Swiebertje

Bij Rinus Does thuis hangen een aantal decorschetsen voor Swiebertje. Twee prenten vertonen craquelé, maar de andere twee zijn in perfecte staat. De ontwerpen zijn niet gesigneerd, maar vermoedelijk zijn ze van Juliënn van der Erve. Via deze link kan je onderstaande schetsen vergelijken met de setfoto’s van het uitgevoerde decor: Gallery: Swiebertje.

Rinus Does begon in het decorcentrum aan de Kampstraat als werkvoorbereider, wat later Decor Productie Leider (DPL) zou gaan heten. In die hoedanigheid werkte hij onder meer mee aan Swiebertje. De taak van Rinus Does was het hele decor-productieproces in goed banen te leiden: de tekeningen verspreiden, ramingen maken, materialen bestellen, nacalculatie, aansturen van de uitvoerder en de verschillende vakgroepen, en later ook het opstellen van en onderhandelen over budgetten en contracten met vrije producenten zoals John de Mol. Does bewaarde bijvoorbeeld ook de productieschema’s en contracten voor De 100.000 gulden show en Ron’s Honeymoon quiz die beide in Aalsmeer opgenomen zijn in decors van Roland de Groot.

Sterrenshow, ontwerp Hub Berkers

Does heeft ook een stapeltje detailtekeningen en planningen voor shows uit de jaren tachtig, zoals de Sterrenshow (Hub Berkers), de Showbizzquiz (Richard Heidentrijk), Op naar de top show (Auk de Vries), de Lotto show (Guus van den Heuvel), Klassewerk (Johan Verhoog), Karel (Mia Schlosser), Strand cross (Arnold Kroon), In de hoofdrol (Peter Gabriëlse) en Kwistig met muziek (Jan P. Koenraads).

Naast programmamateriaal kon Rinus Does me ook interessante bedrijfsmatige documenten laten zien, onder andere het mede door hem ontwikkelde PRISMA project-informatiesysteem (1984), een functiebeschrijving van de nieuwe functie ‘estimator’ (1988), een overeenkomst tussen het NOB en de vakbonden over de grote ontslagronde van 1991 en een aantal marketingbrochures van het NOB. Deze en andere documenten over het decorproductieproces en de NOS/het NOB zijn een goede aanvulling op de bronnen over de geschiedenis van de Afdeling Decorontwerp en zal ik daarom binnenkort toevoegen aan de tijdlijn ’50 jaar tv-decor’.

Bewegend beeld: Jan van der Does en Jef de Groot

De AVRO zendt in seizoen 1959/1960 een achtdelige serie over televisie uit (Dat is TV) in het kinderuurtje op woensdag. In de derde aflevering is het decor aan de beurt. Ageeth Scherphuis ondervraagt Jan van der Does en Jef de Groot over de totstandkoming van een decor. Als voorbeeld nemen ze de aankomende Weekendshow. We krijgen een kleine rondleiding bij Decor Uitvoering, de afdeling van Jan Noorda waar houtbewerkers, schilders en andere vakmannen aan de verschillende zet- en hangstukken werken en waar Ger Nooy achterdoeken schildert. We zien de opbouw in de studio en de repeties met artiesten en changementen.

Ook leuk: de foto’s van de decormaquette voor de Kerstuitzending van de Weekendshow enkele weken ervoor: Gallery: Weekendshow en de papieren ‘drie-in-een’ maquettes die Jan van der Does voor enkele andere Weekendshows maakte.

Met dank aan de AVRO en Beeld en Geluid voor het beschikbaar stellen van dit fragment.

Herinneringen aan Jo Rens?

Jo Rens werkte van 1965 tot zijn dood in 1972 als decorontwerper bij de Afdeling Decorontwerp. Nick de Weerd stuurde dit prachtige portret gemaakt door Cor Hermeler. Als je meer informatie hebt over het leven en werk van Jo Rens, (zodat ik zijn biografie en oeuvrelijst in de Beeldengeluidwiki aan kan vullen) of als je een herinnering aan deze ontwerper wil delen, dan hoor ik graag van je.

