Peter Zwart: het hemelbed

Het is misschien wel het minst mooie decorontwerp van Peter Zwart, maar er bestaat wel een mooie beschrijving van. In het boekje Goeden avond, dames en heren! ‘Close-ups’ en ‘long-shots’ uit de televisiewereld beschrijft Mies Bouwman het ‘hemelbed’ van de omroepsters in studio B:

“Nu het aantal Eurovisie-uitzendingen met de dag groter wordt is de vraag naar een vaste plaats voor de omroepster naar voren gekomen, een plaats die eens en voor altijd goed ‘uitgelicht’ kon worden, zodat men de schakelaar maar om hoefde te draaien en de camera in stellen om, bij wijze van spreken, binnen vijf minuten na aankomst in de studio te kunnen beginnen. Om aan deze dringende behoefte te voorzien hebben de technici in Bussum een plaatsje in de hoek van de filmshowroom uitgezocht, daar een vierkanten houten verhoging neergepoot en daarop een keukenstoel, precies in het midden. Langs het ijzeren frame rondom, dat door gebrek aan tralies nog net geen kooi is, hing men de lampen en middenboven verbond men aan een oude bezemsteel de microfoon. En ziedaar, dames en heren, ons hemelbed. In dat wonder van vernuft en techniek tronen wij, de omroepsters, en kondigen u de boeiendste programma’s aan op een keukenstoel. Wilt u wel geloven dat ik vaak de behoefte bijna niet kon bedwingen om tegen u te zeggen: ‘Bent u niet eens nieuwsgierig hoe wij hier altijd zitten? Ja hé? Nou, dan zal ik dat u eens laten zien. Hieboven mij hangt een een versleten NTS-bezem…”

Het bouwen van het ‘hemelbed’  ging iets minder improviserend dan Mies Bouwman het hier zo aardig beschrijft, er is immers een ontwerptekening. Onder de prak is plaats voor 10 verschillende omroepsterswandjes met vrolijke patronen of effen grijstinten, die al naar gelang de kleding van de omroepster gekozen worden. En de omroepsters krijgen een lessenaartje zodat ze kunnen spieken op hun aantekeningen.

Typerender voor het tekentalent en stijlenkennis van Zwart is zijn ontwerp voor een heel ander hemelbed, namelijk een hemelbed dat een van de hoofdrollen speelt in een televisiespel.Het stuk Het hemelbed is in 1942 geschreven door Jan de Hartog en wordt op 11 juni 1958 door VPRO-regisseur Jack Dixon voor de televisie gebracht. De plannen daarvoor zijn al twee jaar eerder gemaakt, maar Dixon moest wachten tot de twee door hem gewenste acteurs, Kees Brusse en Elisabeth Anderson, beschikbaar waren. Het hemelbed vormt de spil in een geschiedenis van een huwelijk, want in dat bed wordt gehuild, gelachen, er worden kinderen in geboren en men gaat er ten slotte in dood. Omdat het 1958 is, worden er in het bed overigens geen kinderen verwekt, maar voor de zekerheid vertelt Dixon toch aan De Telegraaf dat het stuk niet geschikt is voor jeugdige kijkers.

Het spreekt voor zich dat het hemelbed een indrukwekkend geval is. Peter Zwart beeldhouwt de pilaren eigenhandig zo is te lezen in Het vrije volk van 11 juni 1958. Het bed blijft maar de kamer er omheen verandert drastisch in de loop van het spel. Hoe dat te realiseren? De goedkoopste oplossing is twee kamers en één hemelbed op wielen. Een live changement lijkt met deze oplossing haalbaar, maar de acteurs verouderen ook elke akte en zitten dus lang in de schmink. Daarom wordt het een telerecording, op dinsdag, één dag voor de uitzending opgenomen. Dixon laat de verandering in tijdsbeeld tussen de zes aktes zien door middel van tekeningen gemaakt door Cor Hermeler.

