Sonic Acts – tentoonstelling

Het Sonic Acts festival opende dit jaar vroeg, op 12 januari, met de tentoonstelling die tot en met de laatste dag van het festival (24 februari) te zien is. Voorheen werd de tentoonstelling altijd gehouden bij het Nederlands Instituut voor Mediakunst aan de Keizersgracht. Het NIMk werd wegbezuinigd, maar maakte een nieuwe start in samenwerking met SMART Project Space gehuisvest in het oude pathologisch anatomisch laboratorium van het Gasthuis in de Arie Biemondstraat. De samenwerking kreeg de naam New Art Space Amsterdam (NASA). Het doel van NASA is de actieve dialoog aangaan met hedendaagse kunstenaars die grens- en discipline overschrijdend werken. Dit doen ze door bijvoorbeeld artist-in-residence programma’s, tentoonstellingen en andere events. De veelzijdige functies in het SMART Project Space gebouw (met oa. een filmzaal, theaterzaal, boekwinkel en restaurant) en ruime openingstijden maakt het een logische samenwerking die tevens hoop geeft op een toenemend aantal bezoekers.

Maar zo’n gebouw met meerdere exploitanten heeft ook zijn nadelen. Bij het NIMk in de voormalige (dans)school kon het geluid hard en het feesten tot laat. De buren waren natuurlijk niet altijd blij, maar de sfeer was altijd gezellig rommelig. NASA en Sonic Acts konden zaterdagmiddag niet garanderen dat de geplande performances bij de opening niet uit de hand zouden lopen. Daarom verhuisden Raime, Peter Swanson, Cut Hands en Lee Gamble naar OT301. Dat doet natuurlijk niets af aan de kwaliteit van de tentoonstelling en programmering, maar echt gezellig werd het daarom niet in het steenkoude laboratorium.

Matthijs Munnik Citadels: Lightscape V. Foto door Rosa Menkman

De tentoonstelling nam ons mee naar The Dark Universe. Een beetje ontdekkingsreiziger heeft een passend kostuum, in dit geval kregen we charmante blauwe hoesjes voor over de schoenen. Bij grensoverschrijdende kunst kan de hele ruimte onderdeel uitmaken van het werk, ook de vloer dus, en die moet in een aantal ruimtes beschermd worden tegen zwarte vegen. En zo schuifelen we op onze slofjes door de ruimtes en gangen van het gebouw. Het blijkt al snel dat de tentoonstellingsruimtes heel wat afwisselender zijn dan de overzichtelijke grote kamers van het NIMk. De ruimte waar Black Rain (2009) van Semiconductor is opgesteld bijvoorbeeld -eigenlijk een hoge tussenruimte met twee niveau’s- levert een prachtige omgeving op voor het werk. Beetje oneerbiedig (en vies) was het wel dat dit tijdens de opening tevens de rookruimte was.

Semiconductor Black Rain. Foto door Rosa Menkman

Naar welke donkere – als in onbekende – universums kan je afreizen in de tentoonstelling? Een aantal werken hebben het heelal als thema. Semiconductor neemt je met Black Rain mee naar voorbij de Melkweg, langs exploderende sterren en zonnewind. Félicie d’Estienne d’Orves herschept een Supernova (Cassiopeia A) (2012) op menselijke schaal. Matthew Biederman schiep met Event Horizon (2012) een metafoor in beeld en geluid voor het gelijknamige verschijnsel uit de relativiteitstheorie. Een lastig te interpreteren werk dat mét of zonder een tweede projectie op doorzichtig zwart gaasdoek te zien is. Zonder het gaas spatten de kleuren van het scherm, mét het gaasdoek ervoor rijst de vraag welk perspectief je precies moet kiezen: hoort de projectie op het gaasdoek één op één te vallen met de projectie op het andere doek? Moeten de perspectivische lijnen op het gaas kloppen met de hoeken op het doek? Net als elk punt een eigen horizon heeft, biedt deze opstelling voor elk perspectief een andere waarneming.

Matthew Biederman Event Horizon. Foto door Rosa Menkman

Ivanka Frank en Matthijs Munnink richten zich op een andere grens van onze visuele waarneming, namelijk die tussen ogen en hersenen. Beide kunstenaars stellen de ogen bloot aan extreme prikkels. Bij Franke’s Seeing with Eyes Closed (2011) is dat een grid van snel knipperende led-lampjes waar je met je ogen dicht voor moet gaan zitten. Bij Munninks Citadels: Lightscape V (2012) is het een scherm dat heel snel flikkerend gekleurd licht uitstraalt dat reflecteert op de witte muren, het plafond en vloer. (Hier moet je je ogen open houden, maar met de ogen dicht is de ervaring ook heel interessant.) De hersenen raken door de sensorische overdaad in de war. Het gevolg is dat iedereen de signalen anders ‘ziet’. De één ziet specifieke vormen in kleur, de ander patronen in zwart en wit en een derde ziet weer iets heel anders. Ook voor mensen zonder epilepsie roepen deze twee werken een ervaring op die dicht tegen het onplezierige zit. De doorzetter wordt beloond met een fantastische, psychedelische trip.

