“One giant leap for media”

Woensdag 9 november vindt er bij Beeld en Geluid in Hilversum een boeiende middag plaats die in het teken staat van de maanlanding in 1969. Naast een belangwekkende technologische en politiek-ideologische prestatie, ook op het gebied van televisiegeschiedenis een bijzonder event, of zoals de titel van het symposium het verwoordt: “one giant leap for media.”

Gerard Buurman, hoofd van de afdeling maquettebouw, laat de shuttle aan een touwtje zakken. Thijmen de Bree blaast via een lang soort rietje stof rond het landingsgestel weg. Net echt!

Aan de voorbereidingen voor het programma hebben de grafische afdeling en de maquettebouwers van de NOS een hoop werk: infographics brengen zaken in beeld die lastig uit te leggen zijn: de baan van de aarde ten opzichte van de maan, de werking van de space-shuttle. Aan de maquettebouwers de opdracht om de landing zelf te laten zien.

Het symposium wordt georganiseerd door masterstudenten Film en Televisiewetenschap van de Universiteit Utrecht en is gratis te bezoeken. Meer informatie en aanmelden kan op de site van Beeld en Geluid.

Grafisch Geluk 1: TopPop The Cats

Vanwege de tentoonstelling Grafisch Geluk in Museum Hilversum deze winter extra aandacht voor de ontwerpen van Jaap Drupsteen en Frans Schupp; meer informatie bij de tentoongestelde werken én materiaal wat u niet in het museum te zien krijgt!

Frans Schupp begon eind jaren zestig samen te werken met regisseur Rien van Wijk, één van de jonge, wilde regisseurs bij de AVRO. Van Wijk maakte jongerenprogramma Doebidoe en dat doopte hij in 1970 om tot TopPop. De regisseur werd niet voor niets ‘wild’ genoemd, want hij trok alles uit de kast: spectaculaire decors, zooms, fades, altijd andere titelkaarten, snelle cuts, chroma-key en alle montagetrucs die er voorhanden waren. De artiesten – grote namen als David Bowie, Blondie en Gary Glitter- werden meerdere keren opgenomen zodat de regisseur verschillende versie van het play-back optreden kon samenstellen. De video-clip zoals we die nu kennen, bestond immers nog niet. Nu onvoorstelbaar, maar artiesten moesten dus naar Hilversum afreizen om hun plaatjes te promoten. Maar er waren natuurlijk ook regelmatig Nederlandstalige popgroepen in TopPop; The Cats bijvoorbeeld.

Hierboven zijn twee titelkaarten te zien die gebruikt werden bij één van hun optredens, Frans Schupp legt uit:

“Deze ‘achtergrond’ kaarten werden gebruikt voor de legendarische en populaire popgroep The Cats. De naam was de directe aanleiding voor deze katten collage. Die 2 kaarten maakten deel uit van een serie van minimaal 16 achtergrond-kaarten voor deze opname. Daarvan stond de helft voor camera 1 en de andere helft voor camera 2. Deze 2 camera’s werden op het ritme van de muziek gewisseld, en als effectbeelden ingevuld (gekeyd) in de blauwe wand achter de popgroep [titelkaart links]. Apart werden erna nog enkele solisten; de zanger, gitarist, enz., op dezelfde wijze opgenomen. Die close-ups werden dan bijvoorbeeld in het blauwe silhouet van de katten gekeyed [titelkaart rechts]. Hierna werden deze studio-opnames gemonteerd voor uitzending op televisie. Vele series van zo’n groepje ‘achtergrondkaarten’ zijn uitgevoerd in die eerste periode van TopPop.”