Jo Rens, getekend door Cor Hermeler

Jo Rens, getekend door Cor Hermeler

Bewegend beeld: Tentoonstelling ‘Buiten beeld’ (1962)

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid plaatst regelmatig fragmenten uit het omvangrijke televisie-archief online. In het kader van dit onderzoeksproject gaan Beeld en Geluid en ik op zoek naar mooie en bijzondere fragmenten over de Hoofdafdelingen Ontwerp en Decorbouw.

Ik bracht al eerder twee filmpjes van Beeld en Geluid onder de aandacht waarin ondere andere Jan P. Koenraads in beeld kwam: een ‘achter de schermen’-bezoek van Polygoon aan het decorcentrum in 1975 en een verslag van een bezoek aan de Polygoon studio’s uit omstreeks 1950 (hier te zien).

Het volgende fragment wat ik onder de aandacht wil brengen, bestaat uit filminlassen van een reportage over de tentoonstelling ‘Buiten beeld’ in Apeldoorn. Deze opnames zijn gemaakt voor het NTS journaal van 22 april 1962. De opnames lijken ongemonteerd en helaas is het geluid niet bewaard. Ook Televizier deed uitgebreid verslag van de tentoonstelling en de opening, zodoende is veel bekend over de aanwezigen en de tentoongestelde werken.

De tentoonstelling kwam tot stand doordat Peter Zwart en B.S.C. van de Weerd, ambtenaar van kunstzaken bij de gemeente Apeldoorn goed bevriend waren. (Zwart bewaarde de een brief over de tentoonstelling van Van de Weerd aan Arie van den Dool over de financiële afspraken, deze brief is hier te lezen.) Zij maakten plannen voor een tentoonstelling met vrij werk van Zwart, maar die had niet genoeg werk om de tentoonstellingsruimte te vullen. Daarop nodigde hij ‘zijn’ groep ontwerpers uit. De negentien ontwerpers van de NTS Hoofdafdeling Ontwerp stuurden in totaal 84 werken in uit verschillende disciplines. Het vrije werk kwam te hangen en staan in de grote langwerpige zaal en in een kleiner, belendend kamertje waren televisie-ontwerpen te zien.

Jan van der Does tekende zijn zoon

Jan van der Does tekende zijn zoon

In dat kleine bijkamertje stonden onder meer een maquette voor een theater, gebruikt in het programma Bobbeltje en een kasteel uit Pipo de clown. Er zijn ook titelrollen, titelkaarten en vermoedelijk ook decorschetsen te zien geweest. Maar de meeste aandacht gaat in het Journaal-item en het Televizier-artikel uit naar het vrije werk: de kop van Beethoven door Peter Zwart, de snelle wagens van Cor Hermeler, ontdeugende tekeningen van Walter Schoorl, een spiritueel werk van Fokke Duetz, een portet van de zoon van Jan van der Does (wat nog steeds bij Van der Does thuis hangt), een wandecoratie van Peter Keesom, modeontwerpen van Willemien Reijinga en een plastiek van Hans Christiaan van Langeveld.

Het volledige Televizier-artikel is via deze link als PDF te lezen. (De datum boven het artikel klopt niet.) Screenshot from 2014-02-02 15:11:02

Zie ook Tentoonstelling Buiten beeld in de tijdlijn ’50 jaar tv-decor’.

Met dank aan de NOS voor het beschikbaar stellen van het fragment uit het NTS journaal en aan Beeld en Geluid voor het uploaden van de video.

Lokatie: Kampstraat

© Beeld en Geluid

Verhuizers van de fa Nijman © Beeld en Geluid

Op deze pagina in de Beeld en Geluidwiki.nl heb ik, met veel hulp van Leo Ooijkaas, een groot aantal foto’s geplaatst van het Decorcentrum aan de Kampstraat in Hilversum. De foto’s zijn gemaakt begin februari 1972 bij de verhuizing naar de nieuwbouw op wat nu het Mediapark heet. Er zijn die dag ook filmopnames gemaakt, maar helaas zijn deze (nog?) niet digitaal beschikbaar. Herken je iemand, of komt een mooi verhaal of anekdote naar boven? Mail het door naar info@vormvanvermaak.nl of laat een reactie achter onder dit bericht.

