Een virtuele wandeling

achterdoek (Hollandse Handen)

achterdoek door Peter van Oostrum (Hollandse Handen)

Toeval bestaat niet. Maandag bracht ik het achterdoek dat tijdens de tentoonstelling I go walking in your landscape op de videovloer in Museum Hilversum hing weer terug naar Hollandse Handen en op dezelfde dag meldt de maker van dit doek, Peter van Oostrum zich!

flyervoorzijde-300x420Nu de tentoonstelling voorbij is, licht ik nog even toe wat er te zien was en waarom. Twee etages van de drie etages in het museum waren voor fotograaf Kim Boske. In tegenstelling tot een ‘gewone’ foto, die in de regel een heel kort moment in tijd en een heel specifiek perspectief weergeeft – bouwt zij haar beelden laag voor laag op uit meerdere foto’s. Zo schildert ze als het ware met fotografie en versmelten tijd en ruimte met elkaar.

Zeer bijzonder is haar recente videowerk, wat in Museum Hilversum voor het eerst te zien was. Deze bewegende foto’s zijn gelaagde beelden die door toevoeging van videoprojectie een magische uitwerking hadden op bezoekers. De titel van de tentoonstelling I go walking in your landscape ontleenden we aan een van haar fotoseries gemaakt in Amsterdamse stadsparken. Tijdens wandelingen door die parken maakte ze op meerdere momenten en op verschillende plaatsen foto’s die ze versmolt tot één beeld. Zo respresenteert ze de gehele wandeling in één beeld.

Die gedachte, het visualiseren van een wandeling door de natuur, een ervaring in tijd en ruimte, nam ik vervolgens als uitgangspunt voor de kelderverdieping, de videovloer. Daar was de afgelopen jaren al regelmatig videokunst te zien (uit de collectie van LIMA) en nu wilde ik een combinatie maken van videokunst en mediavormgeving. Mediavormgeving is door de aanwezigheid van de media en de media-afdeling van de HKU natuurlijk een typisch Hilversumse discipline en hoort daarom thuis in Museum Hilversum.

Het werk Mastering Bambi (2010) van Persijn Broersen en Margit Lukács is een digitale remake van enkele scenes uit Disney-klassieker Bambi uit 1942. De makers voeren de kijker mee door het bos dat opnieuw is opgebouwd uit digitaal bewerkte foto’s van bestaande bomen, rotspartijen en andere elementen. De ‘platte’ beelden staan als in een virtuele kijkdoos op verschillende afstanden waardoor diepte ontstaat. In hun lezing afgelopen weekend bij Museum Hilversum lieten Broersen en Lukács zien dat die werkwijze terugverwijst naar de analoge opnamemethode waarmee in 1942 de bos-scenes tot stand kwamen (zie: Walt Disney’s Bambi: The Magic Behind the Masterpiece). Door subtiele afwijkingen van het origineel, een nieuw score met vervreemende dissonanten, maar bovenal door de hoofdrolspelers weg te laten, ontdoen Broersen en Lukács Bambi van de wat naieve, romantische visie van Disney op de natuur en worden andere interpretaties mogelijk.

Een beeld uit Mastering Bambi van Broersen & Lukács (2010)

Een beeld uit Mastering Bambi van Broersen & Lukács (2010)

De makers van Mastering Bambi plaatsen de achtergrond en de ‘background art’ op de voorgrond. Het achterdoek van Peter van Oostum hing in de tentoonstelling zodoende bij dit werk. In de televisiestudio vormt een doek als dit de achterste laag, de achterzijde van de kijkdoos. Door er lagen voor te plaatsen, zoals wat boomstammen, takken en struikjes, wordt de televisiestudio op het beeldscherm een bos. En net als het bos in Disney’s Bambi, is het bosdoek van Van Oostrum een geidealiseerd beeld. De blaadjes zijn groener, het licht valt precies goed en van mensen geen spoor te bekennen.

