Er zijn op het blog al een aantal leuke leaders langsgekomen uit de jaren tachtig waarin de draak wordt gestoken met de 3D animatie techniek die dan populair is. Zo knutselden Van Kooten en De Bie voor hun programmaleader 3D letters van piepschuim. Bob Takes deed iets soortgelijks met uitgeknipte letters voor VPRO’s BGTV in 1982. Ook Theo Dijkslag, verantwoordelijk voor de eerste ‘echte’ 3D stationcall op de Nederlandse televisie (die voor de TELEAC in 1985) deed het. In 1986 maakte hij deze leuke leader voor Club Veronica Clips, een slapstick uitvoering van de 3D flying logo trend.
Sexy graphics: Veronica
De leader voor VARA’s Open en bloot (1974) kwam al eerder aan bod op het blog. Geïnspireerd door het ‘blote meisjes’- alfabet van Anthon Beeke maakte Hans de Cocq een programmaleader waarin de lichamen van mannen, vrouwen en kinderen de titel van het programma vormen. De Open en bloot leader had niet de intentie om de kijker seksueel te prikkelen, het ging immers om een bloedserieus -maar openhartig- voorlichtingsprogramma. Bij Veronica lag dat midden jaren negentig ietsjes anders.

Halverwege de jaren negentig stapte Veronica uit het publieke bestel en dan gaan de remmen goed los. Veel pruilende lippen, close-ups van borsten en ook de vrouwelijke kijker wordt getrakteerd op sportschooltorso´s en smeulende blikken. Het wordt gelukkig allemaal lekker vet aangezet: een ’50 ft woman’ die een man verpletter met een kus en de twee natgegooide halfnaakte mannen kunnen er zelf ook wel om lachen. Leuk is ook de verwijzing naar Beeke’s alfabet, de dames zijn niet bloot maar in vrolijk gekleurde zwempakjes. Het pakket is supercommercieel, maar wel perfect uitgevoerd. Vergelijk het bijvoorbeeld maar eens met het pakket van seizoen 1994/1995.

Natuurlijk is die nadruk op lichamen weinig verheffend, maar dat verwacht je ook niet van een omroep die bekend wil staan als jong en wild. Het feit dat zowel mannen als vrouwen in deze stationcalls als lustobject neergezet worden, is verfrissend. De makers hebben hun best gedaan om de juiste mix te vinden van sex, humor en clichés en mijns inziens is dat ze behoorlijk goed gelukt.
No future: Vinyl
Terwijl Willem van den Berg de VPRO in een punk-jasje stak, begon Max Kisman (van 1994-1996 de vaste VPRO-ontwerper) als art-director bij Vinyl. Dit maandelijkse muziektijdschrift draaide om post-punk muziek, beter bekend als Ultra. Binnenkort verschijnt het gelijknamig boek over deze stroming en ter gelegenheid daarvan is er ook een nieuw nummer gemaakt van Vinyl. Max Kisman zette zijn bioscooppromo uit 1985 van het blad online, met daarin bijdragen van verschillende animators: Jan Dietvorst, Gerrit van Dijk, Edu Kisman, Helga Kos, Henri Lucas, Peter Mertens, José Vonk en Kisman zelf.
No Future

Willem van den Berg, schetsboek Neon, 1979
Ondertussen bij de VPRO staat alles in het teken van de korte periode dat punk over Nederland raasde. 77-84 No Future is een gezamenlijk project van Holland Doc 24, Geschiedenis24.nl, 3VOOR12, VPRO, Lebowski Publishers en Centraal Museum Utrecht. De expositie in het Centraal Museum loopt van 2 maart tot 1 juni 2012. Geheel volgens de Do-It-Yourself punk-attitude kan je daar zelf fanzines stencilen en tv maken. Tijdens de themaweek op Holland Doc 24 (van 3 t/m 10 maart zijn reportages over en programma’s uit die jaren online gezet. Alle acht afleveringen van Neon bijvoorbeeld waar Willem van den Berg als vormgever bij betrokken was.
Neon ontstond in het Rotterdamse Lijnbaancentrum en werd gemaakt door een groep jonge mensen, waaronder Van den Berg die net van de kunstacademie kwam. De leader van de eerste aflevering bestaat uit een vijftal neonbuizen knipperend op het ritme van de muziek. Van den Berg: “Neonlicht was toen een belangrijk vormgevingselement, het hele programma zat daar vol mee. Neon was de straat. Reflecterend neon in nat wegdek. Dat was Rotterdam.”