Rinus Ides in de bloemenopslag in Voorbouwhal 2 - © Beeld en Geluid

Rinus Ides in de bloemenopslag in Voorbouwhal 2 – © Beeld en Geluid

Het begin: Arnold Kroon

Begin bij het begin: de sollicitatie. Hoe komen de decorontwerpers binnen bij de NTS? Wat wordt er van hun gevraagd? Het vijfde verhaal in deze rubriek is van Arnold Kroon. Op 15 augustus 1955, een dag nadat hij zeventien is geworden, begint Arnold Kroon als leerling timmerman bij de NTS. In 1962 wordt hij ontwerpassistent bij decorontwerp.

Arnold Kroon, ca 1962

Arnold Kroon, ca 1962

“Ik verdiende 18 gulden en 40 cent, de brief heb ik nog. Er werkten toen zo’n acht mannen onder leiding van Jan Noorda en zijn secretaris Vermeij: Jac Hey, Kees Letter, Jan Blaak, Kuipers, Van Bentum, Chris de Brueys en decorateur Ger Nooy. Met Ger Nooy hadden we altijd ruzie want hij schilderde de achterdoeken op de vloer in de Ambachtsschool. Wij bouwden daar omheen de decors. Als je je voet per ongeluk op het doek zette, kwam hij gelijk met zijn kwast, pats op je schoen!

Als leerling timmerman werkte ik in de Ambachtsschool in Bussum, maar ook in het gebouw aan de Plaggenweg wat er bij werd gehuurd. Daar was de machinale, daar stond een circelzaag en op de as daarvan zat een boor om bijvoorbeeld pen-gat verbindingen te maken. In het begin moest ik daar oude verf van decorschotten krabben. Die schotten werden telkens opnieuw geschilderd en op een gegeven moment zal er dan een dikke laag verf op. Dagen lang hebben Chris Bruwijs en ik met een beitel staan bikken. Ik reed de schotten in een handkar van en naar de studio’s. Jack Hey reed ook schotten heen en weer. Hij had een BMW met een kap die omlaag kon, zo konden we de schotten erin zetten.

In Vitus kwam ik wel eens boven in het kamertje waar de regie zat. Vanuit die kamer kon je zo in de huiskamer van de bakker aan de overkant kijken. Dan zag je hem ‘s avonds na een dag hard werken binnenkomen, televisie aanzetten en lekker op de bank ploffen met de benen op tafel. “Moet je opletten”, zegt een technicus – ik weet niet meer hoe hij heet, maar het was een echte grappenmaker- en hij draait aan een knopje waardoor er strepen door het beeld gaan lopen. Niet alleen bij de bakker, maar door het hele land. Je zag de bakker zuchten, overeind komen, aan de knop op het toestel draaien tot het beeld weer goed was. Als hij net weer lekker zat, benen weer op tafel, draait de technicus het signaal natuurlijk weer goed.

Ik heb zelf ook wel eens onbedoeld voor een storing gezorgd. Naast Vitus was een smal steegje, daar moest je heel voorzichtig achteruit met de wagen om te laden en lossen. Er zat in dat steegje, hoog tegen de muur een kast met een noodschakelaar. Maar dat wist ik niet. Wij waren daar in de weer met grote schotten en stoten ze tegen die schakelkast, maar hebben niets in de gaten. In de studio breekt paniek uit, het hele gebouw zit zonder stroom! Wie heeft dat gedaan? Wij hadden helemaal niet in de gaten dat wij dat veroorzaakt hadden.

Na een avondcursus meubelmaken, werd ik timmerman en werkte ik tot eind 1958 bij de vakgroep machinale houtbewerking met Kuipers en Van Bentum. Tot oktober 1959 zat ik met het korps mariniers in Nieuw Guinea. In die tijd verhuist decorbouw naar de Kampstraat in Hilversum. Daar komt de opslag van rekwisieten, en textiel, er is een houtopslag en aparte ruimtes voor decoratie, houtbewerking, voorbouw en meer. Voor het vervoer van decors tussen Hilversum en Bussum komen diepladers.

