Vijf maal Vijf tegen vijf

Familiespelshow Vijf tegen vijf is inmiddels aan zijn vijfde reïncarnatie begonnen. Tijd voor een beeldoverzichtje.

1983-1986
Wie: Willem Ruis
Waar: VARA
Animaties: Bert Dijenborgh en Robin Noorda
Decor: Hub Berkers

Bron beeldmateriaal: NLvintage op YouTube

1992-1998 
Wie: Peter Jan Rens
Waar: VARA (1992-1993), RTL4 (1993-1995)
Logo ontwerp: Ferry Lindeman
Decor: Hub Berkers

Bron beeldmateriaal: ladyleecher op YouTube

Zo rond 1997 verandert dit decor een beetje omdat de Lotto het programma gaat sponsoren. De rode lichtstrips worden geel en in de vlakken achter de kandiaten staan opgeblazen foto’s van Lotto-ballen. Hier zijn een paar foto’s te zien: ANP archief.

2005-2006
Wie: Gordon (2005), Winston Gerschtanowitz (2006)
Waar: Talpa
Leader: ?
Decor: ?

Bron beeldmateriaal: Gordonfans.nl, Mediacourant.nl, Markgoodson.wikia.com, Geostars.nl en rtlXL.nl

2009
Wat: eenmalige uitzending ten gunste van het Wereld Natuur Fonds
Wie: Carlo Boszhard
Waar: RTL4, 13 juni 2009
Leader: gelijk aan 2005-2006
Decor: gelijk aan 2005-2006

Bron beeldmateriaal: Chaime Korper op YouTube

2015 en verder
Wie: Ruben Nicolai
Waar: RTL4, zaterdagavond 19.00
Leader: ?
Decor: ?

Bron beeldmateriaal: RTL.nl

Weet je meer over de decors en/of ontwerpers die bij een van de Vijf tegen vijf-seizoenen? Laat hieronder een reactie achter!

Foto’s Show me the news

Heb je foto’s gemaakt van de tentoonstelling die je wil delen, stuur ze door naar info@vormvanvermaak.nl.

Research en voorbereiding

 

Opbouw

Opening

Etage Nieuw, nieuwer, nieuwst. De vormgeving van het NOS journaal en RTL nieuws

Etage videokunst: Oorlog op de keukentafel

Etage nieuwsfotografie: Bert Verhoeff

Bruikleenborrel

Gastenboek

Ontwerpassistentes over de magie van het werken bij decor

Ruim een jaar geleden, op 12 augustus 2014 om precies te zijn, vond een kleine decor-reuni plaats met Annechien Braak, Adine van den Bosch, Ellen Dekker en Liesbeth Jimmink. Vier vrouwen die gelijk na hun afstuderen op de afdeling decorontwerp aan de slag gingen als ontwerpassistent en/of decorontwerper en die er ook ongeveer gelijktijdig weer mee stopten. Ik schoof aan om te horen hoe zij terugkijken op hun periode op de afdeling.

Ellen en Adine kennen elkaar van de opleiding architectuur aan de KABK in Den Haag. Beide willen graag bij de NOS komen werken en sturen een sollicitatiebrief. Ellen: “Ik ben daarna wel drie keer op gesprek geweest bij Cor Straatmeyer, hij twijfelde. Toevallig liep Misjel Vermeiren langs en dat was mijn redding. Het leek hem wel gezellig, een stagiair. Hij had heel veel werk, deed altijd meerdere opdachten tegelijkertijd dus daarna bleef ik hem assisteren.” Adine wordt gekoppeld aan Hub Berkers die dan de Sterrenshow doet. Adine: “Het was achteraf gezien heel bijzonder, met Willem Ruis en elke keer weer zo’n giga-decor, maar het lag me niet. Jaap Binnerts, die bij Hub op de kamer zat, kreeg dat in de gaten en toen ben ik ‘overgestapt’.”

