Furore 21

Vorige week was ik een paar dagen in Praag. Heerlijke stad, maar ik had misschien toch liever naar Parijs gegaan. Want, vlak voor ik vertrok was de nieuwe Furore op de deurmat geland. Deze editie -de eerste sinds twaalf jaar- draait om de film Le ballon rouge (Albert Lamorisse, 1956). De charmante korte film is opgenomen in de Parijse wijk Belleville. In Furore een uitgebreide en volledige studie van de gefilmde locaties, waarvan er velen onder vernieuwingsdrang sneuvelden. Schreuders neemt ons mee over oude pleintjes, stegen, trappen en bespreekt onder andere ook de affiches die daar destijds hingen. Een heerlijk staaltje onderzoekswerk dat het wachten wel waard is. (Check ook de Volkskrant van vandaag voor een artikel over Piet Schreuders en Furore 21!)

Furore bestellen (ook nog een aantal oude nummers!) kan hier: furoremagazine.com Of blader door de nieuwe Furore op Vimeo.

De Furore belandde via mijn koffer in Praag en werd van voor tot achter uitgeplozen. Misschien had ik daardoor te weinig oog voor de bijzonderheden van de stad. Want in Praag is natuurlijk genoeg te ontdekken. Zo aten we op een avond bij Restaurant Švejk. Door de consequente vormgeving -met name de peper- en zoutvaatjes en het personeel dat in grijze uniforms liep- begrepen we al snel dat we hier te maken hadden met een filiaal van een keten. Maar wie was dat dikke mannetje in grijs uniform?

Eenmaal thuis en weer verbonden met het wereldwijde web heb ik toch maar even opgezocht welke Tsjechische keten we hadden bezocht. Het bleek dat het restaurant is gebaseerd op  Jaroslav Hašek‘s roman The Good Soldier Švejk (De lotgevallen van de brave soldaat Švejk) met illustraties van Josef Lada. Švejk speelt de hoofdrol in een serie satirische romans die spelen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De domme, maar brave soldaat voert alle orders die hij krijgt zo letterlijk mogelijk uit, waardoor allemaal absurde situaties ontstaan. Klinkt goed. Ik zal de boeken meenemen de eerstvolgende keer als ik naar Parijs ga.

De lotgevallen van de brave soldaat Švejk werden verfilmd voor televisie en film, op het toneel gebracht, verstript en tot animatiefilm bewerkt. Hierboven een fragment uit poppenanimatie van de bekende Tsjechische animator Jiří Trnka uit 1955.

Doolhoven

Hoe staat het eigenlijk met David Grifhorst‘s programma The Exit List? Het programma idee ontstond omdat regisseur Grifhorst droomde van mooie shots in een doolhof en daardoor kwam hij op het idee voor een compleet spelprogramma. Hij maakte zelf een spetterende promo, het format werd verkocht en Nederland smulde bij het jongensboek-verhaal in De Wereld Draait Door.

The Exit List - ITV

Maar hoe vergaat het het programma in Engeland? Het decor werd inderdaad schitterend, maar is het spelprincipe goed genoeg om de televisie kijker te boeien? De eerste show op ITV1 trok ongeveer 2,5 miljoen kijkers, daarna zakte dat af naar gemiddeld 1,8 miljoen. In Nederland zou dat fantastisch zijn, maar in Engeland is dat weinig. En dat is onterecht volgens tv-blogger Alex Davis die stelt dat het programma niet het tijdslot kreeg wat het verdient. Het eerste seizoen is inmiddels afgelopen en het is nog niet duidelijk of er een tweede komt.