Afd. Machinale houtbewerking in de Ambachtsschool, Bussum.  Kroon staat in het midden (tweede van links), op de voorgrond staat Hans Kuiper, rechtsachter Arie van Bente

Afd. Machinale houtbewerking in de Ambachtsschool, Bussum. Kroon staat in het midden (tweede van links), op de voorgrond staat Hans Kuiper, rechtsachter Arie van Bente. ©Beeld en Geluid

Na militaire dienst ging ik in de Kampstraat aan de slag als decoruitvoerder. Mijn vader zat er nogal achteraan. De jaren ervoor kwam hij elk half jaar naar Van der Kolk en Noorda om te vragen hoe het met mij ging en of ik mijn best wel deed. Na militaire dienst vond hij dat ik verder moest, ik ging naar de kunstacademie. Maar dat bleek een schilderschool te zijn, hij had zich vergist. Op de echte kunstacademie, Artibus, kon ik eigenlijk niet terecht omdat ik geen middelbare school diploma had. Omdat ik bij de televisie werkte mocht ik toch drie maanden op proef komen. Ik heb wekenlang boomschors getekent en werd aangenomen. De eerste drie jaar gingen me redelijk makkelijk af, maar in het laatste jaar kwam de creatieve kant en werd het wat moeilijker voor me. Na drie jaar op de academie kwam ik in 1962 op de afdeling decorontwerp.

Van der Kolk en Jan van der Does hadden zich hiervoor ingespannen, ik was een van de eerste ontwerpassistenten bij decorontwerp. Ik wist natuurlijk alle maten die bij decorbouw gebruikt werden en daar hadden ze bij decorontwerp veel plezier van. Zo heb ik in opdracht van Van der Does van alle studio’s een plattegrond getekent waarop de ontwerpen ingetekend konden worden. Op die plattegronden moest ook allerlei technische informatie over aansluitingen voor licht bijvoorbeeld. Van der Does wilde dat de drukker alles zou controleren, maar die man had daar helemaal geen zin in. Dus die betaalde mij om dat te doen en ik hield mijn mond tegen Van der Does.

In de begintijd toen ik ontwerpassistent werd, heb ik ook voor Peter Zwart getekend. Ik vond het moeilijk hem te benaderen, hij was er vaak niet en ik was jong en keek tegen hem op. Dus ja, bij meneer Zwart op kantoor komen, dat was wat. Ik had een tekening voor hem gemaakt, een Oostenrijks interieur geloof ik, maar ik had nog een vraag. Die ochtend had ik al een paar keer op zijn deur geklopt voordat er een bars “Ja, binnen” klonk. “Nou jongen, laat maar eens kijken wat je hebt gemaakt.”  Ik zei: “Ik heb nog een vraag, moet er een houten vloer of een tegelvloer in?” “Wat denk je”, vroeg hij, “wat denk jij nou dat daar in moet?” Voorzichtig antwoordde ik: “Ik denk een houten vloer.” Hij begint direct te schreeuwen: “Een houten vloer! Hoe kom je erbij!” Ik schrok me kapot, vergeet het van m’n leven niet meer. Maar later dacht ik, als ik gezegd had dat het een stenen vloer moest zijn, had hij waarschijnlijk hetzelfde gereageerd.”

Zie ook:

Lokatie: Ambachtsschool (1956-1960)

In april 1956 huurt de NTS een leegstaand oud schoolgebouw vlak bij studio Irene. Het voormalig schoolgebouw staat op de hoek van de Schoolstraat en de Landstraat in Bussum (link naar de exacte lokatie in GoogleMaps). Het gebouw telt drie verdiepingen en biedt ruimte aan de ongeveer 18 medewerkers die bij decorbouw, requisieten en de afdeling ontwerp werken. Verder komen er nog een aantal onderafdelingen van de Technische Dienst in het gebouw.

Via Oneindig Noord-Holland, onh.nl

 

De decorontwerpers Peter Zwart, Fokke Duetz, Cor Hermeler en grafisch ontwerper Jan van der Does verhuizen ook naar de Ambachtsschool. Maar waarschijnlijk is dat niet direct in april 1956. Jan van der Does herinnert zich een hoekhuis, vlak naast de Ambachtsschool waar ze een korte periode met z’n vieren zitten. Van der Does: “Op de begane grond bij binnenkomst gelijk links in een klein kamertje zaten Cor Hermeler en ik. Verderop de gang rechts en links zaten Peter Zwart en Fokke Duetz, de decorontwerpers.”