De volgende dag schrijft de recensent van Het vrije volk dat het een ‘grandioos’ spel is geweest: “met steeds het indrukwekkende bed als ‘derde speler'”. “De overgangen door middel van prenten waren ondanks het voortreffelijke idee naar ons gevoel toch wat abrupt en vielen door hun nuchtere informatie naast de sfeer. Maar dat deed niets af aan de waarde van deze indrukwekkende TV-avond.” Voor Jack Dixon was het overigens de eerste keer dat hij zijn eigen werk op televisie kon zien en daar was hij best een beetje benauwd voor, zo vertelt hij aan De Telegraaf. 

Nic. van Baarle, filmarchitect en decorontwerper. 1920-1984

Door Xandra van Baarle

,,Je bent te laat, Van Baarle!”.

,,Oh, maar ik ga ook wat eerder weg!”

,,Dan is het goed.”

Portret (tele-snap) van Nico van Baarle zonder snor, vermoedelijk begin jaren vijftig. Collectie Xandra van Baarle

Portret (tele-snap) van Nico van Baarle zonder snor, vermoedelijk begin jaren vijftig. Collectie Xandra van Baarle

Niet iedereen begreep mijn vader altijd. Zelfs zijn baas toen bij de Cinetone Studio’s, Bobby Rosenboom. Dus het was thuis altijd lachen geblazen als hij weer met zo’n belevenis thuis kwam. Belevenissen waar ‘tijd’ een prominente rol in speelde. Tijdens zijn werk bij Cinetone in Duivendrecht, waar hij in 1952 aan de slag ging, en daarvoor bij zijn werkgevers Joop Geesink, Marten Toonder en Multifilm, waren begin- en eindtijden nog iets waar je samen wel uitkwam. Kantoortijden? Dat was iets voor de ‘rest van Nederland’. En daarom kreeg hij het steeds moeilijker toen hij eenmaal in vaste dienst was bij de NTS, later NOS, later NOB. ,,Ze denken toch niet dat ik vroeg in de ochtend een romantisch decor ga ontwerpen?”, bromde hij vanonder zijn enorme snor. ,,Ze noteren daar wel dat ik na negen uur binnen kom maar niet dat ik tot ’s avonds laat door blijf werken.” Alleen om dat ‘kantoortje spelen’ in Hilversum – waar volgens hem ook steeds meer formulieren werden bedacht om de ontwerpers van hun eigenlijke werk af te houden – , vond hij het altijd geweldig om op locatie te werken. Ooit Brabant en België voor Lust for Life van regisseur Vincente Minnelli, Amsterdam voor Ciske de Rat (de eerste) en Giethoorn voor de film Fanfare. Voor de tv onder meer Eijsden en wijde omtrek voor de serie Dagboek van een Herdershond. Hoe prettig dat was met zo’n vrijwel altijd gezellige club mensen, heb ik mogen ervaren tijdens het maken van een reportage voor het Algemeen Dagblad. Eén foto hieruit hangt nog steeds boven mijn bureau en doet me dagelijks glimlachen.

Toch was het niet alleen kommer en kwel in dat strakke pand in Hilversum. De ontwerpers hadden daar hun eigen wereld geschapen. De deur tussen kale gang en werkruimte was de grens tussen eindeloze grijze saaiheid en een kleurrijk paradijsje omdat de hele handel was opgevrolijkt met decorstukken, nepbloemen, tekeningen en allerlei soort wonderlijke rekwisieten. En zo was de maquette-afdeling op het eerste gezicht slechts toegankelijk door een heel klein deurtje dat op de echte deur was bevestigd. Lachen! Soms gingen de ontwerpers – en zielsverwante collega’s van andere afdelingen – zelfs met elkaar sporten. Volleyballen met hun clubje LVDB (Laat Vallen Die Bal) of – toen had je nog echte winters – schaatsen. Dat was vooral voor de uit Suriname afkomstige Jo Rens een heel gedoe. Maar hij kon weer veel beter pom maken en daar heeft menig gezin van de ontwerpers van mogen meegenieten. Die smaak heeft nooit iemand meer kunnen evenaren. Of komt dat door de herinnering aan die gezellige man die zelf de jurkjes van zijn mooie dochters maakte? Mijn vader was gek op hem en at zelfs een sinaasappel – deed hij anders nooit – als Jo hem aanbood in zijn mooie zwarte hand.