Naar aanleiding van het eerder bericht over The Exit List mailde een andere formatontwikkelaar, Mark van Berkel, een pilot-filmpje door van een ouder doolhofspel, The Moneymaze (ABC, 1974-1975). De The Encyclopedia of TV Game Shows (David Schwartz, Steve Ryan & Fred Wostbrock: 1995) geeft meer informatie over dit programma. Het werd gepresenteerd door Nick Clooney (de vader van George) en er strijden twee koppels tegen elkaar. Het koppel dat de meeste vragen goed weet te beantwoorden krijgt de kans om in een levensgroot doolhof prijzen te zoeken binnen een aantal seconden (1 seconde per vraag). Het decor werd ontworpen door Ron Baldwin, hij was ook verantwoordelijk voor de sets van vele andere shows zoals The Generation Gap (ABC, 1969), What’s my Line (ABC, 1968-1975), The Big Showdown (ABC, 1974-1975) en To Tell The Truth (CBS, 1980-1981). In The Moneymaze is het grootste deel van de studiovloer in beslag genomen door het doolhof. De kandidaten, presentator en de kijker zien het doolhof schuin van boven, terwijl de kandidaten in het doolhof natuurlijk alleen maar blinde muren zien.

Omdat je in The Moneymaze als kijker een goed overzicht van het doolhof hebt, is de spanning van het doolhof er een beetje af. Je ervaart als kijker niet de desoriëntatie van de verdwalende kandidaat. Dat was wel het geval in één van de spectaculaire spellen van Lotto Live (VARA, 1985). Het idee voor dit doolhofspel ontstond bij NOS-ontwerper Carlo Delbosq. Hij had eerder een videoclip gemaakt voor Fay Lovsky (Columbus Avenue, helaas niet online te zien). Daarvoor filmde hij miniatuur modellen bij de Technische Hogeschool Delft met een endoscoop, een heel klein en dus uitermate wendbaar cameraatje. Die opnames werden later achter Lovsky geprojecteerd. Het idee van de kleine camera die door een maquette beweegt, vormde de basis voor het doolhofspel in Lotto Live. Martien van den Dijssel, maquetteontwerper bij de NOS bouwde een miniatuurdorpje na en die werd naar Delft gebracht. Via een telefoonverbinding geven de quiz-kandidaten instructies aan de endoscoop die bediend wordt door een technicus van de TH en via een straalverbinding is het resultaat te zien in de studio. Van den Dijssel was ook aanwezig in Delft en herinnert zich dat ze de kandidaten wel eens een klein beetje moesten helpen omdat het spel zo lastig was.

Natuurlijk zijn er meer voorbeelden van tv-spelletjes met een doolhof. En het kan nog ‘echter’ en spannender. The Encyclopedia of TV Game Shows vermeldt nog kinderprogramma Masters of The Maze (ABC, 1994-1996). Dit programma is eigenlijk een soort live-videogame. De kandidaten kregen in het doolhof via hun overall aanwijzingen door van hun partner met een soort joystick. Dit maal volgt de kijker de speler op de voet. Dankzij voortschrijdende techniek zien we via een draadloos cameraatje in de helm precies wat de speler in het doolhof ook ziet. Met de helmet-cam, laserzwaarden, vliegende 3D-graphics en wilde camera bewegingen is dit weer een compleet ander programma. Zo zie je maar: met een doolhof kan je alle kanten op!

John Whitney tussen de reclames?

Een paar dagen geleden kreeg ik een vraag doorgestuurd van de Beeldengeluidwiki.nl-redactie over de tussenfilmpjes die vanaf midden jaren zeventig tussen de reclames in te zien waren. Niet de Loeki-poppenfilmpjes van Studio Geesink, maar de korte abstracte filmpjes tussen de reclames in.

Die spiralen doen sterk denken aan de filmtitelsequentie van Hitchcock’s Vertigo (1958). John Whitney maakte deze spiralen met behulp van onderdelen uit een gevechtsvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. Het vliegtuig bevatte namelijk een mechanische computer die de baan van bewegende objecten -vijandelijke vliegtuigen- berekende en op basis daarvan een raket af vuurde (een zogenaamde anti-aircraft ‘gun director‘). Deze computer werkte mechanisch, de berekeningen werden in gang gezet door te draaien aan tandwielen. Verder bestond het apparaat uit telescopen en werd het gecombineerd met een radarsignaal zodat ook ‘s nachts vliegtuigen op kon sporen. Whitney stelde met de onderdelen van deze machine een zeer geavanceerd projectieapparaat samen. Hij kon in deze machine meerdere afbeeldingen plaatsen en die onafhankelijk van elkaar laten bewegen en vervormen. Het resultaat filmde hij en bij het ontwikkelen voegde hij kleur toe. De animaties voor Vertigo‘s titelsequentie zijn een vroeg voorbeeld van animaties die met behulp van deze mechanische computer tot stand kwamen.