Uit Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956)

Uit Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956)

Van der Does beschrijft waarschijnlijk de ruimte die in de NTS jubileumfilm Wij zijn vijf van oktober 1956 in beeld is (filmpje is hier te zien). Rechts zijn drie hokjes met tekentafels en bureaus van elkaar gescheiden door tussenwanden met ramen. Daarachter een brede voorkamer met zeer veel licht. Aan de ramen en indeling te zien is dit in niet in de Ambachtschool.

De ruimte waar de decorontwerpers in de NTS-jublileumfilm uit oktober 1956 te zien zijn, is waarschijnlijk al wel de Ambachtsschool. Het is in iedere geval een nieuwe ruimte, zo vertelt de commentator: “Peter Zwart, de man die in een klein kamertje jarenlang decors uitdacht, kreeg, met zijn medewerker Fokke Duetz en de andere leden van de staf, een ruim en nieuw vertrek, waar frisse ideeën konden worden uitgewerkt.” Waar dat “kleine kamertje” was, waar Zwart daarvoor zat, is dan waarschijnlijk het hoekhuis waar Van der Does ook nog even heeft gezeten.

Het is niet precies na te gaan wanneer de decorontwerpers naar de Ambachtsschool verhuizen, maar onderstaande foto’s uit de persoonlijke archieven van Peter Zwart en Fokke Duetz zijn gemaakt in of vlak voor 1958, te zien aan de ansichtkaart die rechtsboven op het prikbord achter Zwart is gestoken.

Hermeler, Zwart, Duetz, ca 1956

Hermeler, Zwart, Duetz, ca 1958

Duetz en Zwart in een decorbespreking, ca 1956

Duetz, Hermeler en Zwart in een decorbespreking, ca 1958

Fokke Duetz en Cor Hermeler aan het werk in de Ambachtsschool in Bussum

Duetz en Hermeler, ca 1958

Zoals op de foto’s hierboven te zien is, zijn er provisorische tussenwanden gemaakt op de eerste verdieping van de Ambachtsschool. Op het kantoor staat een bureau voor Zwart, een tekentafel, een tafel met de ‘blokken’ (miniatuurversies van de aanwezige praktikabels), een vergadertafel. Aan de muren hangen ingelijste decorschetsen. De grafici hebben op dezelfde etage een andere ruimte. Daar zitten in 1958 Jan van der Does, Ger van Essen en Hans Moolenaar. In 1959 wordt Massimo Gotz de vierde decorontwerper in vaste dienst bij de NTS en Jan van der Does stroomt ook door naar Decorontwerp. Ton Holst komt de grafische afdeling versterken.

In 1960 begint de afdeling Ontwerp sterk te groeien. Op onderstaande foto, gepubliceerd in de Leeuwarder courant op 4 juni 1960 is het al aardig vol op de grafische afdeling. Van links naar rechts zien we Ger van Essen (die Jan van van der Does opvolgt als chef van de onderafdeling), Ton Holst, Reina Nieland, Hans Moolenaar, Marcel van Woerkom en Jac Hey.

leeuwarder courant 4-6-1960(3)

Leeuwarder courant, 4-6-1960

De verslaggever van de Leeuwarder courant schrijft: “Een bezoek aan de afdeling betekent een klimtocht door een holle ambachtsschool in Bussum, gebouwd tegen de oude Irenestudio (…). Langs steile trappen en door nauwe gangetjes komt men in het nokje van dit fantasieloze gebouw uit de vorige eeuw. We sjokken achter twee mannen aan, die enorme plasticpijpen naar boven sjouwen. “Daar maken ze boven van alles van”, zegt de portier geheimzinnig en dat kittelt onwillekeurig het duiveltje der nieuwsgierigheid in ons. Peter Zwart staat vlak achter de deur van zijn afdeling. Als een enorme wildeman met een haardos en een snor, die even nors aandoen als zijn manier van telefoneren.”

