Studio Sport EK 1984

Vanavond voetbal! Vormvanvermaak.nl haakt ook lekker in. Op YouTube vond ik deze prachtige Studio Sport leader voor het EK 1984. De heren (en dames) die begin jaren tachtig tiener waren, zullen het vast herkennen als het spel Voetbal Manager. Voor Carlo Delbosq was het de eerste keer dat hij computeranimatie in een tv-leader gebruikte. Delbosq: “In mijn vrije tijd speelde ik een voetbalspelletje op de Commodore 64. Toen kwam een opdracht van Studio Sport voor een leader van het EK. Dus ik heb gewoon beelden uit het voetbalspelletje gebruikt.” Het klinkt makkelijker dan het is, want het overzetten van computerbeeld naar televisiebeeld is nog een hele klus.

Sollicitatie

Het verslag van de gesprekken met Frans van der Aa laat nog even op zich wachten, dus we doen gewoon een tweede ‘teaser’. Laatst plaatste ik al de vacature waar hij in 1973 op reageerde, deze week het kladje van zijn sollicitatiebrief. De laatste zin is eigenlijk not-done: bij een sollicitatie hoor je niet te klagen over je huidige baan. Maar voor de grafici vormde die laatste zin juist de reden om Van de Aa uit te nodigen. Zij lagen immers zelf overhoop met hun leidinggevende. Maar daarover binnenkort meer….

Ffukkie Slim

Goed nieuws: Purno de Purno is verkrijgbaar op DVD! “ALLE afleveringen van ALLE series van 1989 tot 2009. Meer dan 65 afleveringen, bijna 7 uur idiosyncratische animatie.” Sapperedosio!

Hans Wessels, één van de makers van deze cultklassieker maakt later nog zo’n fijne subversieve kinderanimatie: Ffukkie Slim. Wessels: “omdat de directeur van de VPRO die middag bij mij op bezoek zou komen, wilde ik iets te presenteren hebben. Ik heb toen mijn goede vriend Steve gevraagd voor mij te poseren. Ik heb zijn mond gefotografeerd en uitgeknipt, daaromheen een mannetje getekend en Ffukkie Slim was geboren! ‘Hij woont in Ghettostad met zijn Omi en in zijn hoofd woont de oorwurm Andy Wormhole. En Andy is niet alleen dichter en filosoof, maar bovenal muzikant en DJ!’, vertelde ik erbij. De week daarna had ik een contract voor 13 afleveringen!”

De scenario’s schreef Wessels samen met de animatoren Ferry van Schijndel, Martijn van den Bos en Lucas de Peinder. Wessels: “dan gingen we een maand naar Thailand of naar Cuba met een laptop en dan kwamen we weer terug met een nieuwe serie.” Daarna werden de acteurs gecast en opgenomen, dan de soundtrack in elkaar gezet. Vervolgens gaat het team aan de slag met de animatie. Net als Purno de Purno (zie Vorm van vermaak, p. 205) wordt Ffukkie Slim weer op een bijzondere manier gemaakt, in dit geval met een bonte verzameling aan 2D en 3D technieken. De 2D animatie is gebaseerd op gescand tekenwerk en in Flash geanimeerd, een techniek die eigenlijk niet geschikt is voor het maken van televisie. De achtergronden zijn weer gemaakt met 3D Studio. Van Ffukkie Slim zijn 39 afleveringen (van 8 minuten) uitgezonden door de VPRO tussen 2002 en 2007. Nog meer goed nieuws: alle drie de seizoenen staan op YouTube op het Official Ffukkie Slim Channel.

UNK!

Anne Frank

Op 4 mei 1962 was op de Nederlandse televisie het toneelstuk The diary of Anne Frank te zien. De regisseurs waren Karl Guttmann en Willy van Hemert. Peter Zwart ontwierp het decor, in dit geval de zolder van het achterhuis. Helemaal historisch correct is zijn zolder niet, maar in 1962 was er dan ook geen uitgebreide website waar je vanachter je pc’tje even snel in een 3D versie van het achterhuis kon rondkijken (annefrank.org).