Tegenover het achterdoek en Masting Bambi speelde een langwerpige animatie van Jacco Olivier. Olivier begon als schilder, raakte geïnteresseerd in animatie en heeft nu veel succes met zijn geschilderde animaties. Het werk Cycle is een visualisatie geïnspireerd door een fietstocht vanuit een stad naar de natuur. Het landschap is opgebouwd is uit verschillende verflagen die elkaar overlappen en elk in hun eigen tempo voortbewegen. Het landschap waar Olivier ons in meeneemt, wordt steeds abstracter. Eindigt de tocht in het heelal, onder water of bewegen we ons op het laatst op moleculair niveau? Net als bij Mastering Bambi heeft de kijker de vrijheid om zelf betekenis te geven aan hetgeen hij of zij ziet.

Cycle van Jacco Olivier (2012). Foto door Todd Johnson.

Cycle van Jacco Olivier (2012). Foto door Todd Johnson.

Titelrol van Ton Holst voor Een land waard om in te leven (1977). klik op de afbeelding voor de grote versie

Titelrol van Ton Holst voor Een land waard om in te leven (1977). klik op de afbeelding voor de grote versie

Cycle van Jacco Olivier deed me denken aan de titelrol van Ton Holst voor het tv-programma Een land waard om in te leven uit 1977. De overeenkomsten zijn evident: het langwerpige formaat, de kleuren, de voorstelling en ook de grote variatie aan verftechnieken die Olivier en Holst gebruiken. De titelrol van Holst hing in de tentoonstelling helemaal uitgerold, maar eigenlijk is het ook een animatie. Op een titelrolapparaat werden dit soort rollen voor de camera afgedraaid door de toneelmeester. Ondanks dat het met de hand beschilderen en kaligraferen van zo’n titelrol veel werk was, was deze werkwijze vele malen sneller en goedkoper dan een animatie maken op film. En de digitale technieken die Olivier gebruikt waren er in 1977 natuurlijk nog niet. Op het scherm zagen de kijkers de titelrol langzaam aan zich voorbij trekken, maar in de tentoonstelling moesten bezoekers er zelf langs wandelen voor dat effect.

Last but not least was er in de knusse ruimte onder de trap een bijzonder spel te spelen van Pietro Parisi die daarmee afgelopen jaar afstudeerde aan de HKU opleiding Game Design. Parisi liet zich bij het ontwerpen van Bosqo inspireren door de gedachte dat een ontwerper een tuinier is (naar Brian Eno’s tekst ‘The composer as gardener’). Een klassieke architect bedenkt van te voren precies wat de uitkomst moet zijn en werkt daar vervolgens naar toe, maar een tuinier plant de basiselementen, laat ruimte aan het toeval en aan organische processen en stuurt daarna alleen een beetje bij. Zo creeërde Parisi een virtueel eiland met een eigen ecosysteem. Hij stelde de basisvormen en de regels vast, maar het eiland is telkens wanneer je het spel start anders van vorm en de bomen volgen hun eigen set van regels.

De speler krijgt een controller in handen en moet zelf op ontdekkingstocht, er zijn geen doelen of regels. Het dwalen over het gestileerde eiland is beloning an sich doordat kleuren, bomen en klanken continue veranderen. De speler wandelt door een muzikale tuin. Na verloop van tijd ontdekt de speler de lichtbundels met dennenappels die hij of zij vervolgens zelf weer kan planten. De speler kan op deze manier enige invloed uitoefenen op het ecosysteem van het eiland. In Bosqo kan je een virtuele wandeling maken en virtueel tuinieren.

This slideshow requires JavaScript.

Het werk van Kim Boske en de videokunst en mediavormgeving maken deze week plaats voor de World Press Photo (13-12-2014 t/m 7-1-2015) en daarna volgt Show me the news (14-1-2015 t/m 22-3-2015) waarin weer veel audiovisuele vormgeving te zien is.