Het bezoek van de journalist en de fotograaf die bovenstaande foto’s nam, is zeer waarschijnlijk al voor mei 1960 geweest, want in mei verhuist de ontwerpafdeling naar de Emmastraat 54 in Hilversum. Jack Hey schrijft daarover: ” Een enorme verbetering van werkruimte, licht en lucht” (zie verder deze memo over maquettebouw tussen 1959 en 1962).

De begane grond van de Ambachtsschool is tot april 1960 in gebruik bij decorbouw. De vakgroepen bij decorbouw groeien veel harder dan de afdeling decorontwerp. In het nieuwe decorcentrum in een oude tapijtfabriek in Hilversum zijn aparte ruimtes voor alle verschillende vakgroepen. Zo zitten ze bij elkaar, zonder elkaar voor de voet te lopen.

De Ambachtsschool wordt nu geheel in gebruik genomen door de afdeling film. Deze afdeling verhuist pas in 1983 naar Hilversum en daarna wordt de Ambachtsschool gesloopt.

Sloop van de Ambachtsschool in 1983. Via Oneindig Noord-Holland, onh.nl

Heb je foto’s van de Ambachtsschool (interieur of exterieur) uit de periode 1956-1960? Of van de huisvesting van de decorontwerpers van voor 1958? Mail ze aan info@vormvanvermaak.nl of laat een reactie achter onder dit bericht.

Jan van der Does: verkeersbord en decors

Jan van der Does deed eind december in de garage nog een aantal interessante vondsten: decorschetsen, en onderstaand krantenknipsel. Dat soort opdrachten kwamen in de jaren vijftig op het bordje van de grafisch ontwerpers.

DSCF6121a

Verder zijn een aantal decorontwerpen boven water gekomen. Voor de De grote veroveraar bijvoorbeeld, van Peter Koen voor de NCRV. Deze dramaproductie is opgenomen op 21 februari en uitgezonden op 3 maart 1962. Het stuk gaat over Alexander de Grote en de meubels zijn allemaal speciaal voor deze productie gemaakt. In latere dramaproducties die in dezelfde historische periode spelen, zijn de stoelen en tafels nog een aantal keer gebruikt (let op het tafeltje uit Een idealist hieronder). De televisie-kritieken -begin jaren zestig worden nog bijna alle uitzendingen uitgebreid beschreven en besproken in de krant- zijn positief, ook de ‘rijke decors’ en ‘uiterst verzorgde aankleding’ vallen op. Veel lof ook voor Coen Flink, die de hoofdrol speelt.

Van der Does vond ook twee ontwerpen voor Een idealist van Jack Dixon uit 1963 voor de VPRO. Dit is een drama over koning Herodes. Op de foto’s uit de collectie van Beeld en Geluid zijn de schetsen en het resultaat te vergelijken. Dit programma is live uitgezonden op 17 januari 1963.

In de garage van Van der Does kwamen verder een serie decortekeningen onder het stof vandaan voor het programma Romeo en Julia, wederom van Jack Dixon. Van der Does: “Ik was altijd blij als hij weer langskwam, dan wist ik dat ik iets moois kon maken.” In dit geval gaat het net als de twee producties hierboven om een historisch setting, maar dit maal is het decor zeer sterk gestileerd. Dixon stond er op dat het decor en dus de schetsen in kleur gerealiseerd worden, dat was voor de acteurs prettiger. (Een van die acteurs was trouwens Herman van Elteren.) De theateruitvoering van Romeo en Julia is voor televisie teruggebracht tot 2 uur. Volgend De Telegraaf had de uitvoering “stijl en sfeer, waardigheid en bovenal ook romantiek en weemoed.” De recensent van Het vrije volk heeft wel het een en ander aan te merken, maar besluit als volgt: “Dank zij Dixons voortreffelijke regie, fraaie schermscenes en een stijlvol decor van JAn van der Does werd het geheel echter toch een televisiemanifestatie die er zijn mocht.” Meer (zwart-wit) foto’s van dit programma zijn te zien in de Beeldengeluidwiki.nl: Gallery:Romeo en Julia.