nos pasjeIn ieder geval dachten wij thuis altijd dat het werk van een ontwerper één groot feest was. Beetje tekenen, grappen uithalen, aanwijzingen geven bij de decorbouw en in één van de studio’s de opnamen bijwonen van een programma dat zij vorm hadden gegeven. Een tijd lang kon mijn vader het spel nog meespelen en de schone schijn ophouden. Maar de sfeer en het werk daar in Hilversum – wij zijn nooit naar de tv-streek verhuisd – werd minder en minder. Vooral toen hij chef werd, of zoiets. Zijn enthousiasme droogde op. Hij werd stiller. En vooral na zijn eerste hartinfarct somberder. Mooie verhalen over zijn werk kwamen steeds vaker uit een ver verleden. Die vergeten wij – drie kinderen – nooit. En zijn kleinkinderen – alleen zijn oudste kleindochter heeft hij even mogen meemaken – krijgen ze nog vaak te horen. Zijn prachtige schilderijen en tekeningen hangen bij ons allemaal in huis. Mooie herinneringen aan een rijk verleden. En aan een geweldige vader die veel te jong is overleden.

 

Foto’s Show me the news

Heb je foto’s gemaakt van de tentoonstelling die je wil delen, stuur ze door naar info@vormvanvermaak.nl.

Research en voorbereiding

 

Opbouw

Opening

Etage Nieuw, nieuwer, nieuwst. De vormgeving van het NOS journaal en RTL nieuws

Etage videokunst: Oorlog op de keukentafel

Etage nieuwsfotografie: Bert Verhoeff

Bruikleenborrel

Gastenboek

decors van Dorus: Borsten

Dorus van der Linden haalt herinneringen op aan de producties waar hij aan heeft gewerkt. Deze keer schrijft hij over de film Borsten, van Marion Bloem voor de IKON in 1981.

Dorus: “Voor het programma Borsten van Marion Bloem bleek, toen wij elkaar ontmoetten om de plannen te bespreken, eigenlijk nauwelijks budget beschikbaar om een decor te laten bouwen. De bedoeling was dat een jong meisje door het decor lopende allerlei soorten en maten borsten tegen zou komen en dat ook normale gebruiksvoorwerpen de vorm van borsten zouden hebben (meer info op de site van Marion Bloem, hier zijn ook enkele achter-de-schermen foto’s te zien). Ik opperde als mogelijkheid dat ik een staketsel van frames in de studio kon laten neerzetten waar kunstacademie-vrienden en vriendinnen van de regisseur met papier en of lappen een soort wanden van zouden kunnen maken.

Het decor is gemaakt zoals ik had voorgesteld en de maquetteafdeling heeft een aantal gadgets gemaakt zoals borsten met een muziekmolentje erin en borsten als lichtknopjes (zie tekening hierboven). Bij de fotodienst wilde Marion foto’s laten maken van borsten in alle maten en soorten en in de meest vreemde omgevingen. Ik zei haar dat de fotograaf en de studio gratis faciliteiten waren maar dat de modellen door haar of door het IKON geleverd zouden moeten worden. Dat was volgens Marion geen punt!

Op de afgesproken tijd stapten een aantal vriendinnen bij de fotodienst binnen voor de fotosessie van borsten. Leendert Jansen was de fotograaf en ik had ter aankleding van de borsten verschillende rekwisieten laten komen; van ballonnen, grote brillen tot kerstklokjes aan toe. Deze foto’s moeten in het archief van NOS-FOTO zijn terug te vinden, wanneer ze niet door een liefhebber zijn ontveemd. Ook door de maquetteafdeling gemaakte borsten met muziek-molentjes en de dieptrek-borsten die bij de reliefafdeling waren gemaakt waren zeer in trek, je zag ze jaren later nog op vele afdelingen terug.”

Ontwerpassistentes over de magie van het werken bij decor

Ruim een jaar geleden, op 12 augustus 2014 om precies te zijn, vond een kleine decor-reuni plaats met Annechien Braak, Adine van den Bosch, Ellen Dekker en Liesbeth Jimmink. Vier vrouwen die gelijk na hun afstuderen op de afdeling decorontwerp aan de slag gingen als ontwerpassistent en/of decorontwerper en die er ook ongeveer gelijktijdig weer mee stopten. Ik schoof aan om te horen hoe zij terugkijken op hun periode op de afdeling.