Het programma kwam onder ogen van Roelof Kiers en die besloot dat de VPRO het uit moest gaan zenden. De vormgeving was uiteraard nogal onconventioneel; titelkaarten werden in brand gestoken, de montage was opzettelijk rommelig en van de geavanceerde technische faciliteiten van de NOS werd natuurlijk geen gebruik gemaakt. Van den Berg en de andere programmamakers werkten met de eenvoudigste middelen: video, kopieermachine, papier, schaar en spuitbus. Van den Berg: “In het begin was het echt onkunde omdat we geen ervaring hadden. Waren de politiehelmen oranje in plaats van blauw. Dat bezorgde de NOS-mensen waar we de tapes naar toe brachten wel grijze haren. Dan belde ze de VPRO op dat er helemaal niets van klopte. We waren lekker eigenwijs.” Titels van optredende bands worden op een Dymo lettertang gemaakt, of op een gescheurd papiertje in beeld geschoven.
Het programma werd door de pers opgemerkt. Het contrast met de vormgeving van Jaap Drupsteen, die sinds 1971 het gezicht van de VPRO bepaalde, was enorm. Van den Berg: “Niet iedereen vond het mooi. Roelof Kiers en Jan Blokker stonden er wel voor de volle 100% achter, ondanks dat het zo’n cultuuromslag was.” Als Drupsteen opstapt, vraagt Kiers Van den Berg hem op te volgen als VPRO-ontwerper.
Meer lezen, kijken & luisteren:
- De acht afleveringen van Neon staan op Geschiedenis 24
- 3voor12 luisterpaal met Nederlandse muziek uit 1977 – 1984: No Future luisterpaal
- Floris Paalman beschreef de Rotterdamse filmgeschiedenis in Cinematic Rotterdam
- Hoofdstuk over Willem van den Berg in mijn scriptie: ‘Een maatpakje voor de uitzendavond’ (PDF)
- Als je die nog ergens kan vinden: de VPRO Gids van vorige week stond in het teken van No Future, online is nog een interview te lezen over de tentoonstelling in het Centraal Museum: God save the queen
- Vanavond op Radio 6 bij De Avonden (21.00 – 23.00) een documentaire over punkblad Vinyl, kweekvijver van talent als Max Kisman en Stephen Emmer bijvoorbeeld.
Van Kooten & De Bie
Vanavond is de laatste uitzending Van Kooten & De Bie sloegen weer toe! (Ned 2 van 20:25 tot 21:20). Van Kooten en De Bie hebben in de bijna 40 jaar dat ze samen televisie maakten zo’n beetje alles wel geparodieerd. Ook televisievormgeving. Martin Roodnat vertelde me eind vorig jaar hoe grondig ze daarin te werk gingen:
In de tijd van Pixel Graphics [1987-1989] kwamen Kees van Kooten en Wim de Bie langs bij Willem [van den Berg] die daarvoor bij de VPRO had gewerkt. Ze gingen een nieuwe serie programma’s maken en ze vonden het wel interessant om een 3D titelanimatie te laten maken. Wij waren helemaal vereerd, maar vervolgens hoorden we maanden niets meer van ze. De eerste uitzending van het programma: we zien een zwart doek, piepschuim letters op stokjes en af en toe de handen van Van Kooten en De Bie die de letters laten bewegen. Hadden ze op hun eigen manier een 3D leader gemaakt. Heel erg grappig, wij moesten er erg om lachen.
Helaas staat dit clipje niet online, maar ik vond wel dit fragment van een paar jaar later. Ditmaal is er een aanslag gepleegd op de leader van het programma.
In het filmpje hieronder (uit Hadimassa?) moeten de omroep(st)er en de ledenwerving het ontgelden.
Er zullen vast nog tientallen andere sketches zijn waarin Van Kooten en De Bie televisievormgeving op de hak nemen. Laat het weten als je er eentje vindt!
Georges Méliès en Hugo Cabret
Afgelopen weekend heb ik eindelijk Hugo gezien, het 3D spektakel van Martin Scorcese over het jongetje Hugo Cabret en filmmaker George Méliès. Nu hoefde ik eigenlijk helemaal niet zo lang te wachten, het was alleen dat de voorpret en daarmee de verwachtingen nogal hoog opliepen door een aantal vertoningen op het International Film Festival Rotterdam.