Liesbeth en Annechien komen van de Rietveld academie. Annechien: “In het eerste jaar van de opleiding scenografie kreeg ik een rondleiding door het decorcentrum. Ik vond het fantastisch, daar wilde ik absoluut werken! In het derde jaar liep ik stage bij Dorus van der Linden, maar die stage telde niet mee voor de opleiding. Het was immers geen theater. Toen ben ik overgestapt naar de richting audiovisueel, dat was veel vrijer en daar zeiden ze gewoon: doe wat jij wilt!” Op de eindexamenexpositie van de Rietveldstudenten komen Dorus, Cor Straatmeyer en anderen van de afdeling kijken. Liesbeth: “Ik had een goed afstudeerwerk en kreeg de opdracht voor een decor voor het programma Vloedlijn (RVU, 1985), ik werd gelijk in het diepe gegooid.”

Een vast contract zit er voor alle vier niet in, maar er is veel werk midden jaren tachtig. Het bestaan als freelancer heeft zijn nadelen, Annechien: “Je bent zo goed als je laatste werk”. Bovendien zitten ze niet bij afdelingsvergaderingen en hebben ze geen stem in de Programma Verdeel Commissie. Maar de nadelen wegen niet op tegen de voordelen. Adine: “Het was heel bijzonder. Je verzon iets, zette het op papier en dan werd het ook daadwerkelijk uitgevoerd, precies zoals je het bedacht had. Alle materialen, alle technieken en fantastische vakmensen stonden tot je beschikking. Dat was magisch.”

De NOS is ook in de jaren tachtig nog een mannenbedrijf. De jonge vrouwen gaan daar verschillend mee om. Ellen: “Als ik er nu op terugkijk, was ik erg onzeker en niet op mijn gemak. Ik probeerde het aardige, aantrekkelijke meisje te zijn, altijd een rokje aan, en beleefd lachen om al die platte grappen. ‘Kan jij een beetje timmeren? Zullen we dan een wipje maken?’” Adine: “Ik was daar niet zo door geïntimideerd, ik liep meestal in een tuinbroek.”

De ontwerpassistenten worden vooral ingezet bij grote producties, zoals historische drama-series of speelfilms, om de decorontwerpers bij te staan. Er zit een groot sociaal aspect aan dat werk, beamen ze alle vier. Liesbeth: “Je trekt dagenlang met elkaar op. Rekwisieten zoeken, lijsten maken, planningen bijhouden, de hele organisatie als er op meerdere lokaties opnames waren…” Ellen: “Dus het was ook wel erg belangrijk dat het klikte, dat het gezellig was. Wat dat betreft hadden de mannelijke freelancers het misschien wel lastiger.”

Rob Bogaerts / Anefo - Nationaal Archief De koningin mocht wel komen op de premiere van De aanslag, de NOS-crew niet.

Rob Bogaerts / Anefo – Nationaal Archief
De koningin mocht wel komen op de premiere van De aanslag, de NOS-crew niet.

In de jaren tachtig werkt een aantal decorontwerpers van de afdeling regelmatig voor Nederlandse speelfilms. Annechien assisteert Dorus onder andere bij De aanslag (Fons Rademaker, 1986). Annechien: “Iedereen was tot op z’n tandvlees gegaan, Dorus, ik, iedereen bij de NOS die erbij betrokken was, wekenlang, non-stop, alles uit de kast. Tijdens de montageperiode hoorden wij niets meer van de productie, maar in de pers werd het groter en groter. Zo groot dat er op de premiere geen plek meer was voor de crew. Dorus mocht komen, maar ik niet. Want de producenten en al die lui die het goed doen op een rode loper die gaan dan voor. Ik vond dat een ontluisterende ervaring, ik was wel even klaar met film. Later hebben Dorus en ik zelf een borrel voor de NOS-crew georganiseerd.” Liesbeth, die Dorus assisteerde bij De ratelrat (Wim Verstappen, 1987) en De kassiere (Ben Verbong, 1989) herkent dat: “Film was echt een andere wereld dan tv, hard, kil en extreem competitief.”

Bezoekerscentrum Primoso in Gulp waar Dorus van der Linden als artdirector namens NOB Decor voor werkte. Door financieel wanbeheer van de opdrachtgever liep het project uit op een faillissement.