Revolver (2013) van HC Gilje, het eerste werk in de tentoonstelling is minder letterlijk binnen het festival thema te plaatsten, hoewel het speciaal voor Sonic Acts gemaakt is. Niettemin is het een prachtig lichtsculptuur dat roterende lichtbanen op de muren werpt. De wisselende kleurbanen worden gemaakt door drie grote ringen van verschillende diameter, opgehangen in het midden van de ruimte, waarbinnen witte, rode en blauwe led lichtjes rondreizen in verschillende snelheden. De schaduwen en lichtprojecties zijn daardoor elke rotatie anders. Als toeschouwer beïnvloedt je projectie, behalve wanneer je in de cirkels gaat staan. Maar dan zie je de projectie niet. Mooi en fascinerend was ook ~~Kulunka~~ (2012) van Yolanda Uriz Elizalde. Zij laat ons geluid horen, zien en voelen in een donkere ruimte met behulp van speakers in een glazen bak met water. De door geluidsfrequenties veroorzaakte patronen in het water reflecteert ze met stroboscopisch licht op het plafond waaronder de bezoeker op een houten ‘bedje’ wordt blootgesteld aan dezelfde trillingen. Een ervaring waar je goed de tijd voor moet nemen, wil je het in de catalogustekst genoemde effect van gewichtsloosheid ondergaan. Tijdens de drukbezochte opening was het door in- en uitlopende bezoekers iets te onrustig daarvoor.

Yolande Uriz Elizalde ~~Kulunka~~ foto door pieter.kers@beeld.nu

In de laatste ruimte, ietwat achteraf in het souterrain wordt ten slotte Jürgen Reble’s film Materia Obscura vertoont. Reble neemt ons mee naar de wereld van de kleine chemische deeltjes, waarover we net zo weinig weten als over het immense heelal. Zeer aan te raden is de audiotour van Justin Bennet, getiteld Spectral Analysis WG (2013). Hij creëert een spannend en mysterieus verhaal gebaseerd op de geschiedenis van het anatomisch laboratorium. Leuke bijkomstigheid is dat je de kans krijgt om de omgeving van het voormalig ziekenhuisterrein eens wat beter te bekijken. Zo stond ik zaterdagnacht om kwart voor twaalf in waarschijnlijk de koudste nacht van het jaar onder de poort bij het Helmerplantsoen minutenlang te luisteren naar de elektromagnetisch geluidspulsen van twee bomen. En dat vat de avond goed samen: koud, vreemd en mooi.

“Fischinger is overal”

Gisteren bij het EYE was de feestelijke opening van de tentoonstelling over animatiekunstenaar Oskar Fischinger. Cindy Keefer, hoofd van het Center for Visual Music die het werk van Fischinger beheert, bestudeert en samen met EYE deze tentoonstelling maakte, introduceerde het eerste filmprogramma. Ze omschreef Fischinger als “de vader van van de animatiefilm, de grootvader van de videoclip en de overgrootvader van computergraphics.”

Maar toch zal zijn naam niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. Joost Rekveld, abstracte filmmaker en curator, stelde bij de Q&A gisterenavond dat die onderwaardering zeer onterecht is. Hij stelde zelfs dat Fischinger eigenlijk veel belangrijker en invloedrijker is geweest dan bijvoorbeeld Piet Mondriaan. De onderwaardering ligt volgens Rekveld aan het feit dat Fischinger zich tussen verschillende disciplines begaf: abstracte schilderkunst, film en muziek. Bovendien is er een zekere achterdocht bij de auteursrechtenhouders die ervoor zorgt dat Fischingers werk niet zo weid verspreid en bekend is. Er mogen bijvoorbeeld geen foto’s genomen worden in de tentoonstelling en bij de vertoningen. De pijnlijke geschiedenis van Fischinger bij Disney maakt de rechthebbenden beducht voor misbruik.