Ten eerste zag ik daar Serge Bromberg’s filmprogramma Retour de flamme (Gered uit de vlammen). Bromberg verzamelt en restaureert oude nitraatfilms die hij in de bioscoop aan elkaar praat. Hij vertelt bijvoorbeeld over de vergankelijkheid van film. Een van de redenen dat er veel film verloren is gegaan, is de extreme ontvlambaarheid van nitraatfilm die Bromberg live laat zien door een stukje film in de fik te steken. Voor je met je ogen kunt knipperen zijn de tien frames op het stukje film verschrompeld tot bijna niets. Het is niet voor niets dat de Nederlandse collecties nitraatfilm van het EYE filminstituut en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in een bunker in de duinen liggen opgeslagen. Bromberg maakt er een vermakelijke show van en speelt live piano bij de stille films. Retour de flamme laat niet alleen oude films zien, maar doet dat ook nog eens op de manier waarop de filmprogramma’s aan het begin van de vorige eeuw er ongeveer uit hebben moeten zien: met spektakel, humor en muziek.
Bromberg vertelde over verschillende technieken en oplevingen van de stereoscopische 3D-techniek in de filmgeschiedenis. Enkele memorabele voorbeelden: een reclamefilm uit 1939 van Charley Bowers waarin een Plymouth sedan in elkaar wordt gezet. Om de haverklap vliegt er een auto-onderdeel in je gezicht. Nog flauwer, maar met iets meer verhaal is Third Dimensional Murder uit 1941. “Meanwhile in Russia” had men de techniek ook perfect onder de knie, misschien wel beter dan de Amerikanen. Alleen bleef er voor screenplay geen budget over: de ‘Parade of Attractions’ bestond dus uit kitscherige opnames van vogeltjes, vissen en jongleurs. Bijzonder leuk waren de animatiefilms in 3d, zoals Disney’s Adventures in Music: Melody (1953) en Pixar’s Knick Nack uit 1988 (helaas online alleen in 2d). Vooral in het eerste filmpje zag je wat mij betreft de meerwaarde die 3D kan hebben voor een animatiefilm: de grafische tekens die in cartoons en animatie onzichtbare dingen weergeven als beweging en muziek, zijn in 3D nog vele malen effectiever.
Ook veel effectiever in stereoscopie zijn de filmtitels. Deze zijn in de klassieke Hollywoodfilms al sinds de jaren dertig min of meer driedimensionaal. De letters zijn in perspectief geïllustreerd of ze zijn met behulp van andere effecten 3D gemaakt. Zo werden letters op glazen platen gelegd zodat er een schaduw ontstond en er waren speciale titel-machines die titelkaarten snel heen en weer bewogen. Over deze vervaagde opname van de tekst werd dan nogmaals de scherpe letter gezet, met ook het effect van diepte of een beweging. (Dit effect wordt uitgelegd in Piet Schreuders’ Hollywood at Last, VPRO: 1979) Die schaduw had vooral een praktische reden: witte letters over een bewegend beeld zijn veel beter leesbaar met een slagschaduw. Maar er zijn nog wel meer vrij voor de hand liggende redenen waarom de filmtitels van het scherm moeten springen. Net als bij de grafische tekens in animatiefilms, zijn de filmtitels dus eigenlijk het beste te zien in stereoscopisch 3D. Bij Third Dimensional Murder (zie hiernaast) was alleen de eindtitel echt 3D, de begintitels nog niet want vóór de film kreeg het bioscooppubliek in 2D instructies hoe de bril op te zetten (“red glass, right eye”).