Bezoekerscentrum Primosa in Gulpen waar Dorus van der Linden als artdirector namens NOB Decor voor werkte. Door financieel wanbeheer van de opdrachtgever liep het project uit op een faillissement.

Na verloop van tijd krijgen de vier vrouwen kinderen. Ellen: “Daar mocht je het niet over hebben, dat je je kinderen op moest halen of dat er een ziek was. Dan zei ik dat ik een afspraak had, dat klonk wel interessant. Het was voor mij ook wel een van de redenen om te stoppen. Ik heb tot ongeveer 1997 nog freelance opdrachten aangenomen, maar ik was al een opleiding tot tekentherapeute aan het volgen en dat contrasteerde zo met elkaar, dat ik toen definitief met decor gestopt ben.” Liesbeth: “Mijn laatste project was het Primosa-project met Dorus. Daarna besloot ik na een medische ingreep dat ik meer tijd met mijn kind wilde doorbrengen. De slechte afloop van het Primosa-project, waar Dorus erg onder leed, was ook niet bepaald een reden om weer terug te verlangen naar dat werk.”

Annechien maakte in 1992 de overstap naar productie, dus bleef bij de televisie, maarin andere functie: “Het is in de film- en tv-wereld zo dat de medewerkers heel erg loyaal zijn aan een productie. Dat was bij de decorontwerpers zeker het geval. Zij hadden geen privé-leven, ze leefden voor hun werk, gingen altijd tot het uiterste. Het is dan heel erg pijnlijk om er achter te komen dat die loyaliteit van je werkgever – de NOS en de omroepverenigingen – niet wederzijds is. Je vliegt er gewoon uit omdat iemand van bureau McKinsey dat zegt. Wat er in de jaren negentig bij de decorontwerpers gebeurde, heb ik later nog vaak gezien gebeuren en ik heb het als producent zelf ook meegemaakt.”

Maar van spijt is absoluut geen sprake. Adine: “De research die erbij kwam kijken was zó leuk, je moest je helemaal verdiepen in de vreemdste werelden, heel veel onderzoek doen en je er helemaal in onderdompelen. En dan was het weer klaar en gelijk door naar de volgende productie!” Annechien: “Daarom vond ik bijvoorbeeld Iris (Mady Saks, 1987) heel erg leuk om te doen. Ik wist op een gegeven moment echt alles van het leven en werk van een veearts! Ik heb nog steeds heel veel plezier van alle kennis die ik door al dat soort research heb opgedaan.”

Meer lezen over Adine, Annechien, Ellen en Liesbeth? Biografieen en oeuvrelijsten van deze ontwerpassistenten/decorontwerpers vindt je in de Beeldengeluidwiki.nl via deze links:

Decors van Dorus: Sonja

Dorus van der Linden haalt herinneringen op aan producties waar hij voor heeft gewerkt. deze keer: Sonja op maandag (VARA, 1981 – 1996).

Dorus: “Voor de programma’s van Sonja Barend heb ik samen met de regisseur van dienst vele jaren het decor bedacht. Met Egbert van Hees had ik een plan om Sonja in een levensgroot opengewerkt koffiekopje te zetten en daar haar gasten, die op verschillende taartjes zaten, te laten ontvangen. Sonja dacht dat ik een grapje maakte maar Egbert van Hees begreep dat het plan mij ernst was. Hij zei: “als het een eenmalig programma was zou ik zo met je mee gaan, maar dit plan als seriedecor gaat me te ver.” Het werd dus een ander ontwerp met een harig roze bank, door Sonja ‘het hoerenbankje’ genoemd.