Helaas zijn juist van die eerste spannende jaren, wanneer Frans Schupp zo’n 7 dagen per week voor TopPop aan het ontwerpen is, weinig bewegende beelden bewaard gebleven. De opnamebanden werden opnieuw gebruikt, weggegooid, raakten zoek of gingen kapot. Gelukkig hebben we dan nog de grafische ontwerpen, zoals deze hierboven, keurig bewaard door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid). Vanaf 1972 is steeds meer bewaard, gearchiveerd of door fans van het Volendamse lied geüpload naar YouTube. Zoals onderstaand optreden uit 1972 van The Cats in een decor van meer-dan-levensgrote onderdelen uit het TopPop logo van Schupp. Elk van de vele optredens van de groep moest natuurlijk anders in beeld komen, en dus was het tv-optreden van bovenstaande katten helaas eenmalig.

opgedragen aan Slodderpoes Snoesje

Webreportage omroepdesign

De AVRO besteedt deze week veel aandacht aan design in het kader van de Dutch Design Week Eindhoven. En omdat Museum Hilversum afgelopen weekend de deuren opende van de tentoonstelling Grafisch Geluk – met daarin één etage geheel gewijd aan grafisch ontwerp voor televisie – werd er ook een reportage gemaakt over omroepdesign.

Willem van den Berg laat daarin zien hoe hij begin jaren zeventig thuis op zijn zolder de VPRO-vormgeving maakte; met behulp van (dia)projectoren, kleurenfilters, glas, karton, dia’s en wat er al dan niet van nut zou kunnen zijn om de boel te laten bewegen: gordijnrails, de ijsmachine van zijn vrouw. Frans Schupp vertelt over zijn tijd als ontwerper van het legendarische programma TopPop. Danielle Bremer, de maker van de reportage, haalde daarvoor prachtige beeldfragmenten uit het archief van Beeld en Geluid. Oja, ik kom aan het begin van het filmpje even in beeld om iets te vertellen over tv-vormgeving in de prille jaren van de Nederlandse televisie. Nou ja, gaat dat zien zou ik zeggen op het AVRO Kunst portal en laat weten wat je ervan vindt…

Catalogtree met MONEY & SPEED grote winnaar Dutch Design Awards

A multi-layered map showing different obstacles for building datacenters. This map is a part of the TouchDoc "Money & Speed: Inside the Black Box". In collaboration with Lutz Issler (programming).

Het Arhnemse ontwerpbureau Catalogtree is afgelopen zaterdag door de internationale jury van de Dutch Design Awards bekroond als ‘best of the best’ van 2011. Ze kregen die bijzondere prijs voor hun motion-graphics in de documentaire “MONEY & SPEED”. Deze is uitgezonden op televisie door de VPRO en is tevens beschikbaar in een interactieve versie voor de iPad. Nu heb ik geen iPad/Pod/Phone en dus heb ik alleen de tv-versie gezien. Maar die maakte al een fantastische indruk. Het onderwerp van de documentaire is de werking van de financiële markt, absoluut geen gemakkelijke, maar wel hele belangrijke kost. Veel reportages over dit onderwerp komen niet verder dan pratende hoofden, afgewisseld met shotjes van de beursvloer en tickertape. Dat maakt maakt het allemaal niet erg prettig of verhelderend om naar te kijken. Catalogtree maakt het onderwerp inzichtelijk met bewegende grafiek die een enorme informatieve waarde heeft en er bovendien ook nog eens übercool uitziet.

A visualisation based on real-time data showing the current state of important stock exchanges around the world. This animation is part of the TouchDoc "Money & Speed: Inside the Black Box". In collaboration with Lutz Issler (programming).


Uit het persbericht van de DDA:

The Golden Eye – de prijs voor de beste Nederlandse vormgeving voor 2011 – werd door de internationale jury toegekend aan de iPad-documentaire ‘Money & Speed: Inside the Black Box’ van VPRO Tegenlicht door Catalogtree (Daniel Gross & Joris Maltha). Uit een veld van meer dan 680 deelnemers en 45 finalisten was het werk Money & Speed ‘the best of the best’. Naast de eer wint Catalogtree €20.000 aan prijzengeld. De internationale jury zei het volgende over het bekroonde werk: “Money & Speed heeft de capaciteit om een breed publiek aan te zetten tot verandering. Het laat zien dat design daadwerkelijk kan bijdragen aan een betere wereld: een eye opener.”

Een ontzettend terechte prijs voor Catalogustree en een goede gelegenheid om die documentaire nog eens te gaan bekijken. Hij is online te zien bij VPRO Tegenlicht en voor de iPeople verkrijgbaar in de AppStore. En dan op naar het Beursplein!

