordt een productiebedrijf zonder faciliteiten; benodigde apparatuur werd gehuurd. Dat was de les die ze van Antics’ faillissement leerden: wordt geen slaaf van je machine.
groepsfoto gemaakt bij de oprichting van Morphosis in 1986: vlnr Léon Wennekes, Jeroen Buys, Robin Noorda, Adriaan Lokman
Nog even wat extra aandacht voor Frans Schupp zo vlak voor het symposium en de boekpresentatie vandaag bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.
Schupp schenkt zijn collectie ontwerpen aan het instituut. Die schenking en een aantal van de Toppop maquettes (en nog veel meer Toppop-ontwerpen) zijn vandaag te zien in het atrium bij Beeld en Geluid. Maar ook de storyboards en orginele cels van de KRO-stationcalls uit 1974 en de VARA pauze animaties uit 1982. En nog veel meer: van geïllustreerde titelkaarten uit de zwart-wit periode tot storyboards voor moderne 3d computeranimaties. Schupps werk omspant immers meer dan 30 jaar en er is in die periode wel het een en ander veranderd in de televisiewereld. Een bijzondere schenking dus waar Beeld en Geluid erg blij mee is. Op het symposium is een selectie uit deze schenking te bewonderen voordat het werk veilig in de depots opgeborgen wordt. (Vrij toegankelijk, ook voor bezoekers die niet naar het symposium en boekpresentatie komen!)
Maar er gaat natuurlijk niets boven bewegend beeld; Op YouTube zijn genoeg kleine fragmentjes van Schupps werk te vinden voor de mensen die vandaag niet komen. Bijvoorbeeld deze uit de serie stationcalls voor de KRO uit 1974.
De ruitjesvorm -geïnspireerd door het hekwerk op het Sint Pietersplein- bleven telkens op een frisse manier terugkomen tot 1989. Bijvoorbeeld in onderstaande bumpers uit 1976 en 1984.
Bezoek de Beeldengeluidwiki.nl voor een uitgebreider overzicht van Frans Schupp of de KRO-televisievormgeving. En last but not least, Schupps werk is natuurlijk ook terug te vinden in het boek Vorm van vermaak dat vandaag gepresenteerd wordt.
Wat nu precies de allereerste 3D computer animatie op de Nederlandse televisie was, daar zijn we nog niet helemaal achter. Het ligt ook vooral aan hoe je het allemaal precies definieert. Die van Teleac hiernaast is in ieder geval de eerste geheel digitaal gemaakte 3D stationcall.
Het maken van zo´n animatie is in 1985 een nogal kostbare en langdurige aangelegenheid. Het is dus belangrijk dat het in één keer goed gaat. Theo Dijkslag van NOS Grafisch ontwerp maakt voor deze Teleac stationcall natuurlijk eerst schetsen en een storyboard. Maar hij laat ook een maquette maken van gekleurd perspex om te laten zien hoe de beweging er uit komt te zien, iets wat op papier lastig is om te laten zien met deze ingewikkelde geometrische vormen. Daarna worden bij Antics Studio de driedimensionale objecten en hun posities op de assen ingevoerd in de computer. Tussentijds worden er enkele van dit soort printjes uitgedraaid. Klopt het allemaal wel, ziet het er goed uit?
Dan kan het zware rekenwerk voor de computer beginnen, objecten krijgen nu hun textuur en het geheel wordt belicht. Na enkele dagen rekenen zijn alle beeldjes (25 per seconde) klaar en opgenomen op een BCN tape (professionele videoband). Klaar voor uitzending.
Er wordt nu wel eens lacherig terug gekeken op de eerste 3D computeranimaties. Niet alles heeft de tand des tijd even goed doorstaan. Deze stationcall heeft dat wel. Dijkslag heeft de computer namelijk iets laten doen waar de computer bij uitstek goed in is: rekenen. Voor een mens is het behoorlijk lastig om de geometrische vormen precies kloppend en in perspectief te laten bewegen en draaien, een gigantisch teken- en rekenwerk. Voor de computer een makkie.
Deze bijzondere pauze-video-animaties van Frans Schupp waren er bijna niet meer. In 1982 gaat de VARA af en toe op de zondagavond uitzenden, wat normaal gesproken de vaste VPRO-avond is. De VARA wil wel de sfeer van de VPRO-uitzendingen vasthouden; dus veel aandacht voor kunst en cultuur in de programma’s én in de presentatie van de avond. Niet de omroepster in beeld maar videografische kunstwerkjes zoals Jaap Drupsteen die in de jaren zeventig voor de VPRO maakte.
De opdracht gaat naar NOS Grafisch ontwerp en men kiest voor de storyboards van Frans Schupp. Die worden door Robin Noorda, in 1982 stagiair van Schupp, uitgewerkt tot deze animaties op muziek van Erik Satie. De uitzendbanden zijn per ongeluk gewist. Er bestond tot voor kort alleen nog een VHS-kopie van zeer slechte kwaliteit. Noorda, inmiddels gelauwerd animator, digitaliseerde en restaureerde deze kopie zodat wij 30 jaar na dato opnieuw kunnen genieten van deze bewegende kunstwerkjes.