Den uyl te gast bij Sonja te midden van tropische planten

Den Uyl te gast bij Sonja te midden van tropische planten

Er kwam ook een serie programma’s met Sonja waar één gast centraal stond. De gast van de avond mocht het programma min of meer samenstellen en had ook inspraak op de omgeving waarin het gesprek zou plaatvinden. Joop den Uyl, een van de gasten, wilde een soort oerwoud. Omdat het NOS bloemenatelier vooral gespecialiseerd was in ‘kunst’-natuur bracht ik een bezoek aan de Fa. van Vliet en Wielinga in Amsterdam-Oost, die zich hadden gespecialiseerd in de verhuur van exotische bomen en planten. Daar rondlopend door de enorme plantenkassen zag ik een aantal flamingo’s rondstappen en ik zag die ook wel in de studio rondlopen. Dhr. van Vliet (of Wielinga) zei dat dat geen enkel probleem was: “Zegt u maar hoeveel?” Op mijn vraag hoe die beesten naar de studio in Hilversum vervoerd zouden worden kreeg ik ter plekke een demonstratie. Hij greep de flamingo’s bij hun lurven, vouwde ze keurig ineen en rolde ze stuk voor stuk in een soort traploper. Zo zouden ze, op de achterbank van zijn Mercedes, de weg naar Hilversum afleggen. Daarna even uitschudden en klaar!

Ik herinner me nog goed dat ik Sonja een keer vroeg haar handtekening op een papiertje te zetten. Toen ik die bekeek en opperde dat daar een mooie, en zeer herkenbare, neon van gemaakt zou kunnen worden was Ellen Blazer mordicus tegen. “Dat heb ik al ‘ns gezien bij de TROS was haar commentaar, maar het gebeurde toch. Het doet me nog steeds deugd dat jaren later, toen andere ontwerpers het programma vorm gaven, die handtekening in neon nog steeds werd gebruikt. Het was intussen het handelsmerk van het programma geworden.

De bezoeken van Ellen en Sonja aan mijn op de afdeling decorontwerp staan me nog steeds scherp in het geheugen. “De dames komen vandaag!” Dat betekende: meubels uitzoeken voor de presentatiesets. In het rekwisietenmagazijn vond Ellen een antieke jugendstil tafel met stoelen ineens héél geschikt. Ik opperde dat dát soort rekwisieten niet mochten worden gebruikt in een basisdecor maar Ellen was al aan het bepalen waar de gaten in het tafelblad geboord moesten worden voor de microfoonkabels. Aan alle programma’s met Sonja waaraan ik heb gewerkt van Fanclub, Yin Yang, Rood,wit,blauw tot en met Sonja op maandag bewaar ik heel goede herinneringen.”

Decors van Dorus: Klokhuis

Dorus van der Linden haalt herinneringen op aan tv-producties waar hij als decorontwerper aan heeft gewerkt. Deze keer: Het klokhuis.

Dorus: “Ik nam af en toe een studioperiode voor Het klokhuis over van mijn broer Stef. In een van die periodes kwam een scene voor waarin Aart Staartjes vertelt waarom hij altijd op een vast tijdstip een bezoek brengt aan het Aquarium in Artis. Dat is wanneer de ramen van de aquaria van binnen door een zeer aantrekkelijke dame worden schoongemaakt. Dat betekende dus voor mij als ontwerper: een groot bassin met water, vissen en waterplanten maar… de budgetbeheerder van de NPS was iets minder enthousiast over dit idee.

Toen heb ik bedacht: eenvoudig een plexiglazen wand, omgekeerde (kunststof) planten uit het NOB ‘bloemenatelier’, onderin een bellenblaasmachine en een mist- en windmachine om golvend water met luchtbellen te suggereren. Tussen de ‘waterplanten’ bewoog mijn assistente vissen op stokjes heen en weer. De aquarium-schoonmaakster bewoog met zwemmende bewegingen langs de ramen. Deze simpele oplossing gaf een dermate realistisch effect dat iedereen verrast was.”

Ton van Roemburg

ton van roemburg

Een droevig bericht. Bij een tragisch ongeval op 24 december j.l. zijn Ton van Roemburg en zijn vrouw overleden.

Ton van Roemburg kwam in 1971 in de plaats van Jac Hey – die met pensioen moest – op de afdeling maquettebouw en werkte daar tot 1995.

Uit het overlijdensbericht:

Dinsdag 30 december is er vanaf 16.00 tot 17.30 gelegenheid om afscheid te nemen en de familie te condoleren bij Uitvaartcentrum Dekker & Zn. aan de Van Riebeeckweg 45, 1212 EH Hilversum.