Save the date: 17 januari 2015

Boinnggggg…. belangrijk nieuws!. Op 17 januari 2015 is de officiële opening van de tentoonstelling (nog even zonder titel, suggesties zijn welkom) over het nieuws met nieuwsfotografie (van Bert Verhoeff), videokunst (uit de collectie van LIMA) en televisievormgeving (voor NOS Journaal en RTL Nieuws). Dat alles natuurlijk bij Museum Hilversum aan de Kerkbrink.

header kleur 2091x325

Op de etage over televisievormgeving komen tekeningen, foto’s, schetsen, maquettes en andere zaken die de afgelopen weken door diverse decorontwerpers, artdirectors, operator, grafici en componisten uit garages, kelders, archiefkasten en zolders gevist zijn. We tonen ook enkele ‘objecten’ uit de collectie van Beeld en Geluid.

En daar (bij Beeld en Geluid op het Mediapark dus) is vanaf volgende week (25 november) ook een tentoonstelling over het nieuws te zien. Voorbij het nieuws laat verbanden zien tussen nieuwsthema’s, hoofdrolspelers, redacteuren en (sociale) media uit de laatste tien jaar. Televisievormgeving is geen onderwerp in Voorbij het nieuws, maar de vormgeving van de tentoonstelling zelf (Chris Koolmees) ziet er goed uit!

Decors van Dorus: Sesamstraat

Dorus van der Linden vertelt over zijn decors. Deze keer over de twee decors voor Sesamstraat (NOS), één op lokatie in Thorn (1976) en één in de studio in Bussum (1977).

Dorus: “Na een eerdere, mislukte poging (Sesamplein) kwam Ton Hasebos (regisseur kinderprogramma’s bij de VPRO zoals Kabouter Kandelaar) met een nieuwe opzet voor een Nederlandse versie van het Amerikaanse programma Sesame Street. De opnamen daarvan zouden plaatsvinden in het Limburgse “witte” stadje Thorn, omdat -zoals werd beweerd- Ton Hasebos daar een buitenhuisje bezat. In en aan een gerestaureerd monument (te zien op bvenstaande foto’s) werden decor-elementen en een ruime hoeveelheid rekwisieten aangebracht.”

“Er kwam een winkeltje voor Sien, een werkplaats voor Piet en een groot nest voor Pino. De rekwisieten werden verzorgd door Jan Jonker persoonlijk (zelfs met hulp van zijn vrouw).”

“Ton Hasebos vroeg mij voor de opnamen of ik niet een ‘handyman’ voor hem wist, iemand die tijdens de opname kunst- en vliegwerk kon verichten met betrekking tot handrewisieten. Omdat mijn jongste broer Stef dat jaar was afgestudeerd aan de academie voor expressie in Utrecht, heb ik hem aanbevolen. Op de set ontdekte Ton dat mijn broer ook les had gehad in poppenspel en uit een oude bontjas van mevrouw Hasebos was ‘Tommie’ geboren.”

“Een aantal jaren heeft mijn broertje in Sesamstraat ‘Tommie’ gespeeld. Ook zijn vriendin cabaretiere Marijke Boon, heeft nog meegespeeld als Tommie’s vriendin ‘Troel’. Ze speelden ook nog in het tweede decor, door mij ontworpen in studio IIIB in Bussum. Van dit decor bestaat de maquette nog, die staat bij Beeld en Geluid in het depot (zie de foto’s hieronder).”

 Aanvulling september 2015: Beeld en Geluid heeft de maquette in 2014 opnieuw gefotografeerd, deze is hier te zien in.beeldengeluid.nl

Decoratie en achterdoeken

Terwijl de voorbereidingen voor de tentoonstelling over de vormgeving van het NOS Journaal en RTL Nieuws bij Museum Hilversum (opening op 17 januari 2015) in volle gang zijn, blijft het decor-onderzoek natuurlijk (zachtjes) doorlopen.

Naar aanleiding van de foto’s van Martien van den Dijssel mailde Hannemiek Kerstens, dochter van Toon Scheerder nog een aantal foto’s van haar vader en zijn collega’s door. Toon Scheerder werkte van 1956 tot 1981 als decorateur bij de NTS/NOS.