Grafisch geluk

Het is inmiddels een half jaar geleden (+ een week) dat Vorm van vermaak verscheen. Het boek waar Roy van Vilsteren, Marjolein Dirksen en ik zo hard aan gewerkt hebben in 2010. Het maken van het boek was al heel erg leuk, maar de periode daarna is natuurlijk nog leuker. Lieve en enthousiaste reacties van lezers, ontwerpers en veel media-aandacht. Zelfs afgelopen maand nog verscheen er een mooi stukje in Items en vorige week gaf de Volkskrant ons (na de 3 pagina’s in april) maar liefst 4 sterren.

En er gebeuren nog meer leuke dingen. Donderdag 20 oktober opent in Museum Hilversum de tentoonstelling Grafisch Geluk. Één van de drie verdiepingen in het museum is ingericht met televisie ontwerpen uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Er is werk te zien van Jaap Drupsteen en Frans Schupp, die zijn collectie overdroeg bij de boekpresentatie/symposium op 14 april. Op de andere etages zijn te zien: een overzicht van affiches uit de indrukwekkende geschiedenis van Steendrukkerij De Jong & Co en een selectie van toonaangevende hedendaagse ontwerpers. De vormgeving van de tentoonstelling zelf is ook erg de moeite waard overigens. Trapped in Suburbia verzorgt naast de tentoonstelling en publiciteit ook de vormgeving van het boek van Bas van Lier over 100 jaar De Jong & Co.

Gelukkig mocht ik me ook een klein beetje bemoeien met de totstandkoming van Grafisch Geluk. Leerzaam en vooral erg leuk om te werken met het enthousiaste team van Museum Hilversum. Het boek Vorm van vermaak is uiteraard te verkrijgen in de museumwinkel en de komende maanden verschijnen artikelen met over het tentoongestelde werk van Frans Schupp en Jaap Drupsteen op deze site. Donderdag 10 november geven Jaap Drupsteen en ik een lezing/presentatie die aansluit bij de tentoonstelling.

De opening van Grafisch Geluk is natuurlijk goed getimed met het begin van de Design Week in Eindhoven vrijdag 21 oktober. En daarom besteedt de AVRO website de komende tijd veel aandacht aan design. Er is ook een webreportage gemaakt over televisievormgeving. Willem van den Berg (Bergwerk)laat zien hoe hij met diaprojectoren VPRO stationcalls maakte en Frans Schupp vertelt over de vormgeving van TopPop. De reportage is op het AVRO Kunst portal te bekijken. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden!

Vorm van de VPRO 11: Thonik

In verband met het verschijnen van het VPRO Gids Covers-boek duiken we in deze serie in de geschiedenis van de VPRO-(televisie)ontwerpers

De (voorlopig?) laatste huisstijl van de VPRO is ontwikkeld door ontwerpbureau Thonik. De nieuwe huisstijl werd op 24 augustus 2010 gepresenteerd.

2010 is een roerig jaar: het wordt duidelijk dat de crisis op de financiële markten ook voor het omroepbestel de nodige gevolgen zal gaan hebben. Henk Hagoort, voorzitter van de NPO kondigt in zijn nieuwjaarsspeech aan dat de publieke omroep in moet gaan krimpen van 24 naar 15 spelers. Staatsomroepen NPS, Teleac en RVU nemen het voortouw en fuseren tot NTR. Tegelijkertijd met deze fusie worden er zendmachtigingen verleend aan twee nieuwe omroepverenigingen: PowNed en Wakker Nederland starten beide in september 2010 met uitzenden.

Te midden van deze verwikkelingen in het medialandschap besluit de VPRO dat de communicatiestrategie beter moet. Het gaat in eerste instantie om het verbeteren van de herkenbaarheid van het merk VPRO, zoals ook te lezen is in het persbericht bij de presentatie van ‘de vernieuwde visuele identiteit’:

“Om in de stortvloed aan media een duidelijke koppeling te houden tussen de programma’s en de VPRO als afzender, is ervoor gekozen de VPRO als krachtig merk duidelijker te verbinden aan het aanbod. Zo worden de verschillende programma’s die getuigen van de waarden die de VPRO typeren weer vanzelfsprekend aan de VPRO geklonken.”