De afscheidsdienst vindt plaats vrijdag 2 januari 2015 om 11.30 uur in de Emmauskerk aan de Kerkelandenlaan 5, 1216 RN Hilversum. Hierna is er eveneens gelegenheid tot condoleren. De crematie zal in stilte plaatsvinden.

De afdeling maquettebouw in 1982

De afdeling maquettebouw in 1982

Save the date: 17 januari 2015

Boinnggggg…. belangrijk nieuws!. Op 17 januari 2015 is de officiële opening van de tentoonstelling (nog even zonder titel, suggesties zijn welkom) over het nieuws met nieuwsfotografie (van Bert Verhoeff), videokunst (uit de collectie van LIMA) en televisievormgeving (voor NOS Journaal en RTL Nieuws). Dat alles natuurlijk bij Museum Hilversum aan de Kerkbrink.

header kleur 2091x325

Op de etage over televisievormgeving komen tekeningen, foto’s, schetsen, maquettes en andere zaken die de afgelopen weken door diverse decorontwerpers, artdirectors, operator, grafici en componisten uit garages, kelders, archiefkasten en zolders gevist zijn. We tonen ook enkele ‘objecten’ uit de collectie van Beeld en Geluid.

En daar (bij Beeld en Geluid op het Mediapark dus) is vanaf volgende week (25 november) ook een tentoonstelling over het nieuws te zien. Voorbij het nieuws laat verbanden zien tussen nieuwsthema’s, hoofdrolspelers, redacteuren en (sociale) media uit de laatste tien jaar. Televisievormgeving is geen onderwerp in Voorbij het nieuws, maar de vormgeving van de tentoonstelling zelf (Chris Koolmees) ziet er goed uit!

Rotsen maken, straten schilderen, kastelen bouwen: uit het fotoalbum van Martien van den Dijssel

Martien treedt op 1-6-1961 in dienst bij de NTS (Hoofdafdeling Materiele Uitvoering) als schilder.

Van schilder klimt hij, mede door de avondstudie aan de Artibus in Utrecht, op tot decorateur. Hij imiteert houtnerven, marmer en andere materialen met zwarte, witte en grijze verf en schildert achterdoeken vol met straten, bossen of bergen.

De voorbouw en decoratie vinden plaats in de voormalige tapijtfabriek aan de Kampstraat in Hilversum. Er zijn in 1961 zo’n 8 decorateurs werkzaam: Jan Blaak, Ben Fokker, Joop de Groot, Bertus Hengel, Kennedy, Henk Meester, Ger Nooy en Toon Scheerder.

Soms worden er uitstapjes gemaakt. Met chef Jan Noorda naar de Ardennen bijvoorbeeld, om afgietsels te maken van rotsen. De mallen gaan mee terug naar de Kampstraat en daarvan worden dan in de Kampstraat vederlichte rotspartijen van gemaakt.

Op de afdeling decoratie maken ze de gekste dingen. Schilderijen, achterdoeken, rotsen en er komen ook verzoeken binnen voor ruimtelijke objecten; standbeelden of bijvoorbeeld een vis van een meter. Niets is onmogelijk en programmamakers kunnen hun fantasie de vrije loop laten.

Per 1 september 1968 gaat Martien over naar de afdeling maquettebouw een onderafdeling van de Hoofdafdeling Ontwerp. Hij komt op de zolder van de Emmastraat te werken bij Jac Hey, Tijmen de Bree en Gerard Buurman.

In 1973 verhuizen de maquettebouwers (inmiddels aangevuld met Fried van der Linden en Ton van Roemburg) eindelijk naar het Omroepkwartier.

Ze betrekken één van de immense hallen in het Decorcentrum. De ruimte is een beetje te groot voor de afdeling die gespeciliseerd is in kleine objecten: met name de maquettes en miniaturen die in beeld gebruikt worden. Met een verlaagd plafond en een extra afscheidingswand vol planten, maken ze ruimte wat gezelliger.