 

Overigens is tot zondag 7 december een van de achterdoeken van de afdeling Decoratie te zien in Museum Hilversum in combinatie met andere mediavormgeving en mediakunst. De maker van het doek hebben we helaas niet kunnen achterhalen, maar misschien is het wel een van de heren op bovenstaande foto’s. Hollandse Handen heeft nog een aantal doeken in de verhuur en deze zijn online te zien via deze link: http://props.hollandsehanden.nl/ Laat het me weten als je een doek herkent!

Rotsen maken, straten schilderen, kastelen bouwen: uit het fotoalbum van Martien van den Dijssel

Martien treedt op 1-6-1961 in dienst bij de NTS (Hoofdafdeling Materiele Uitvoering) als schilder.

Van schilder klimt hij, mede door de avondstudie aan de Artibus in Utrecht, op tot decorateur. Hij imiteert houtnerven, marmer en andere materialen met zwarte, witte en grijze verf en schildert achterdoeken vol met straten, bossen of bergen.

De voorbouw en decoratie vinden plaats in de voormalige tapijtfabriek aan de Kampstraat in Hilversum. Er zijn in 1961 zo’n 8 decorateurs werkzaam: Jan Blaak, Ben Fokker, Joop de Groot, Bertus Hengel, Kennedy, Henk Meester, Ger Nooy en Toon Scheerder.

Soms worden er uitstapjes gemaakt. Met chef Jan Noorda naar de Ardennen bijvoorbeeld, om afgietsels te maken van rotsen. De mallen gaan mee terug naar de Kampstraat en daarvan worden dan in de Kampstraat vederlichte rotspartijen van gemaakt.

Op de afdeling decoratie maken ze de gekste dingen. Schilderijen, achterdoeken, rotsen en er komen ook verzoeken binnen voor ruimtelijke objecten; standbeelden of bijvoorbeeld een vis van een meter. Niets is onmogelijk en programmamakers kunnen hun fantasie de vrije loop laten.

Per 1 september 1968 gaat Martien over naar de afdeling maquettebouw een onderafdeling van de Hoofdafdeling Ontwerp. Hij komt op de zolder van de Emmastraat te werken bij Jac Hey, Tijmen de Bree en Gerard Buurman.

In 1973 verhuizen de maquettebouwers (inmiddels aangevuld met Fried van der Linden en Ton van Roemburg) eindelijk naar het Omroepkwartier.

Ze betrekken één van de immense hallen in het Decorcentrum. De ruimte is een beetje te groot voor de afdeling die gespeciliseerd is in kleine objecten: met name de maquettes en miniaturen die in beeld gebruikt worden. Met een verlaagd plafond en een extra afscheidingswand vol planten, maken ze ruimte wat gezelliger.

In 1987 komen alle afdelingen van de Hoofdafdeling Ontwerp eindelijk weer bij elkaar te zitten. Decorontwerp, grafisch ontwerp en maquettebouw krijgen samen twee etages in het hoofdgebouw. Daar beschikken ze over alle mogelijke faciliteiten; een monsterkamer, experimenteerstudio, twee doka’s, een bibliotheek.

De maquettebouwers bouwden aanvankelijk heel veel maquettes die alleen bij de programmavoorbereiding gebruikt werden. Zo konden regisseurs en andere operationele staf alles goed voorbereiden. In de loop van de jaren werden die maquettes steeds vaker in beeld gebruikt, een praktische en goodkopere oplossing dan een buitenopname of een gebouw op ware grootte nabouwen. Martien heeft dus behoorlijk wat kastelen, paleizen en fantasievolle bouwwerken gefabriceerd.