Als dit het uitgangspunt is geweest voor de opdracht aan Thonik, dan is gelijk ook de positie van de VPRO ten opzichte van een mogelijke fusie duidelijk. Lennart van der Meulen, VPRO directeur, laat -4 dagen na de invoering van de nieuwe huisstijl – aan de Volkskrant weten dat de VPRO niet van plan is om te fuseren met bijvoorbeeld de VARA. Een van de redenen van Van der Meulen luidt: “Bovendien is het niet slim om sterke merken als de VPRO of VARA op te doeken.”

Thonik kiest ervoor om voort te bouwen op het logo van Willem van den Berg uit 1982. Dat is opmerkelijk want de voorgaande VPRO logo’s bouwen allemaal vrij nadrukkelijk niet op elkaar voort. Van den Berg’s vlijmscherpe vaandel en strakke letters waren een tegenreactie op de ronde, zachte vormen van Jaap Drupsteen’s logo uit 1971. Drupsteen’s zwierige vignet was op zijn buurt weer een reactie op de bescheiden en onnadrukkelijk aanwezige Helvetica-achtige letters van Jan Bons uit 1966. Die vernieuwingsdrang en de wil om er vooral anders uit te zien dan de anderen (omroepverenigingen) is bij deze laatste huisstijl veel minder aanwezig. Sterker nog; de ontwerpen van Thonik staan juist bekend om een aantal vaste formules: onderkast, felle kleuren, sterk conceptueel. Daarmee lijkt de VPRO misschien niet op de andere omroepverenigingen, maar refereert ze wel indirect aan de andere ontwerpen van Thonik: huisstijlen voor museum Boymans Van Beuningen, NRC, Centraal Museum Utrecht, cultureel centrum De Balie, de SP, Grachtenfestival, Rotterdam Designprijs, Openbare Bibliotheek Amsterdam, de architectuurbiënnale in Venetië, om er maar een paar te noemen. Een zeer respectabele lijst opdrachtgevers uit de publiek en culturele sector waar de VPRO zich graag bij aansluit. Museumbezoekers, boekenlezers, concertgangers en designliefhebbers kijken VPRO. Of zoals Van der Meulen het stelt in de Volkskrant van 28 augustus 2010: “De VPRO heeft een eigen identiteit, met een duidelijke eigen achterban: de creatieve klasse.”

Volgens de ontwerpers kent het logo meer dan een miljard verschillende verschijningsvormen. In de lange stationcall hieronder (met de ELO-tune) zijn er alvast een aantal te zien. Die variatie geeft de verschillende VPRO ‘producten’ (programma’s, websites, gids, ledenwerving) en hun vormgevers de mogelijkheid het logo enigszins aan te passen per situatie. Een poging tot een oplossing van een tegenstrijdigheid tussen een sterke (televisie-)huisstijl en de autonomie van de programmamakers die in het verleden wel eens speelde. De vraag is hoelang het leuk blijft om naar een van de miljard varianten van het logo te kijken. Variatie in vormen, kleuren beweging is leuk, maar ook voorspelbaar omdat de spelregels direct duidelijk zijn. We zullen zien hoe lang het de VPRO nog gegund is om zelfstandig en eigenzinnig te overleven.

Dit was het laatste bericht in de de reeks over de vormgeving van de VPRO. Meer lezen: Alle berichten nog eens op een rijtje. Mijn scriptie over de periode 1971 – 2004. Bekijk de YouTube-playlist met 18 minuten aan VPRO-leaders.

Playgrounds Festival

Woensdag 5 oktober vond voor het eerst een Amsterdamse dag van het Tilburgse Playgrounds Festival plaats. In Pakhuis De Zwijger verzamelde zich professionals, studenten en een enkele liefhebber zoals ik om een volle dag naar digital arts te kijken. En vol was het zeker. Niet alleen de zaal maar ook het programma; van 10 tot 10 waren er ‘artist talks’ en in de pauzes was het Forget the film, watch the titles programma van Submarine Channel (partner in de organisatie van deze Amsterdamse festivaldag) te bekijken.