TROS

Mooie vondst bij De Slegte: de kalender van Drukkerij Mart. Spruijt van het jaar 1980. Paul Mijksenaar vroeg bekenden uit het grafisch vak om hun drie favoriete merken in te zenden. Dat levert een mooie verzameling op van 52 pagina’s met opvallend veel -al dan niet ironisch bedoelde- nostalgie: Flipje, het Michelin mannetje, Droste, Coca-Cola, enzovoorts. De bijdrage van Rolf Mager, ‘grafisch ontwerper en publicist’ is in ieder geval weinig serieus. Één van zijn inzendingen is het logo van de TROS. Mager noemt als ontwerper de Duitse ontwerper Carl Steinherr. Het hoe en waarom de TROS in 1966 bij deze Steinherr terecht kwam, beschrijft hij helaas niet, maar zijn analyse van het logo is erg vermakelijk.

Doelgroep: enkele honderduizenden apolitieke, aculturele, a-intellectuele ‘bijkomers’ (kenmerk: ‘k heb overdag al sores genoeg, ‘k wil noù-es effe rielèksen’). Criterium naamkeuze (TROS dus): zo neutraal mogelijk, maar nèt even die lekkere zeehelden/hollandseglorie-associatie (gooi los die tros). Vormgevings-formule: geen eigen gezicht (daar herkent de doelgroep zich het best in). Gekozen vorm: een nietszeggende rozet om een tv-beeldscherm (tekenonderwijs 1930), keurig met de passer geconstrueerd (dan kan niemand je verdenken van een eigen handschrift), zonder richting (net als de doelgroep) en van alle kanten gelijkvormig (idem). Volmaakt spanningsloos, dus optimaal relaxend. Beoordelingscijfer: 9.

Aldus Rolf Mager. De TROS is niet het enige tv-logo in de kalender. Misschien leuk om te weten dat in 1980 het VPRO-vignet van Jaap Drupsteen een van de favoriete merken van Titus Yocarini was. En dat W. Warner, bedrijfsleider van drukkerij Spruijt het oude VARA-embleem van Albert Hahn uit 1928 erg kon waarderen. Beide meenden dat wél serieus overigens.

Meer weten:
– Video-interview van Titus Yocarini met Frans Spruijt: Deel 1 en deel 2 (YouTube)
– Weet je iets over Carl Steinherr? Laat het me weten!

Aanvulling 1-2-2015
Tine Paternotte mailde de volgende informatie over Carl Steinherr:

Carl Steinherr is geboren in München, volgde daar zijn opleiding aan de Akademie für das Graphische Gewerbe en werkte daarna als freelance ontwerper voor onder andere Lufthansa. Steinherr kwam in 1962 naar Amsterdam.

Hij was instructor, later assistent art-director aan de Famous Artist Schools. Deze opleiding is in 1947 opgericht door Albert Dorne in Westport (Connecticut VS) en werd door Pieter Strijder, een charismatische en bevlogen directeur, op 4 December 1961 geïntroduceerd in Europa, het hoofdkantoor werd gevestigd in Amsterdam. De Famous Artist Schools was een schriftelijke opleiding van hoog niveau tot professioneel reclametekenaar/illustrator, een ongekend fenoneem in die tijd.

Min of meer bij toeval mocht Pieter Strijder bij AVRO’s Televizier in een interview met Joop van Zijl zijn verhaal vertellen en toelichten, een vorm van free-publicity die een spectaculaire stijging van het aantal studenten veroorzaakte. Omdat het project uniek was bleef ook de aandacht/contacten met de media/omroepen. Mies Bouwman opende de laatste vleugel in een nieuw gebouwd, modern pad aan de Baden Powellweg in Amsterdam-Osdorp in september 1966. Het Instructors Department – de docenten – bestond inmiddels uit 30/35 man/vrouw met 8/9 verschillende nationaliteiten.

De TROS vroeg de docenten een logo te ontwerpen en Steinherrs ontwerp werd uitgekozen. Het oog vormde het uitgangspunt van het logo, het zijn dus eigenlijk vier grafisch gestileerde ogen die het ontwerp vormen, wat Mager hierboven een rozet noemt. Ik vind het grappig dat het nog steeds gebruikt wordt, tijdloos! Steinherr is midden jaren zeventig teruggekeerd naar München.

Alfred Hitchcock, filmtitel ontwerper

De samenwerking tussen Alfred Hitchcock en Saul Bass is uitgebreid beschreven door Emily King (Taking Credit, 2004) en zal ongetwijfeld ook in de monografie over Saul Bass (Kirkham & Bass, 2011) ter sprake komen. Maar wist u dat Hitchcock’s loopbaan in de filmindustie begon met het ontwerpen van tussentitels? Hij verzorgde in 1921 en 1922 zo’n beetje alle titelkaarten voor een Londonse Paramount studio. Daar kreeg hij de kans om op door te groeien naar set decorateur, production designer en regisseur.