Bij de opsplitsing en verzelfstandiging van de facilitaire tak van de NOS verhuizen de maquettebouwers weer naar een ruimte in het decorcentrum. Hun specialistische en vaak arbeidsintensieve werk wordt ineens onbetaalbaar in een vrije markt waar producenten elk dubbeltje drie keer omdraaien. Tijmen de Bree en Martien nemen midden jaren negentig vervroegd afscheid van hun werk. Fried van der Linden zet het werk nog een aantal jaren voort, maar dan komt er toch echt een einde aan de maqutteafdeling.

Designing 007: blockbuster tentoonstelling in de Kunsthal

Dit weekend was de opening van de tentoonstelling over de vormgeving van de James Bond filmserie in de Kunsthal, Rotterdam. De tentoonstelling is samengesteld door het Barbican en was eerder te zien in Londen, Moskou en nu dus in de Kunsthal in Rotterdam. Bij de perspresentatie afgelopen vrijdag waren de twee gastcuratoren, de directeur van het Bond-archief en een vertegenwoordiger van het Barbican aanwezig, alsmede ook Jeroen Krabbé en Maryam D’Abo die beide speelden in The Living Daylights (1987).

Ken Adam, ontwerp voor Fort Knox in Goldfinger. Copyright © 1964 Danjaq, LLC and United Artists Corporation. All rights reserved.

Ken Adam, ontwerp voor Fort Knox in Goldfinger. Copyright © 1964 Danjaq, LLC and United Artists Corporation. All rights reserved.

In de tentoonstelling zijn zo’n vijfhonderd objecten te zien uit vijftig jaar Bond-films. De nadruk ligt een beetje op kostuums, want de samenstellers Bronwyn Cosgrave en Lindy Hemming zijn respectievelijk mode-historicus en kostuum-ontwerper. Maar er is ook een zeer ruime hoeveelheid storyboards, decorontwerpen, maquettes, props en miniaturen te zien. De tentoonstelling is daarmee een ode aan de hele creatieve crew, van production designer tot werktekenaar. Want, zo licht Lindy Hemming toe: “Alles moet bij Bond perfect zijn, elk detail moet kloppen. Zo krijgt de cast de beste ondersteuning en kunnen zij hun karakters zo perfect mogelijk vorm geven. Elk frame in een Bond-film bevat het werk van vele, vele mensen.”

De tentoonstelling is opgebouwd als een archetypische James Bond-film. Na een paar schermen met openingssequenties loop je door de ‘gun barrel sequence’ naar de eerste zalen waar we kennis maken met Ian Fleming, het hoofdkwartier van MI6 waar Bond zijn opdrachten krijgt. Daarna een indrukwekkende casinozaal, allerlei tropische en exotische bestemmingen, eindigend in een zaal met alle slechterikken en het ‘ijspaleis’. De titelsequenties komen er een beetje bekaaid vanaf en artwork voor bijvoorbeeld affiches, merchandise en reclame is helemaal niet te zien. Hoewel met name de sexy titelsequenties van Robert Brownjohn veel hebben bijgedragen aan de visuele identiteit van Bond, is het met zoveel ander uniek materiaal – het merendeel voor het eerst openbaar te zien – nauwelijks een gemis te noemen. Bovendien, de affiches en titelsequenties hebben in andere tentoonstellingen en publicaties hun moment in de spotlight al wel eens gehad. Zie bijvoorbeeld Watch the titles of dit overzicht van De Standaard van de Bond-affiches.

Hoe kan het eigenlijk dat er zoveel bewaard is gebleven? Vaak verdwijnen tekeningen, storyboards, props en kostuums. Ze worden meegegeven aan cast en crew, weggegooid en de eerste jaren was het gebruikelijk dat objecten geveild werden om zo de volgende film weer te bekostigen, vertelt Meg Simmons, directeur van het EON archief. In 1995 vatte zij het plan op om serieus werk te maken van het archief van de productiemaatschappij van Cubby Broccoli en Harry Saltzman. Verspreid over Pinewood Studio’s bleken er talloze ruimtes gevuld te zijn met auto’s, kleding, papier en objecten uit Bond-films. Die verzameling spullen is grotendeels te danken aan de inspanningen van Peter Lamont.