Ellen en Adine kennen elkaar van de opleiding architectuur aan de KABK in Den Haag. Beide willen graag bij de NOS komen werken en sturen een sollicitatiebrief. Ellen: “Ik ben daarna wel drie keer op gesprek geweest bij Cor Straatmeyer, hij twijfelde. Toevallig liep Misjel Vermeiren langs en dat was mijn redding. Het leek hem wel gezellig, een stagiair. Hij had heel veel werk, deed altijd meerdere opdachten tegelijkertijd dus daarna bleef ik hem assisteren.” Adine wordt gekoppeld aan Hub Berkers die dan de Sterrenshow doet. Adine: “Het was achteraf gezien heel bijzonder, met Willem Ruis en elke keer weer zo’n giga-decor, maar het lag me niet. Jaap Binnerts, die bij Hub op de kamer zat, kreeg dat in de gaten en toen ben ik ‘overgestapt’.”

Liesbeth en Annechien komen van de Rietveld academie. Annechien: “In het eerste jaar van de opleiding scenografie kreeg ik een rondleiding door het decorcentrum. Ik vond het fantastisch, daar wilde ik absoluut werken! In het derde jaar liep ik stage bij Dorus van der Linden, maar die stage telde niet mee voor de opleiding. Het was immers geen theater. Toen ben ik overgestapt naar de richting audiovisueel, dat was veel vrijer en daar zeiden ze gewoon: doe wat jij wilt!” Op de eindexamenexpositie van de Rietveldstudenten komen Dorus, Cor Straatmeyer en anderen van de afdeling kijken. Liesbeth: “Ik had een goed afstudeerwerk en kreeg de opdracht voor een decor voor het programma Vloedlijn (RVU, 1985), ik werd gelijk in het diepe gegooid.”

Een vast contract zit er voor alle vier niet in, maar er is veel werk midden jaren tachtig. Het bestaan als freelancer heeft zijn nadelen, Annechien: “Je bent zo goed als je laatste werk”. Bovendien zitten ze niet bij afdelingsvergaderingen en hebben ze geen stem in de Programma Verdeel Commissie. Maar de nadelen wegen niet op tegen de voordelen. Adine: “Het was heel bijzonder. Je verzon iets, zette het op papier en dan werd het ook daadwerkelijk uitgevoerd, precies zoals je het bedacht had. Alle materialen, alle technieken en fantastische vakmensen stonden tot je beschikking. Dat was magisch.”

De NOS is ook in de jaren tachtig nog een mannenbedrijf. De jonge vrouwen gaan daar verschillend mee om. Ellen: “Als ik er nu op terugkijk, was ik erg onzeker en niet op mijn gemak. Ik probeerde het aardige, aantrekkelijke meisje te zijn, altijd een rokje aan, en beleefd lachen om al die platte grappen. ‘Kan jij een beetje timmeren? Zullen we dan een wipje maken?’” Adine: “Ik was daar niet zo door geïntimideerd, ik liep meestal in een tuinbroek.”

De ontwerpassistenten worden vooral ingezet bij grote producties, zoals historische drama-series of speelfilms, om de decorontwerpers bij te staan. Er zit een groot sociaal aspect aan dat werk, beamen ze alle vier. Liesbeth: “Je trekt dagenlang met elkaar op. Rekwisieten zoeken, lijsten maken, planningen bijhouden, de hele organisatie als er op meerdere lokaties opnames waren…” Ellen: “Dus het was ook wel erg belangrijk dat het klikte, dat het gezellig was. Wat dat betreft hadden de mannelijke freelancers het misschien wel lastiger.”

Rob Bogaerts / Anefo - Nationaal Archief De koningin mocht wel komen op de premiere van De aanslag, de NOS-crew niet.

Rob Bogaerts / Anefo – Nationaal Archief
De koningin mocht wel komen op de premiere van De aanslag, de NOS-crew niet.