De Vertigo-titelsequentie zorgde ervoor dat Whitney’s werk bij een groot publiek bekend werd. De vraag naar zijn animaties groeide en dat stelde hem in staat zijn kunstexperimenten commercieel uit te venten. In 1960 richtte hij een filmbedrijf op, Motion Graphics Incorporated en dat verkocht films aan televisiestations en reclamemakers. Zouden de tussenfilmpjes op de Nederlandse televisie van Whitney’s filmbedrijf kunnen zijn? Waarom niet? Het maken van stop-motion poppenanimaties is een tijdrovende aangelegenheid. En tussen elke reclame een Loeki-animatie zou misschien ook wat veel van het goede zijn. Mogelijk kocht Studio Geesink dus een aantal filmpjes van Whitney’s bedrijf om te gebruiken tussen de reclames. De filmpjes werden ongeveer tien jaar gebruikt. De STER realiseerde zich langzamerhand dat het meer opleverde om de tijd tussen de reclames zo kort mogelijk te houden. De Loeki-animaties werden naar verloop van tijd steeds korter en de spiralen werden vervangen door simpel een kort zwart beeld.

Maar helemaal zeker is het niet dat dit filmpjes van John Whitney zijn. Misschien kocht Studio Geesink ze wel van een concurrent? Misschien was er een handige animator/technicus bij Studio Geesink die deze filmpjes maakte? Weet je er meer over? Wanneer werden ze gebruikt, wie maakte ze? Laat van je horen!

Meer lezen:
– Youngblood, Gene. Expanded Cinema. New York: E.P. Dutton & Company, 1970
– Forceville, Charles, ‘Bumper stories: the framing of commercial blocks on Dutch public television.’ In : Jaap Kooijman, Patricia Pisters, and Wanda Strauven (eds), Mind the Screen: Media Concepts According to Thomas Elsaesser. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2008, pp. 229-241.

CLIPS

Er zijn op het blog al een aantal leuke leaders langsgekomen uit de jaren tachtig waarin de draak wordt gestoken met de 3D animatie techniek die dan populair is. Zo knutselden Van Kooten en De Bie voor hun programmaleader 3D letters van piepschuim. Bob Takes deed iets soortgelijks met uitgeknipte letters voor VPRO’s BGTV in 1982. Ook Theo Dijkslag, verantwoordelijk voor de eerste ‘echte’ 3D stationcall op de Nederlandse televisie (die voor de TELEAC in 1985) deed het. In 1986 maakte hij deze leuke leader voor Club Veronica Clips, een slapstick uitvoering van de 3D flying logo trend.

Playing Ghost

Op Design.nl staat een interview met Bianca Ansems. Haar korte animatiefilm doet het op het moment goed op filmfestivals en heeft al een aantal prijzen gewonnen. Ansems studeerde met deze film af aan de National Film & Television School in London en daarvoor studeerde ze animatie aan de St.Joost academie. Katie Dominy vroeg Ansems naar het verschil:

“As much as I love the Netherlands and wouldn’t trade my Dutch education for anything in the world, there is just a bit more professionalism in the UK film industry in general. I’m not saying the Dutch film industry is not professional or good… but in the UK, particularly in London, we are at one of the main centres of world cinema – and you notice this. Even if you are not fully in it, you are continuously surrounded by people who work at the highest standard and it makes you feel like you still have so much to go for – big goals just seem more achievable…In the Netherlands I felt it was all a bit more held back, and not rolling at its full potential.”

Meer lezen over dit mooie filmpje: check Design.nl en PSFK.com. Ansems’ afstudeerfilm van de St. Joost (2008) is trouwens ook erg leuk.

SXSW excellence in title design winnaars

Vannacht werd in Atlanta (USA) de winnaar bekend gemaakt van de SXSW Design Awards. SXSW was oorspronkelijk alleen een muziekbeurs (met name voor alternatieve of indie bands) maar is uitgegroeid met de onderdelen film en interactie. Geekchic hoogtepunt van de week zijn natuurlijk de prijzen voor Film Poster Design en Film Title Design.