Hoe zagen zijn tussentitels eruit? We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen want geen van deze films is bewaard gebleven. Niet ongebruikelijk: uit de periode van de stille film zijn méér films verloren dan bewaard. Maar je weet het nooit, misschien ergens op een zolder van een bioscoop… of bij iemand in een niet al te vochtige kelder…

De tussentitels van Hitchcock zullen waarschijnlijk veel verschillen van die van één van zijn eerste films The Lodger: A Story of the London Fog (1926). Deze tussentitels werden gemaakt door editor Ivor Montagu in samenwerking met grafisch ontwerper E. McKnight Kauffer. Alexander Ecob schreef een mooi stuk over de typografie in deze film op het blog van Eye Magazine. En bij het EYE filminstituut kunt u aanstaande zaterdag (16.00) alweer terecht voor een portie Hitchcock suspense en Saul Bass design: dan draait North by Northwest (1959).

Oproep: UvALab onderzoekt de Aesthedes

Het onderzoekslab van Bijzondere Collecties (UvA) is een bijzonder project gestart rondom ontwerpcomputer Aesthedes. Maar weinig bedrijven konden de aanschaf ervan bekostigen. Het gerucht dat Total Design ooit bijna over de kop ging door de aanschaf van dit apparaat heeft bijgedragen aan de welhaast mythische status van de Aesthedes. Bij NOS grafisch ontwerp speelde financiën geen rol. De Aesthedes werd aangeschaft en verving grotendeels de werkzaamheden die voorheen op de zeefdrukkerij van de afdeling gedaan werden. Één van de nieuwe mogelijkheden was dat de machine prachtig en precies letters uit kon snijden. Heel geschikt om bijvoorbeeld autobelettering mee te maken. Maar of de tv-ontwerpers daar nou op zaten te wachten?

Bijzondere Collecties is op zoek naar verhalen, ervaringen en informatie van de mensen die destijds met de Aesthedes werkten of er op andere manier mee te maken kregen. Stuur ze een mail (aesthedes@uvaerfgoedlab.nl) of ga langs bij de tentoonstelling ‘The Printed Book’ bij Bijzondere Collecties (Oude Turfmarkt, Amsterdam). Daar staat van 14 april tot 13 mei een bewaard gebleven Aesthedes tentoongesteld. In het naastgelegen UvA ErfgoedLab wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze mythische computer. Meer info bij Dutch Digital Design: De Aesthedes.

Martin Roodnat

Vandaag is het precies één jaar geleden dat het boek Vorm van vermaak uitkwam. Roy en ik spraken daarvoor tientallen mensen uit het vak. We hadden daar nog heel lang mee door kunnen gaan, maar erg moest ook een boek gemaakt worden… Dus zijn er een hoop mensen die we niet of nauwelijks in het boek noemen. Gelukkig hebben we de website nog! Vandaag een verslag van het gesprek dat ik voerde met Martin Roodnat. Een van de weinige motion-graphic designers zonder roots bij de NOS. Vanavond gaat bij SBS6 weer een van zijn ontwerpen in première, maar hoe begon het allemaal?

Welke opleiding heb je gevolgd?

Ik deed grafische vormgeving op de academie in Arnhem en in plaats van een stage volgde ik nog een half jaar illustratie op de Rietveld. We hadden een hele goede illustratie leraar in Arnhem, Friso Henstra maar er was niet echt een opleiding of afdeling, terwijl ik dat wel wilde, juist in combinatie met grafisch ontwerp. Op de Rietveld academie kreeg ik les van Thé Tjong King, Waldemar Post, Lydia Postma, hele goeie illustratoren. Na mijn afstuderen heb ik het een jaartje geprobeerd als illustrator. Dat lukte wel aardig, maar ik zag al snel dat je daar niet van kon leven.

Hoe kwam je voor het eerst in aanraking met bewegend beeld?