Ken Adam concept art voor de laser tafel uit Goldfinger. Copyright Notice - ©1964 Danjaq, LLC & United Artists Corporation. All rights reserved.

Ken Adam concept art voor de laser tafel uit Goldfinger. Copyright Notice – ©1964 Danjaq, LLC & United Artists Corporation. All rights reserved.

Lamont begon in 1964 als werktekenaar bij Goldfinger, klom bij de volgende Bond-producties op van setdresser naar artdirector en in 1981 was hij voor het eerst production designer bij For your eyes only en dat bleef hij -op een enkele uitzondering na- tot eb met Casino Royale in 2006. Lamont nam in 1981 het stokje over van Ken Adam die vanaf de eerste Bond-film (Dr. No, 1962) verantwoordelijk was voor de ‘look and feel’ van de wereld van Bond. Adam ontwierp de fantastische futuristische sets als ondergrondse vertrekken van Dr. No, SPECTRE’s lanceerplatform in de vulkaan (You Only Live Twice, 1967), de onderwaterstad Atlantis (The Spy Who Loved Me, 1977) en het ruimtestation in Moonraker (1979). Moderne en stijlvolle sets met stoere materialen en strakke lijnen. Wat dat betreft is Rem Koolhaas’ Kunsthal de perfecte lokatie voor Bond stelt Meg Simmons: “Ken Adam zou het prachtig vinden zoveel staal, glas en beton.”

Ken Adam, ontwerp van vulkaan-set in You Only Live Twice. Copyright Notice - © 1967 Danjaq, LLC & United Artists Corporation. All rights reserved.

Ken Adam, ontwerp van vulkaan-set in You Only Live Twice. Copyright Notice – © 1967 Danjaq, LLC & United Artists Corporation. All rights reserved.

Niet alleen Lamont, maar ook Adam bewaarde veel werk. Sir Ken Adam schonk zijn archief met zo’n 4.000 aan film gerelateerde schetsen, foto’s en documenten in 2012 aan de Deutsche Kinemathek. Die collectie komt in de zomer van 2015 online en veel Bond-tekeningen zijn uiteraard te zien in de tentoonstelling in de Kunsthal.

Harry Lange, artwork voor het exterieur van het ruimtestation in  Moonraker. Copyright Notice - © 1979 Danjaq, LLC and United Artists Corporation. All rights reserved.

Harry Lange, artwork voor het exterieur van het ruimtestation in Moonraker. Copyright Notice – © 1979 Danjaq, LLC and United Artists Corporation. All rights reserved.

Naast objecten uit het EON archief, speurden de curators ook in vele prive-collecties en lieten ze enkele verloren gegane kostuums en juwelen opnieuw maken op basis van originele tekeningen en foto’s. Van de vroegste films was het het lastig om nog originele spullen te vinden. Het was in die tijd nog gebruikelijk dat acteurs hun eigen kleding droegen, of dat props en rekwisieten geleend werden. Gelukkig bekommerde Peter Lamont zich dus al relatief vroeg met het archief en dat heeft nu geleid tot een indrukwekkend eerbetoon aan alle mensen die buiten de spotlights meewerken aan het succes van het James Bond-imperium.

Meer info: Kunstal.nl

Lingoloos

Decorontwerp Lingo (VARA, 1989-1995) - prive-archief Gonny Geerlings

Decorontwerp Lingo (VARA, 1989-1995) – prive-archief Gonny Geerlings

Het langslopende spelprogramma van Nederland is van de buis. De kijkcijfers konden de zendercoördinator al jaren niet bekoren en na enkele eerdere mislukte pogingen om het programma te stoppen, was het 2 oktober toch echt afgelopen voor Lingo. Om de ontwenningsverschijnselen in deze eerste Lingoloze week te verzachten, een terugblik op de vormgeving van het spelletjesprogramma. Het eerste decor van Gonny Geerlings was al eerder op het blog te zien, dit decor houd stand tot 1994. Daarna krijgt Nick de Weerd de opdracht.