Met zoveel presentaties viel erg op dat er relatief weinig gesproken werd over motion-graphics. Van de epische filmplannen van Encyclopedia Pictura (de film moet voor de ‘maker-movement’ worden wat Star Wars was voor science-fiction liefhebbers) tot de videoclips van David Wilson en de rube-goldbergmachine van HEYHEYHEY. Met motion-graphics had het weinig te maken, maar mooi, vermakelijk en experimenteel was het zeker. Dat alles geheel volgens de leus van het festival “just make stuff and enjoy the process.”

De meeste sprekers openden met, of besteedde hun hele presentatie aan vrije opdrachten: opdrachten zonder budget en zonder eisen. Men vertelde er steevast bij dat dit werk het beste de identiteit van de studio weergaf. Betaalde opdrachten deden ze er eigenlijk maar een beetje bij, om de spectaculaire experimenten met film, verf, fotografie, ‘echte materialen’, 3D-scanners, enzovoorts te financieren. De ontwerpers schiepen zo een behoorlijke afstand tussen het betaalde ontwerpen en de onbetaalde kunstwerken. Onbedoeld effect is natuurlijk dat het commerciële werk van bijvoorbeeld Kyle Cooper, een van de beste filmtitelsequentie-ontwerpers van deze tijd, daar wat matigjes bij afstaken.

Tussen alle succesverhalen en indrukwekkend werk vielen de presentaties waarin ook afgewezen pitches en wat minder geslaagde projecten getoond werden het meest op. Casper Verweij van Onesize bijvoorbeeld gaf daar enkele voorbeelden van. Hij sloot zijn presentatie af met een berekening van wat die mislukte projecten allemaal hadden gekost (bijna 1 jaar werk). Maar niet getreurd, het leverde wel een sympathieke presentatie en leuke anekdotes op. Onderstaande Playgrounds titels van 2009 zijn trouwens van Onesize.

De vrije (kunst)werken die gepresenteerd werden, waren grotendeels gemaakt voor andere motion-graphics/design/animatie festivals. Hoewel die meestal geen budget hebben is het prestige natuurlijk groot; het publiek bestaat immers uit concurrenten/collega’s. Het waren (uiteraard) allemaal hele goeie en interessante werken en indirect was het ook een aardige manier om te zien wie het de afgelopen jaren goed deden in het festival circuit (Dvein, Buck Kyle Cooper). De graphics voor Playgrounds van dit jaar waren van Menno Fokma. Eigenlijk wel vreemd dat hij geen artist-talk hield (hoewel hij wel keurig een eigen pagina in het programmaboekje had). Maar dat zal dan waarschijnlijk de volgende editie van Playground wel komen. Een van de mooiste uit dit genre vond ik die van Dvein voor TOCA ME 2008 (zie filmpje hieronder). Een beetje een Droste-ervaring was het wel; een festival over de introductie filmpjes van andere festivals.

Blote mensen letters

Vorige maand verscheen de heruitgave van Anthon Beeke’s legendarische blote-meisjes-alfabet uit 1969. (Te bestellen bij Nijhoff & Lee.) Beeke, niet vies van vrouwelijk schoon, haalde een groep aantrekkelijke dames over om te poseren als letters. Dat alles in reactie op Wim Crouwels New Alphabet uit 1967.

Zowel New Alphabet als Body Type maakten een hoop los. Beekes’ alfabet werd een aantal maal geplagieerd, hoewel Beeke uiteraard niet de allereerste was die alfabetten construeerde van menselijke lichamen (zoals Max Bruinsma opmerkt in Items).

Hans de Cocq van de NOS grafische afdeling, liet zich ook inspireren door het blote-meisjes-alfabet. Hij maakte in 1974 een leader voor Open en Bloot (VARA) met blote mannen, vrouwen en kinderen die een voor een de letters van de programmatitel vormen terwijl de camera loopt. De letters zijn dus niet zo gedetailleerd en precies als die van Beeke. In de Open en bloot-leader zitten bovendien ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Daardoor wordt het naakt uit de taboo sfeer van pornografie gehaald en in de sfeer van familie en voorlichting geplaatst.