Op de academie, in de derde klas volgens mij, kon je vrijwillig animatiefilmpjes maken voor  Ja, natuurlijk (NCRC, 1976-2002) en Sesamstraat (NOS, 1976 – nu). Je kreeg de sleutel en dan mocht je ‘s nachts je filmpje maken in de kelder waar een 16mm camera hing. Ik vond laatst een aantal van die filmrolletjes terug, maar ik was dat eigenlijk een beetje vergeten. Ik wilde toen gewoon illustrator worden. Daarna heb ik een videoclip gemaakt met twee jongens van de academie. Ik speelde ook in een bandje, we noemden onszelf “Arnhems slechtse rock ’n roll band”.  Het was lol trappen, maar wel met goede muzikanten. Theo Outhuyse bijvoorbeeld. Hij ging bij de televisie werken en via hem kwam ik in contact met Willem van den Berg. Ik air-brushte veel en toen las ik iets over computeranimaties, en ik dacht dat lijkt exact op air-brush, zo mooi qua shading, daar moet ik alles over weten. Daarom wilde ik heel graag Willem van den Berg ontmoeten.

Continue reading →

John Whitney tussen de reclames?

Een paar dagen geleden kreeg ik een vraag doorgestuurd van de Beeldengeluidwiki.nl-redactie over de tussenfilmpjes die vanaf midden jaren zeventig tussen de reclames in te zien waren. Niet de Loeki-poppenfilmpjes van Studio Geesink, maar de korte abstracte filmpjes tussen de reclames in.

Die spiralen doen sterk denken aan de filmtitelsequentie van Hitchcock’s Vertigo (1958). John Whitney maakte deze spiralen met behulp van onderdelen uit een gevechtsvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. Het vliegtuig bevatte namelijk een mechanische computer die de baan van bewegende objecten -vijandelijke vliegtuigen- berekende en op basis daarvan een raket af vuurde (een zogenaamde anti-aircraft ‘gun director‘). Deze computer werkte mechanisch, de berekeningen werden in gang gezet door te draaien aan tandwielen. Verder bestond het apparaat uit telescopen en werd het gecombineerd met een radarsignaal zodat ook ‘s nachts vliegtuigen op kon sporen. Whitney stelde met de onderdelen van deze machine een zeer geavanceerd projectieapparaat samen. Hij kon in deze machine meerdere afbeeldingen plaatsen en die onafhankelijk van elkaar laten bewegen en vervormen. Het resultaat filmde hij en bij het ontwikkelen voegde hij kleur toe. De animaties voor Vertigo‘s titelsequentie zijn een vroeg voorbeeld van animaties die met behulp van deze mechanische computer tot stand kwamen.

De Vertigo-titelsequentie zorgde ervoor dat Whitney’s werk bij een groot publiek bekend werd. De vraag naar zijn animaties groeide en dat stelde hem in staat zijn kunstexperimenten commercieel uit te venten. In 1960 richtte hij een filmbedrijf op, Motion Graphics Incorporated en dat verkocht films aan televisiestations en reclamemakers. Zouden de tussenfilmpjes op de Nederlandse televisie van Whitney’s filmbedrijf kunnen zijn? Waarom niet? Het maken van stop-motion poppenanimaties is een tijdrovende aangelegenheid. En tussen elke reclame een Loeki-animatie zou misschien ook wat veel van het goede zijn. Mogelijk kocht Studio Geesink dus een aantal filmpjes van Whitney’s bedrijf om te gebruiken tussen de reclames. De filmpjes werden ongeveer tien jaar gebruikt. De STER realiseerde zich langzamerhand dat het meer opleverde om de tijd tussen de reclames zo kort mogelijk te houden. De Loeki-animaties werden naar verloop van tijd steeds korter en de spiralen werden vervangen door simpel een kort zwart beeld.

Maar helemaal zeker is het niet dat dit filmpjes van John Whitney zijn. Misschien kocht Studio Geesink ze wel van een concurrent? Misschien was er een handige animator/technicus bij Studio Geesink die deze filmpjes maakte? Weet je er meer over? Wanneer werden ze gebruikt, wie maakte ze? Laat van je horen!

Meer lezen:
– Youngblood, Gene. Expanded Cinema. New York: E.P. Dutton & Company, 1970
– Forceville, Charles, ‘Bumper stories: the framing of commercial blocks on Dutch public television.’ In : Jaap Kooijman, Patricia Pisters, and Wanda Strauven (eds), Mind the Screen: Media Concepts According to Thomas Elsaesser. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2008, pp. 229-241.