Hoogtepunt van Retour de flamme waren drie korte filmfragmenten van George Méliès Star-films in 3D. Hoe kan dat? Méliès’ films waren zo succesvol dat ze ook op grote schaal geplagieerd en gekopieerd werden, met name in de Verenigde Staten. Hij verzon een truc. Méliès was ten slotte in eerste plaats een uitvinder en illusionist. Hij nam zijn films op met twee camera’s tegelijk. Zo had hij twee negatieven, één voor Europa en één om naar de VS te sturen. Dit was een snellere oplossing dan kopieën van het negatief te laten maken en die te versturen. Bovendien was de kwaliteit ook beter gewaarborgd. Zonder dat hij het wist was Méliès zijn films in 3D aan het opnemen. Zo rond 1920 verloor het cinema-publiek interesse voor Méliès fantastische films. Berooid en gedesillusioneerd verbrandde hij al zijn werk. In de afgelopen 100 jaar hebben filmliefhebbers als Bromberg op zolders en kelders van bioscopen en archieven gelukkig nog aardig wat kopieën weten terug te vinden. Van drie films wist Bromberg Amerikaanse én Europese fragmenten te achterhalen. Met deze kopieën reconstrueerde Bromberg enkele fragmenten in stereoscopisch 3D. Zo kwamen we een stapje dichter in het universum van de filmtovenaar Méliès.
Bromberg vertelde na Retour de Flamme in een IFFR-talkshow nog iets meer over Méliès en zijn meest bekende film Le voyage dans la lune (1902). Deze film speelt een belangrijke rol in het boek The Invention of Hugo Cabret, waar de film Hugo op is gebaseerd. Jules Verne’s De la terre à la lune uit 1865 vormde een directe inspiratiebron voor Méliès Le voyage dans la lune, de overeenkomsten tussen de boek-illustraties en de film zijn groot. Bromburg merkte op dat Jules Verne (die overleed in 1905) ondanks de grote populariteit van de film, hem misschien helemaal nooit heeft gezien. Dat is niet zo gek stelde Bromburg. Film werd in die tijd gezien als een verderfelijk vermaak en gevaarlijk bovendien. De warme projectorlamp en het licht ontvlambare nitraatmateriaal zorgde regelmatig voor ernstige branden. Al met al niet echt bevorderlijk voor de reputatie van film. We weten dus niet hoe Verne dacht over Méliès toe-eigening. De film werd in ieder geval een internationaal succes en ook vele malen nagemaakt en illegaal verspreid.
In 1993 vond Bromberg in Barcelona onverwachts een ingekleurde kopie van Le voyage dans la lune. De filmrol was in slechte staat en het duurde tot 2011 dat er genoeg geld, expertise en technische mogelijkheden beschikbaar kwam om te starten met de restauratie. Deze gigantische onderneming is vastgelegd in een documentaire die, samen met de gerenoveerde kleurenfilm, te zien was op het IFFR. Filmen in kleur was nog niet mogelijk in 1902, maar regelmatig kleurde men filmkopieën met de hand in. Dat was een kostbare zaak: in een fabriek beschilderden zo’n honderd vrouwen frame-voor-frame direct de verf op de filmrol, zo leren we uit de documentaire. De filmrestaurateurs moesten ruim honderd jaar later ook beeldje-voor-beeldje te werk gaan met Le voyage dans la lune. Bijna elk frame was beschadigd. Gelukkig zijn er van de eerste science-fictionfilm ter wereld nog meer, meestal incomplete kopieën bewaard en en kon de film zo plakte men de film als een puzzel weer digitaal in elkaar. Het Franse duo AIR componeerde een nieuwe soundtrack en zo is Le voyage dans la lune na 110 jaar weer meer dan bioscoop-waardig.

Na deze voorpret was het afgelopen weekend dan eindelijk tijd om Hugo in 3D te gaan zien. Gelukkig maakte de film de verwachtingen waar. Alleen al het openingsshot is een bezoek aan de bioscoop waard. De prominente rol voor treinen, klokken en film schetsen een prachtig beeld van de jaren dertig van de vorige eeuw. Sommige scenes lijken meer in dienst te staan van het visuele effect dan van het verhaal, maar als het er zó goed uitziet dan vergeef je dat de filmmaker graag. Voor filmliefhebbers en historici zitten er veel mooie momenten in de film, zoals wanneer Méliès (gespeeld door Ben Kingsley) en zijn vrouw een filmvertoning van de gebroeders Lumière bezoeken. Voor de film werden de Star film Studio en vele filmsets van Méliès nagebouwd waar we hem zien regisseren en acteren in fantastische kostuums. Ook zeer geslaagd zijn de hommages in Hugo aan een aantal scenes uit de filmgeschiedenis; zoals Hugo die aan de stationsklok hangt en de trein die in zijn nachtmerrie op ons af komt stormen. Die scenes –Safety Last (Newmeyer en Taylor: 1923) en L’arrivée d’un train en gare de La Ciotat (Gebr. Lumière: 1896)- zijn eveneens als film in de film te zien. Nog meer hommages staan beschreven op FXGuide.com, als ook alle special effects in de film. Maar eerst naar de bioscoop als je hem nog niet hebt gezien!