Maar met de ontsluiting van zijn werkt is met deze tentoonstelling en prachtige nieuwe catalogus weer een grote stap voorwaarts genomen. Het Center for Visual Music is bovendien de laatste jaren zeer actief geweest met het plaatsen van beeldmateriaal en onderzoek op hun Fischinger pages en plaatste zelfs aantal films op Vimeo. Met de bekendheid van Fischinger zal het dus wel goed komen.

Ondanks de geringe naamsbekendheid van Fischinger is zijn invloed overal in te zien: in videoclips, computergraphics en animatiefilms. Jaap Guldemond, die samen met Cindy Keefer curator van de tentoonstelling (en catalogus) is, merkte dat tijdens de realisatie van  de tentoonstelling: “Fischinger is overal.” En dat idee kwam ook bij mij sterk naar boven bij het zien van de tentoonstelling en de films van 35mm. De komende tijd zal ik af en toe eens wat plaatsen. Zoals de waanzinnige videoclip uit 2010 van Rogier van der Zwaag voor het nummer “Grindin” van Nobody Beats The Drum. Net als Fischinger in 1935 voor ‘Komposition in Blau’, zaagde en schilderde Van der Zwaag honderden houten blokjes en nam ze frame voor frame op in veranderende opstelling. Het lijkt mij een zenuwslopende zaak, maar het resultaat is in 2010 nog even verbluffend en mooi als in 1935.

Dr. No filmtitelsequentie

Sinds gisteren staat m’n eerste artikel voor de prachtige site Watch the Titles online. Ik heb me even verdiept in de titelsequentie van Maurice Binder voor de eerste James Bond film Dr. No. Een invloedrijke titelsequentie, niet alleen voor de vormgeving van alle volgende Bond films maar ook voor de ontwikkeling van titelsequenties in het algemeen. Er is daarom ook al behoorlijk veel over geschreven. Maar één vraag bleef altijd onbeantwoord: waarom heeft Binder de sequentie opgeknipt in verschillende delen met wisselende soundtrack? Die vraag heb ik dus proberen te beantwoorden door de hele sequentie en de betekenis van alle elementen eens onder de loep te nemen. Ga dat dus vooral lezen (in het Engels) bij Forget the Film, Watch the Titles!

Maar omdat het nogal een uitgebreid artikel zou gaan worden, heb ik toch maar een paar zaken laten rusten. Zoals de prachtige trailer, ontworpen en gemonteerd door Binder. De film opent met de fameuze ‘gun barrel sequence’ en gaat na de laatste credits bijna naadloos over in de eerste scene van de film. Maar de trailer opent anders. Eerst zien we een aantal shots uit een (voor de film vrij onbelangrijke) scene en daarna pas worden we door Bond onder vuur genomen. De overeenkomsten tussen die eerste shots uit de trailer en de ‘gun barrel sequence’ zijn schitterend. De witte en rode golfballetjes komen terug als vrolijke animatie in de titelsequentie en in het eerste beeld waar witte ronde bliepjes de namen van de producenten onthullen. De manier waarop Bond, alleen van achter belicht, binnenkomt in zijn donkere hotel kamer klopt perfect met de manier waarop we hem in de ‘gun barrel sequence’ zien lopen en schieten. En net als in de titelsequentie en de hele film schieten we in de eerste paar seconden van de trailer heen en weer tussen gevaar en zwoele verleiding. Heeft Binder zich bij het creëren van de ‘gun barrel sequence’ laten inspireren door deze scenes uit de film? Of is het andersom en heeft Binders ontwerp de cinematografie beïnvloed? Misschien was het een ‘happy coïncident’, door Binder opgemerkt en effectief ingezet. Hoe dan ook, dit is nu wat Binder’s ontwerpen zo briljant maakt.

Overigens wezen de meeste artikelen over de Dr. No sequentie op de invloed van Saul Bass. Maar omdat deze verwijzingen nauwelijks uitgelegd of onderbouwd werden, leek het me onterecht om daar heel veel aandacht aan te besteden. En toen zag ik vandaag deze LP hoes van Saul Bass uit 1956.

Saul Bass Album Cover – Blues & Brass by Elmer Bernstein
via: designopolis op Etsy

Oskar Fischinger tentoonstelling bij EYE

Van 16 december tot en met 17 maart 2013 is er een tentoonstelling over het werk van Oskar Fischinger. De tentoonstelling is georganiseerd door EYE en het Center for Visual Music die de nalatenschap van Fischinger beheren. Naast de tentoonstelling zijn er screenings van zijn films en worden enkele van zijn installaties opnieuw uitgevoerd.

KAN. NIET. WACHTEN!