In de jaren tachtig werkt een aantal decorontwerpers van de afdeling regelmatig voor Nederlandse speelfilms. Annechien assisteert Dorus onder andere bij De aanslag (Fons Rademaker, 1986). Annechien: “Iedereen was tot op z’n tandvlees gegaan, Dorus, ik, iedereen bij de NOS die erbij betrokken was, wekenlang, non-stop, alles uit de kast. Tijdens de montageperiode hoorden wij niets meer van de productie, maar in de pers werd het groter en groter. Zo groot dat er op de premiere geen plek meer was voor de crew. Dorus mocht komen, maar ik niet. Want de producenten en al die lui die het goed doen op een rode loper die gaan dan voor. Ik vond dat een ontluisterende ervaring, ik was wel even klaar met film. Later hebben Dorus en ik zelf een borrel voor de NOS-crew georganiseerd.” Liesbeth, die Dorus assisteerde bij De ratelrat (Wim Verstappen, 1987) en De kassiere (Ben Verbong, 1989) herkent dat: “Film was echt een andere wereld dan tv, hard, kil en extreem competitief.”

Bezoekerscentrum Primoso in Gulp waar Dorus van der Linden als artdirector namens NOB Decor voor werkte. Door financieel wanbeheer van de opdrachtgever liep het project uit op een faillissement.

Bezoekerscentrum Primosa in Gulpen waar Dorus van der Linden als artdirector namens NOB Decor voor werkte. Door financieel wanbeheer van de opdrachtgever liep het project uit op een faillissement.

Na verloop van tijd krijgen de vier vrouwen kinderen. Ellen: “Daar mocht je het niet over hebben, dat je je kinderen op moest halen of dat er een ziek was. Dan zei ik dat ik een afspraak had, dat klonk wel interessant. Het was voor mij ook wel een van de redenen om te stoppen. Ik heb tot ongeveer 1997 nog freelance opdrachten aangenomen, maar ik was al een opleiding tot tekentherapeute aan het volgen en dat contrasteerde zo met elkaar, dat ik toen definitief met decor gestopt ben.” Liesbeth: “Mijn laatste project was het Primosa-project met Dorus. Daarna besloot ik na een medische ingreep dat ik meer tijd met mijn kind wilde doorbrengen. De slechte afloop van het Primosa-project, waar Dorus erg onder leed, was ook niet bepaald een reden om weer terug te verlangen naar dat werk.”

Annechien maakte in 1992 de overstap naar productie, dus bleef bij de televisie, maarin andere functie: “Het is in de film- en tv-wereld zo dat de medewerkers heel erg loyaal zijn aan een productie. Dat was bij de decorontwerpers zeker het geval. Zij hadden geen privé-leven, ze leefden voor hun werk, gingen altijd tot het uiterste. Het is dan heel erg pijnlijk om er achter te komen dat die loyaliteit van je werkgever – de NOS en de omroepverenigingen – niet wederzijds is. Je vliegt er gewoon uit omdat iemand van bureau McKinsey dat zegt. Wat er in de jaren negentig bij de decorontwerpers gebeurde, heb ik later nog vaak gezien gebeuren en ik heb het als producent zelf ook meegemaakt.”

Maar van spijt is absoluut geen sprake. Adine: “De research die erbij kwam kijken was zó leuk, je moest je helemaal verdiepen in de vreemdste werelden, heel veel onderzoek doen en je er helemaal in onderdompelen. En dan was het weer klaar en gelijk door naar de volgende productie!” Annechien: “Daarom vond ik bijvoorbeeld Iris (Mady Saks, 1987) heel erg leuk om te doen. Ik wist op een gegeven moment echt alles van het leven en werk van een veearts! Ik heb nog steeds heel veel plezier van alle kennis die ik door al dat soort research heb opgedaan.”

Meer lezen over Adine, Annechien, Ellen en Liesbeth? Biografieen en oeuvrelijsten van deze ontwerpassistenten/decorontwerpers vindt je in de Beeldengeluidwiki.nl via deze links:

Boerin in Frankrijk

De serie Boerin in Frankrijk waarvoor Fokke Duetz bovenstaande ontwerpen op papier zette, verhaalt over het zware leven van boerin Wil Den Hollander-Bronder die in 1952 naar het Franse platteland verhuist. Den Hollander schreef haar belevenissen op in romans en die vormde de basis voor het scenario van de serie die in 1973 in productie ging onder leiding van NCRV regisseur Bob Löwenstein.