Tentoonstelling Herman van Elteren

Nog tot en met 2 februari te zien in De Speeltoren in Monnickendam: een overzichtstentoonstelling van Herman van Elteren. Met maquettes, kostuumontwerpen, beeldhouwwerken, bewegend beeld en meer uit de collectie van het Theater Instituut Nederland. Van Elteren (1928) is bekend als acteur en ontwerper in het theater, maar hij werkte ook korte tijd bij de Afdeling Decorontwerp van de NOS/NOB begin jaren negentig. De tentoonstelling is op zaterdag en zondag open van 11.00 tot 17.00.

Herinneringen aan: Wim Bijmoer

In de rubriek ‘Herinneringen aan’ verhalen over decorontwerpers en ontwerpassistenten die er niet meer zijn. Deze keer: Wim (Willem) Bijmoer (1914-2000)

Freek Biesiot: “Willem Bijmoer was een theaterman en dat merkte je als hij in de buurt was. Grote gebaren, enorme stembuigingen, prachtige verhalen compleet met stemimitaties. Ko van Dijk kon hij goed nadoen, dan liet hij zijn stem bulderen. Hij was een bezeten tekenaar die tot tien enorme vellen op een dag volschilderde. Zijn talent had een keerzijde. Er waren maar enkele regisseurs die zijn enorme presence in de door hen gewenste richting konden sturen. Bovendien zijn zwierige schetsen niet altijd te vertalen in realiseerbare constructies van hout en schotten. De technisch tekenaars vervielen soms in wanhoop. Auk de Vries werkte vaak als zijn assistent, dat was een goede combinatie.”

Decorschets van Wim Bijmoer voor Café Chantant in het programma Hollandse glorie van Walter van der Kamp (AVRO, 1976). Decorontwerp voor deze productie deed Bijmoer samen met Theun van de Woestijne.

Decorschets van Wim Bijmoer voor Café Chantant in het programma Hollandse glorie van Walter van der Kamp (AVRO, 1976). Decorontwerp voor deze productie deed Bijmoer samen met Theun van de Woestijne. Collectie: Cor Straatmeijer.

“Hier openbaarde zich het verschil tussen theater en NOS. Bij theater kan je als ontwerper meestal met een klein vast decorbedrijf werken, met directe verbindingslijnen en intensief contact. In vergelijking was de NOS een enorm en vaak bureaucratisch, onpersoonlijk bedrijf waar alles via papier geregeld moest worden. Om te voorkomen dat de tekeningen mooier waren dan het resultaat was Bijmoer vaak te vinden bij de jongens van de bouw.”

Leo Ooijkaas stuurde een herinnering op die daar mooi bij aansluit:”Wanneer Wim -Willem noemden wij hem- Bijmoer bij de voorbouw van een door hem ontworpen decor even kwam kijken hoe het ging, presenteerde hij alle bouwers die met het decor bezig waren een sigaret uit een net nieuw geopend pakje. Roken was toen nog heel gewoon en bijna iedereen rookte. Nadat het decor bekeken en besproken was liet hij altijd het geopende pakje op de werkbank achter als extraatje voor de jongens. Zonder er iets over te zeggen, alsof hij het gewoon vergeten was. Ik vond dit altijd typisch iets voor een oude sociaaldemocraat, maar het was ook een beetje vooroorlogs.”

Freek Biesiot: “Willem was tegen elke vorm van machts-baasjes gedrag en enorm loyaal aan de afdeling. Hij kon geweldig kankeren op de bureaucratische wantoestanden. Op vergaderingen zat hij grommend van ergernis zich te verbijten om dan plotseling met een sprankelende anekdote de hele spanning te laten wegvloeien.”

“Willem wist veel van kunstgeschiedenis. Op latere leeftijd ging hij geillustreerde boekjes maken van zijn reizen. Daarin tekende en schreef hij dan over de lokale architectuur, decoratieve patronen, kunstgeschiedenis van de streek. Zo onderwees hij de jonge ontwerpers een beetje.” Hieronder zie je een aantal pagina’s uit zo’n boekje van een reis naar Griekenland (uit de collectie van Beeld en Geluid).

This slideshow requires JavaScript.

Ook een herinnering of verhaal delen? Stuur een berichtje aan info@vormvanvermaak.nl of aan Freek Biesiot.