Een van de genomineerde was de afstudeerfilm van Jurjen Versteeg: een titelsequentie over filmtitelsequenties. Op Forget the film, Watch the Titles is een interview met Versteeg te lezen over deze sequentie: A History of the Title Sequence. Het bijzondere aan de selectie van finalisten is de grote diversiteit. Afstudeerfilms (Versteeg) en remakes (bijvoorbeeld onderstaande intro voor Kuifje de film) nemen het op tegen officiele ‘big budget’ film- en tv-titelsequenties, zoals de sequentie van The Girl with the Dragon Tattoo van Tim Miller/Blur Studio, HBO’s Game of Thrones van Angus Wall/Elastic en de sequentie voor EVA van Dvein (allen te bewonderen en bestuderen op Forget the film, Watch the Titles en Art of the Title).

Jurjen Versteeg viel helaas niet in de prijzen. Guy Moshe won met zijn sequentie voor Bunraku, X-Men: First Class van Simon Clowes/Prologue kreeg een Special Jury Recognition en de publieksprijs ging naar Les Bleus de Ramville van Jay Bond. Met name van X-Men: First Class was ik onder de indruk. Het lijkt of deze sequentie van een oude televisiebeeldbuis is gefilmd en de abstracte vormen en patronen doen denken aan de computer en radar-experimenten van John Whitney. Een prachtige verwijzing omdat de film speelt in de jaren zestig en -zoals elke science-fictionfilm- gaat over op hol geslagen technologie. In onderstaande video zijn ook fragmentjes te zijn van de twee andere concepten die Prologue testte.

Sexy graphics: Veronica

De leader voor VARA’s Open en bloot (1974) kwam al eerder aan bod op het blog. Geïnspireerd door het ‘blote meisjes’- alfabet van Anthon Beeke maakte Hans de Cocq een programmaleader waarin de lichamen van mannen, vrouwen en kinderen de titel van het programma vormen. De Open en bloot leader had niet de intentie om de kijker seksueel te prikkelen, het ging immers om een bloedserieus -maar openhartig- voorlichtingsprogramma. Bij Veronica lag dat midden jaren negentig ietsjes anders.

Halverwege de jaren negentig stapte Veronica uit het publieke bestel en dan gaan de remmen goed los. Veel pruilende lippen, close-ups van borsten en ook de vrouwelijke kijker wordt getrakteerd op sportschooltorso´s en smeulende blikken. Het wordt gelukkig allemaal lekker vet aangezet: een ’50 ft woman’ die een man verpletter met een kus en de twee natgegooide halfnaakte mannen kunnen er zelf ook wel om lachen. Leuk is ook de verwijzing naar Beeke’s alfabet, de dames zijn niet bloot maar in vrolijk gekleurde zwempakjes. Het pakket is supercommercieel, maar wel perfect uitgevoerd. Vergelijk het bijvoorbeeld maar eens met het pakket van seizoen 1994/1995.

Natuurlijk is die nadruk op lichamen weinig verheffend, maar dat verwacht je ook niet van een omroep die bekend wil staan als jong en wild. Het feit dat zowel mannen als vrouwen in deze stationcalls als lustobject neergezet worden, is verfrissend. De makers hebben hun best gedaan om de juiste mix te vinden van sex, humor en clichés en mijns inziens is dat ze behoorlijk goed gelukt.

No future: Vinyl

Terwijl Willem van den Berg de VPRO in een punk-jasje stak, begon Max Kisman (van 1994-1996 de vaste VPRO-ontwerper) als art-director bij Vinyl. Dit maandelijkse muziektijdschrift draaide om post-punk muziek, beter bekend als Ultra. Binnenkort verschijnt het gelijknamig boek over deze stroming en ter gelegenheid daarvan is er ook een nieuw nummer gemaakt van Vinyl. Max Kisman zette zijn bioscooppromo uit 1985 van het blad online, met daarin bijdragen van verschillende animators: Jan Dietvorst, Gerrit van Dijk, Edu Kisman, Helga Kos, Henri Lucas, Peter Mertens, José Vonk en Kisman zelf.