De radio- en televisiegidsen staan maandenlang vol met ingezonden brieven van voor- en tegenstanders van het programma. De programma-items, de leader en ook de animaties van Hans de Cocq (met uitleg over voortplanting, anticonceptie, etc.) worden uitgebreid besproken. De een vindt het veel te ver gaan terwijl het voor de ander allemaal nog niet open en bloot genoeg is. In de aftiteling vormen de lichamen de letters van de VARA, als om te benadrukken dat de VARA geheel achter het programma staat. Een provocerend laatste beeld voor een spraakmakend programma.

Vorm van de VPRO 10: Mieke Gerritzen

In verband met het verschijnen van het VPRO Gids Covers-boek duiken we in deze serie in de geschiedenis van de VPRO-(televisie)ontwerpers

De VPRO heeft eind jaren negentig Nederland 3 als thuisnet, samen met de VARA, NPS en RVU. In 1999 wordt de eindregie van het net gecentraliseerd en daarbij hoort een gezamenlijke vormgeving. De Nederland 3 partners zijn het er over eens dat het derde net een sterkere identiteit moet hebben, maar uiteraard willen ze hun eigen identiteit niet opgeven. Mieke Gerritzen heeft de perfecte oplossing voor dit identiteitsconflict. In haar ontwerp maakt ze van de nood een kunst: ze gebruikt de omroeplogo’s als een patroon dat een kleurrijke achtergrond vormt voor de ‘3’. De gekleurde banen draaien (als driehoekige lamellen) horizontaal en verticaal weg om over te gaan in een programma-aankondiging, één omroeplogo, of een promo.

Haar ontwerp zal bij de VPRO zeer goed zijn gevallen. Ze werkt namelijk al voor 1999 voor de omroepvereniging. Begin jaren negentig is ze een van de eerste ontwerpers die zich begeeft op het internet en zodoende werkt ze een aantal maal voor VPRO Digitaal, de afdeling die zich stort op nieuwe media. Ze werkt in 1994 mee aan de VPRO website (de VPRO was daarmee in 1994 een van de eerste Nederlandse organisaties op het wereldwijde web) en aan ‘De Digitale Gids’; een digitale versie van de VPRO Gids op een cd-rom. Verder ontwerpt ze enkele malen de cover voor de papieren VPRO Gids (5 maal tussen 1995 en 1997).

Haar gebruik van de omroeplogo’s als onderdelen van een patroon, als ware het onderdelen in een bloementjesbehang, is niet alleen opvallend en vernieuwend, maar rebelleert ook tegen gangbare wijze waarop een logo doorgaans in beeld gebracht wordt. Rebels, vernieuwend en opvallend; allemaal elementen die ook kenmerkend waren voor VPRO televisievormgeving van Jaap Drupsteen, Willem van den Berg, Bob Takes en Max Kisman. Hoewel de VPRO dus haar unieke televisievormgeving en vormgevingsstrategie op moet geven, krijgen ze er wel een ‘typisch VPRO’ Nederland 3 voor terug.

60 jaar tv

Het kan je niet ontgaan zijn: de Nederlandse televisie wordt deze zondag 60 jaar. Tenminste, als je de experimentele periode in Eindhoven niet meerekent dan. De eerste landelijke uitzending van de NTS vanuit Studio Irene, een tot televisiestudio omgebouwd kerkje in Bussum, is aanstaande zondag in ieder geval precies 60 jaar geleden.

Een mooie gelegenheid om even terug te kijken naar die eerste uitzending en natuurlijk in het bijzonder naar de vormgeving ervan. Peter Zwart, we schreven al eerder op deze site over hem (de NTS zendmast en het eerste VARA herkenningsfilmpje zijn bijvoorbeeld van zijn hand) is dan de man die verantwoordelijk is voor de aankleding van de uitzending. Dat wil zeggen: de decors én het grafische werk.

bron: Nationaal Archief (links), Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (rechts)

De uitzending begint met vormgeving, of ‘branding’ eigenlijk. Als eerste in beeld is een wapperend NTS vlaggetje. Om het te laten wapperen is een speciale standaard gemaakt met een ventilator. Als we op de foto’s afgaan (er is geen bewegend beeld van deze uitzending) is het vlaggetje meerdere keren in beeld; als openingsbeeld, bij of vlak voor de openingstoespraak van staatssecretaris J.M.L.Th. Cals (foto rechts) en waarschijnlijk ook tijdens de aan- en afkondigingen van omroepster Jeanne Roos. Zo deed de regisseur van de avond, Erik de Vries, dat immers ook bij zijn experimentele uitzendingen voor Philips (foto links).