De hoofdrol werd gespeeld door Lia Dorana. Deze actrice was enkele jaren daarvoor na een geflopte one-woman-show met haar man en een tentje in de auto gestapt en had zich op het Franse platteland afgezonderd voor de crisis in de Nederlandse toneelwereld, het aftakelende leefmilieu in het overvolle Nederland. Voor Den Hollander was het geen zelf verkozen isolement, haar man kon geen werk krijgen in Nederland, maar wel in Frankrijk en zij moest mee. Het lukte door taal- en cultuurverschillen niet om te aarden, zelfs met de in Frankrijk geboren kinderen was de band moeizaam. Dan was er nog sprake van allerhande tegenslag, armoede en ziektes.

73-07-03 De telegraaf

Foto gemaakt bij de opnames voor het dorpsfeest, op de laatste opnamedag in Inval Boiron voor Boerin in Frankrijk. Bron: De Telegraaf 3-7-1973

De echte boerin was overigens betrokken bij de opnames die voor een groot deel plaatsvonden in haar boerderij en op haar eigen erf in het dorpje Inval Boiron. Ze leerde Dorana bijvoorbeeld koeien melken en verzorgde de cast en crew. Omdat ook de bewoners van het dorpje figureerden als zichzelf werd het een behoorlijk authentieke weergave van de gebeurtenissen in de boeken. Toen Den Hollander de eerste twee afleveringen zag, zei ze dan ook met tranen in haar ogen tegen Löwenstein dat het precies zo was geworden hoe ze het had geschreven.

Er waren voor de opnames 44 filmdagen in Frankrijk, 8 dagen in Nederland en 21 dagen in de studio nodig. Het werd dan ook een serie van 13 afleveringen. Naast Lia Dorana en Roger Coorens in de hoofdrollen, speelden in totaal 94 Nederlandse, Belgische en Franse acteurs en figuranten mee.

Voor de studio-opnames ontwierp Fokke Duetz een onbekend aantal sets. In totaal zijn daar vanuit drie verschillende collecties zes ontwerptekeningen naar boven gekomen. Duetz was blijkbaar vrijgevig, ook tekeningen van andere producties – De klop op de deur, Het meisje met de blauwe hoed, Marijke – zijn op vergelijkbare wijze verspreid geraakt. Het aardige is natuurlijk dat ze door de inventarisatie van ontwerparchieven voor dit onderzoeksproject weer een beetje bij elkaar gebracht worden. In het geval u ooit decortekeningen van Duetz hebt mogen ontvangen… ik hoor graag van u!

bronnen: Het vrije volk, 3-7-1973, De Telegraaf, 04-10-1973, Beeldengeluidwiki.nl

Decors van Dorus: Sonja

Dorus van der Linden haalt herinneringen op aan producties waar hij voor heeft gewerkt. deze keer: Sonja op maandag (VARA, 1981 – 1996).

Dorus: “Voor de programma’s van Sonja Barend heb ik samen met de regisseur van dienst vele jaren het decor bedacht. Met Egbert van Hees had ik een plan om Sonja in een levensgroot opengewerkt koffiekopje te zetten en daar haar gasten, die op verschillende taartjes zaten, te laten ontvangen. Sonja dacht dat ik een grapje maakte maar Egbert van Hees begreep dat het plan mij ernst was. Hij zei: “als het een eenmalig programma was zou ik zo met je mee gaan, maar dit plan als seriedecor gaat me te ver.” Het werd dus een ander ontwerp met een harig roze bank, door Sonja ‘het hoerenbankje’ genoemd.