Sexy graphics: MTV
Eindelijk heb ik het boek over Robert Brownjohn, getiteld Sex and Typography (Emily King, 2005) besteld en omdat het vandaag ook nog Valentijnsdag is, lijkt er geen beter moment om van start te gaan met een kleine serie over seks en motion graphics.
MTV is wel de laatste zender die seks schuwt. Videoclips zijn met regelmaat expliciet seksistisch en ook in de zendervormgeving speelt seks een rol. Maar dan wel op een creatievere manier dan simpelweg een (bijna) blote dame te combineren met de typografie. Dat was spannend in 1964, toen Robert Brownjohn de credits op het lichaam van een goud-gespoten dame projecteerde voor de titelsequentie van James Bond’s Goldfinger. Daarna is de dame in bikini die een product aanprijst zó normaal geworden, dat ze in het begin van de 21e eeuw niemand meer opvalt. En dat is natuurlijk niet het effect dat een producent/zender met een reclame-/identiteitscampagne wil bereiken.
Deze stationcall van David Lobster voor MTV is sexy op hele andere manier. Op de eerste blik vooral schattig en onschuldig, pas als je je eigen fantasie gebruikt wordt de animatie spannend. Ook in 2009 was er een vergelijkbaar soort stationcall van Universal Everything. MTV kan in vergelijking met andere televisiezenders veel verder gaan in het gebruiken van seksueel expliciet materiaal voor de zendervormgeving, maar het is aan de samenwerking met goeie creatieven te wijten dat daarbij de clichés vermeden worden. Overigens leunt deze stijl natuurlijk zwaar op Japanse anime waar schattig en sexy helemaal geen vreemde combinatie zijn.
Danny Smit; MTV & Champions League
Vandaag in de VARA gids: en interview met Dann Smit over zijn werk aan de vormgeving van de Champions League. Een zeer complexe opdracht met strikte eisen, veel betrokkenen en gepiel op de vierkante millimeter. Maar daar staat dan wel een miljarden publiek (en een fijn budget) tegenover. Smit werkte ook enkele jaren voor MTV. Een bescheiden publiek en een eveneens bescheiden budget, maar wel veel creatieve vrijheid! En wat maak je dan? Gewoon iets geks… Of in zijn eigen woorden:
This is one of those projects where everybody is lost once you start presenting your ideas.
Ninja’s fighting a glamrocker? Conjoined twins break dancing? A cyclopse being attacked by cheerleader fairies on rollerskates? Ah, you’re lost, I can see you stare at the ceiling…
De bumpers zijn te bekijken op het online portfolio van Smits productiebureau Dare op Behance.net.
Sneeuw
As we speak – dwarrelen dikke sneeuwvlokken over Amsterdam. Ik moet denken aan die leuke VARA stationcalls van winter 1996. De huisstijl van de VARA werd in de periode 1995- 1998 verzorgd door Pittard Sullivan. Destijds een van de beste (Engelse) bureaus op het gebied van huisstijl en tv. In Nederland werkten ze na de VARA nog ook voor RTL4, maar eind jaren negentig ging het bedrijf roemloos ten onder (beschreven op Creativity)
In plaats van één stationcall maakte Pittard Sullivan vele variaties waarin niet het logo, maar alleen het uitroepteken op verrassende wijzen in beeld komt. Allemaal bestaan ze uit live action opnames zonder grafische toevoegingen. (zie de compilatie op YouTube) Daarmee zijn ze een duidelijke tegenreactie op prominente computer & 3d trend vanaf eind jaren 80. De sneeuw-idents zijn buitengewoon aandoenlijk. Astrid Joosten die een sneeuwpop omhelst en zegt ‘zal ik je laten smelten’, is misschien voor velen over de top, maar ik vind het schattig. Het is ieder geval een groot verschil met wat de VARA nu als afsluiter laat zien. Ik heb het idee dat het vierkante blokje (speelgoedblokje? dobbelsteen?) me iets wil vertellen, maar ik versta niet wat. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
En nu snel naar buiten, sneeuwpoppen maken!
Grafisch Geluk: Finissage