Daarna volgen staatssecretaris Cals en NTS-voorzitter Kors, beide vertegenwoordigers van de destijds dominante katholieke zuil en van een regering die de introductie van televisie juist zo lang had weten te rekken. Zij spreken voorzichtig optimistisch over de televisie als uitkomst van technische vooruitgang, maar zijn tegelijkertijd zeer sceptisch over de mogelijk schadelijke gevolgen van dit nieuwe massamedium: “passiviteit en grauwe vervlakking”. De waarschuwende woorden van deze heren worden uitgesproken in een opvallend huiselijk decor. Ze zitten in gemakkelijke fauteuils, er staat een salontafel en de achterwand is bekleed met tapijten. Was dit een poging van Zwart om de formele taal en licht dreigende woorden niet al te kil over te laten komen? We kunnen het hem helaas niet meer vragen.

Na een vooraf geproduceerde instructiefilm over de werking van televisie, volgt een verhandeling van professor Halbertsma in een ander hoekje van de minuscule studio. Op de foto hieronder zien we dat het achterwandje nog even in de verf wordt gezet. Zwart houdt hier één van Halbertsma’s afbeeldingen voor de camera die later het verhaal zullen verduidelijken (foto rechts), waarschijnlijk om te testen of ze goed en leesbaar in beeld gebracht kunnen worden.

foto's uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Hierna: pauze, want de studio moet omgebouwd worden voor het decor van het eerste televisiespel wat tevens over televisie gaat; ‘De toverspiegel’. Wat gebeurt er in die pauze op het scherm? Vermoedelijk staat er een -uiteraard door Peter Zwart- vervaardigd bordje met de letters ‘pauze’. Maar helaas is daar geen beeld van. Wat er te horen is, is wel bekend: een lied met de toepasselijke tekst “o kom er eens kijken”. Àchter het scherm is iedereen druk in de weer met meubels en decorstukken voor het televisiespel. Als je de onderstaande foto’s vergelijkt, zie je inderdaad achter de wandkleden het begin van de lambrisering en een plintje van het decor van ‘De toverspiegel’.

foto's uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Tijdens het eerste televisiespel voltrekt zich ook de eerste storing. Het betreft een beeldstoring en daardoor is er natuurlijk geen kaartje met ‘storing’ in beeld, maar horen de ca. 500 televisiekijkers die avond de omroepster uitleggen dat er iets mis is. Ook weer met zo’n geestige en toepasselijke tekst; “Wij komen pas kijken, maar tenslotte komt u ook pas kijken”. Waarschijnlijk wordt de avond ook weer afgesloten door Roos naast het NTS vlaggetje, maar wederom… daar is verder geen beeldmateriaal van bewaard gebleven.

In verband met het jubileum is er veel aandacht voor de allereerste uitzending en televisiegeschiedeniss, een aantal links voor als je meer wit weten:
* Meer informatie over de experimentele uitzendingen van Philips is o.a. hier te vinden en in het boek over televisiepionier Erik de Vries.
* Beelden voor de Toekomst presenteert een interactieve tijdslijn over 60 jaar televisie. Deze bevat nu de periode tot 1971 en wordt in in de komende weken nog verder aangevuld.
* Uitgebreide informatie over de eerste tv-uitzending, de medewerkers en fotomateriaal is te vinden op de Beeldengeluidwiki.nl.
* Naast Vorm van vermaak (dat je natuurlijk al in de kast hebt staan) verschijnen/verschenen er naar aanleiding van het tv jubileum nog een aantal mooie naslagwerken, zoals het boek over de omroepsters: Goedenavond Dames en Heren, Beeldenstorm van Ruud van Gessel en 60 jaar televisie van Bert van der Veer.
* De Publieke Omroep heeft het publiek gevraagd een TV canon te kiezen, fragmenten van de verkozen programma;’s zijn ook online te bekijken.