Den uyl te gast bij Sonja te midden van tropische planten

Den Uyl te gast bij Sonja te midden van tropische planten

Er kwam ook een serie programma’s met Sonja waar één gast centraal stond. De gast van de avond mocht het programma min of meer samenstellen en had ook inspraak op de omgeving waarin het gesprek zou plaatvinden. Joop den Uyl, een van de gasten, wilde een soort oerwoud. Omdat het NOS bloemenatelier vooral gespecialiseerd was in ‘kunst’-natuur bracht ik een bezoek aan de Fa. van Vliet en Wielinga in Amsterdam-Oost, die zich hadden gespecialiseerd in de verhuur van exotische bomen en planten. Daar rondlopend door de enorme plantenkassen zag ik een aantal flamingo’s rondstappen en ik zag die ook wel in de studio rondlopen. Dhr. van Vliet (of Wielinga) zei dat dat geen enkel probleem was: “Zegt u maar hoeveel?” Op mijn vraag hoe die beesten naar de studio in Hilversum vervoerd zouden worden kreeg ik ter plekke een demonstratie. Hij greep de flamingo’s bij hun lurven, vouwde ze keurig ineen en rolde ze stuk voor stuk in een soort traploper. Zo zouden ze, op de achterbank van zijn Mercedes, de weg naar Hilversum afleggen. Daarna even uitschudden en klaar!

Ik herinner me nog goed dat ik Sonja een keer vroeg haar handtekening op een papiertje te zetten. Toen ik die bekeek en opperde dat daar een mooie, en zeer herkenbare, neon van gemaakt zou kunnen worden was Ellen Blazer mordicus tegen. “Dat heb ik al ‘ns gezien bij de TROS was haar commentaar, maar het gebeurde toch. Het doet me nog steeds deugd dat jaren later, toen andere ontwerpers het programma vorm gaven, die handtekening in neon nog steeds werd gebruikt. Het was intussen het handelsmerk van het programma geworden.

De bezoeken van Ellen en Sonja aan mijn op de afdeling decorontwerp staan me nog steeds scherp in het geheugen. “De dames komen vandaag!” Dat betekende: meubels uitzoeken voor de presentatiesets. In het rekwisietenmagazijn vond Ellen een antieke jugendstil tafel met stoelen ineens héél geschikt. Ik opperde dat dát soort rekwisieten niet mochten worden gebruikt in een basisdecor maar Ellen was al aan het bepalen waar de gaten in het tafelblad geboord moesten worden voor de microfoonkabels. Aan alle programma’s met Sonja waaraan ik heb gewerkt van Fanclub, Yin Yang, Rood,wit,blauw tot en met Sonja op maandag bewaar ik heel goede herinneringen.”

Decors van Dorus: Klokhuis

Dorus van der Linden haalt herinneringen op aan tv-producties waar hij als decorontwerper aan heeft gewerkt. Deze keer: Het klokhuis.

Dorus: “Ik nam af en toe een studioperiode voor Het klokhuis over van mijn broer Stef. In een van die periodes kwam een scene voor waarin Aart Staartjes vertelt waarom hij altijd op een vast tijdstip een bezoek brengt aan het Aquarium in Artis. Dat is wanneer de ramen van de aquaria van binnen door een zeer aantrekkelijke dame worden schoongemaakt. Dat betekende dus voor mij als ontwerper: een groot bassin met water, vissen en waterplanten maar… de budgetbeheerder van de NPS was iets minder enthousiast over dit idee.

Toen heb ik bedacht: eenvoudig een plexiglazen wand, omgekeerde (kunststof) planten uit het NOB ‘bloemenatelier’, onderin een bellenblaasmachine en een mist- en windmachine om golvend water met luchtbellen te suggereren. Tussen de ‘waterplanten’ bewoog mijn assistente vissen op stokjes heen en weer. De aquarium-schoonmaakster bewoog met zwemmende bewegingen langs de ramen. Deze simpele oplossing gaf een dermate realistisch effect dat iedereen verrast was.”

Showdecors van Cor Hermeler

Deze decorontwerpen komen uit de collectie van Beeld en Geluid, over herkomst en verwerving is niets bekend. In de doos zaten naast deze ontwerpen van Cor Hermeler, nog schetsen en tekeningen van Mia Schlosser, Fokke Duetz en Huub van Gestel.

Nog twee decorontwerpen gevonden van Els Salomons