Grafisch ontwerper Jan Bons overleden

Hoepla 1967

Jan Bons was mede-ontwerper van de VPRO huisstijl die in 1965 ingevoerd werd. Dit heldere, transparante logo in onderkast representeerde destijds de nieuwe weg die de VPRO als omroep zou gaan volgen. Het logo staat in het collectieve geheugen gegrift omdat het gebruikt werd in een opzienbarende Hoepla-uitzending. Phil Bloom laat de krant – vol met boze artikelen en brieven over haar eerdere naakte verschijning in het programma – zakken. Over het beeld waarin zij met blote borsten de kijker recht in de ogen ziet, verschijnt het logo en telefoonnummer van de VPRO. Dit om het de leden die op willen zeggen makkelijk te maken. En dat was die nieuwe VPRO: provocerend, maar wel met open vizier.

Als je het hele oeuvre van Jan Bons bekijkt is het VPRO logo geen typerend of heel belangrijk ontwerp. Tot het speurwerk van de samenstellers van het VPRO Gids covers-boek was eigenlijk nauwelijks bekend dat dit logo van Bons was. Veel bekender zijn zijn vele affiches,  in het bijzonder de affiches met gescheurd papier en speelse handgeschreven letters, zoals die voor het IDFA. Het zijn deze ontwerpen die van Jan Bons een van de bekendste Nederlandse grafisch ontwerpers maakte.

Meer lezen over Jan Bons:

  • een overzicht door Marnix Koolhaas op Geschiedenis24
  • het archief van Jan Bons, gedigitaliseerd en beschreven door het NAGO.nl
  • de documentaire en het boek van Lex Reitsma over Jan Bons: Ontwerpen in vrijheid, Uitgeverij de Buitenkant: 2008
  • in memoriam bij Items, herinneringen van Paul Hefting en Max Kisman aan Jan Bons

tv-versierders

Michel van Dijk maakte deze mooie collage voor het symposium ‘TV versierders’ in 2008

Morgen is het alweer vier(!) jaar geleden dat ik bij Beeld en Geluid ‘TV versierders‘ organiseerde, een symposium over televisievormgeving. Onder deze misschien wat oneerbiedige titel lieten wetenschappers Esther Cleven en Charles Forceville, audiovisueel ontwerpers Jaap Drupsteen, Oscar Luyer, Rob van den Berg en Frans Lasès zich uit over het hoe, wat, waarom en wanneer van televisievormgeving. De bedoeling van het symposium was om meer bekendheid te geven aan het onderwerp en de historische bestudering ervan.

Ik was zelf destijds vol goede moed begonnen aan een promotieonderzoek naar de huisstijlen van de omroepverenigingen op televisie. Zo’n onderzoek kan best in eigen tijd, mits je daarnaast een stabiele part-time baan kan bemachtigen. Nou ja, dat laatste lukte dus niet zo goed. De afgelopen jaren leefde ik van projecten en tijdelijke klusjes, hield ik me bezig met lesgeven, de geschiedenis van de Nederlandse filmtrailer en kindertekeningen uit de Tweede Wereldoorlog en nu duik ik weer in de filmtitelsequenties. Ondertussen schreven Roy en ik natuurlijk het boek Vorm van vermaak en startten we deze website. Allemaal heel erg mooi, maar van het wetenschappelijke onderzoek kwam weinig meer terecht. Het was geen makkelijk besluit om het promoveren op te geven, aan de andere kant schept het weer ruimte voor nieuwe plannen en projecten.

Voor de site verandert er niet veel. We blijven schrijven over televisievormgeving en motion graphic design, maar het spectrum zal zich zo nu en dan verbreden naar andere onderwerpen op de gebieden vormgeving en populaire cultuur. Wil je op een of andere manier bijdragen? Wil je je nieuwe ontwerpen laten zien, een stukje schrijven over je favoriete tv-leader, iemand interviewen of heb je gewoon iets moois gevonden waar je meer over wil weten? Mail me!

moving types

Mooie tentoonstelling in Galerie im Prediger, Schwäbisch Gmünd Duitsland. Met filmtitelsequenties, tv-idents, kinderanimaties en meer. Het tentoonstellingsontwerp is ook erg bijzonder. Met uitzondering van enkele projecties en schermen aan de wanden, zweven de meeste bewegende beelden versleuteld als QR-code aan draadjes in de ruimte. Met een iPad kan je de codes scannen en de video’s bekijken. Één van die zwevende animaties zijn de VARA pauzefilmpjes van Frans Schupp uit 1982. Maar misschien hangt er nog wel meer Nederlands werk tussen. Laat het me weten als je die kant op gaat!

Moving Types – Letters in Motion EN from Moving Types on Vimeo.