Lingo Live, decorontwerp Nick de Weerd (nickdeweerd.nl)

Lingo Live, decorontwerp Nick de Weerd (nickdeweerd.nl)

Eerst maakt De Weerd in 1993 bovenstaand ontwerp voor IDTV, de producent van het programma. Zij ontwikkelen Lingo Live als variant met zes in plaats van vijf ballen. Volgens IDTV is het de bedoeling dat de twee Lingo‘s naast elkaar en beide ook met François Boulangé als spelshowhost vanaf 1 januari 1994 op de televisie komen. Alleen… de VARA denkt daar toch anders over. Het plan en het ontwerp verdwijnen in de ijskast.

This slideshow requires JavaScript.

Pas in juni 1994 is vijf-letter-Lingo toch wat te makkelijk geworden vindt de VARA, dus doet men voorzichtig enkele proefjes met een extra letter. In november komt de zesde letter er dan toch. En met de extra letter, ook een nieuw decor. Natuurlijk niet het decor van Lingo Live. De Weerd maakt twee ontwerpschetsen, bovenstaande wordt het niet, het ontwerp hieronder is op 5 november 1994 voor het eerst op televisie. Met zes letters dus. Bewegend beeld van die première vind je op YouTube.

This slideshow requires JavaScript.

Tv-vormgeving in DWDD

Voor iedereen die het gemist heeft: De wereld draait door had op maandag 6 oktober item over televisiegeschiedenis. In de hoofdrol regisseur Rudolf Spoor en een aantal topstukken uit de collectie van Beeld en Geluid, zoals de weerkaarten van Joop den Tonkelaar en de titelklapper.

Deze topstukken worden door Beeld en Geluid op een bijzondere manier op de foto gezet en dit proces is te volgen in de blauwe zaal in het gebouw. Dinsdag 7 oktober zijn een aantal prachtige titelrollen van bijvoorbeeld Hans de Cocq en Ton Holst aan de beurt. Een van de titelrollen uit de collectie van Beeld en Geluid komt trouwens niet op de foto, want die maakt deel uit van de tentoonstelling die nu te zien is in Museum Hilversum. Op vrijdag 24 oktober volgen de decormaquettes. De complete planning van het fotografie-project vind je hier: agenda.

Fragment uit een titerol van Hans de Cocq voor programma Het scheelde maar een jaartje (VARA, 31-12-1965) Collectie Beeld en Geluid

Fragment uit een titerol van Hans de Cocq voor programma Het scheelde maar een jaartje (VARA, 31-12-1965) Collectie Beeld en Geluid

Het onbekende signatuur is herkend

In de Aether heb ik een oproep gedaan voor hulp met het determineren van een aantal zaken uit het archief van Peter Zwart. Ik wil bijvoorbeeld heel graag meer weten over de karikaturen van deze tv-pioniers. En ik kwam een onbekend signatuur tegen op een van de decorontwerpen in de stapel van Peter Zwart.

This slideshow requires JavaScript.

Het gaat om ontwerpen voor de VARA-uitzending van 10 december 1954. In die uitzending een aflevering Van dagelijkse dingen, een informatief programma over kolen en spelletjesprogramma Zoek ‘t gemene. De tekeningen zijn gesigneerd, maar ik herkende er geen bekende naam in. Freek Biesiot wel!

“De vraag die je daar stelt over de signatuur op de schetsjes, daarvan denk ik dat ze van Jan Pet kan zijn. Als je de laatste letter ziet als een gemankeerde t. Dan zou er kunnen staan mJpet. Als je de ondertekening van Jan M. Pet onder het Chinese briefje uit het archief van Jan van der Does ziet, volgens mij staat daar tussen de J en Pet een M. En het hele monogram heeft wel iets ‘chinees’ ook, zoals die wel onder op Chinees porcelein voorkomt. Het klopt met de datering en het is zeker niet ondenkbaar dat hij onder leiding van Peter ook eens wat ontwerpschetsjes mocht maken.”