In 1987 komen alle afdelingen van de Hoofdafdeling Ontwerp eindelijk weer bij elkaar te zitten. Decorontwerp, grafisch ontwerp en maquettebouw krijgen samen twee etages in het hoofdgebouw. Daar beschikken ze over alle mogelijke faciliteiten; een monsterkamer, experimenteerstudio, twee doka’s, een bibliotheek.

De maquettebouwers bouwden aanvankelijk heel veel maquettes die alleen bij de programmavoorbereiding gebruikt werden. Zo konden regisseurs en andere operationele staf alles goed voorbereiden. In de loop van de jaren werden die maquettes steeds vaker in beeld gebruikt, een praktische en goodkopere oplossing dan een buitenopname of een gebouw op ware grootte nabouwen. Martien heeft dus behoorlijk wat kastelen, paleizen en fantasievolle bouwwerken gefabriceerd.

Bij de opsplitsing en verzelfstandiging van de facilitaire tak van de NOS verhuizen de maquettebouwers weer naar een ruimte in het decorcentrum. Hun specialistische en vaak arbeidsintensieve werk wordt ineens onbetaalbaar in een vrije markt waar producenten elk dubbeltje drie keer omdraaien. Tijmen de Bree en Martien nemen midden jaren negentig vervroegd afscheid van hun werk. Fried van der Linden zet het werk nog een aantal jaren voort, maar dan komt er toch echt een einde aan de maqutteafdeling.

Lingoloos

Decorontwerp Lingo (VARA, 1989-1995) - prive-archief Gonny Geerlings

Decorontwerp Lingo (VARA, 1989-1995) – prive-archief Gonny Geerlings

Het langslopende spelprogramma van Nederland is van de buis. De kijkcijfers konden de zendercoördinator al jaren niet bekoren en na enkele eerdere mislukte pogingen om het programma te stoppen, was het 2 oktober toch echt afgelopen voor Lingo. Om de ontwenningsverschijnselen in deze eerste Lingoloze week te verzachten, een terugblik op de vormgeving van het spelletjesprogramma. Het eerste decor van Gonny Geerlings was al eerder op het blog te zien, dit decor houd stand tot 1994. Daarna krijgt Nick de Weerd de opdracht.

Lingo Live, decorontwerp Nick de Weerd (nickdeweerd.nl)

Lingo Live, decorontwerp Nick de Weerd (nickdeweerd.nl)

Eerst maakt De Weerd in 1993 bovenstaand ontwerp voor IDTV, de producent van het programma. Zij ontwikkelen Lingo Live als variant met zes in plaats van vijf ballen. Volgens IDTV is het de bedoeling dat de twee Lingo‘s naast elkaar en beide ook met François Boulangé als spelshowhost vanaf 1 januari 1994 op de televisie komen. Alleen… de VARA denkt daar toch anders over. Het plan en het ontwerp verdwijnen in de ijskast.

This slideshow requires JavaScript.

Pas in juni 1994 is vijf-letter-Lingo toch wat te makkelijk geworden vindt de VARA, dus doet men voorzichtig enkele proefjes met een extra letter. In november komt de zesde letter er dan toch. En met de extra letter, ook een nieuw decor. Natuurlijk niet het decor van Lingo Live. De Weerd maakt twee ontwerpschetsen, bovenstaande wordt het niet, het ontwerp hieronder is op 5 november 1994 voor het eerst op televisie. Met zes letters dus. Bewegend beeld van die première vind je op YouTube.

This slideshow requires JavaScript.

Cronenberg & Spier

Screenshot from 2014-06-06 18:47:53
Bij EYE in Amsterdam worden dezer dagen rekwisieten, props en artwork voor de aankomende tentoonstelling over regisseur David Cronenberg (open vanaf 22 juni) uitgeladen en opgesteld. Cronenberg werkt bijna altijd samen met production designer Carol Spier, en zij is dus deels verantwoordelijk voor die typische viscerale science-fiction look in films als Videodrome (1983), The Fly (1986), Dead Ringers (1988), Naked Lunch (1991) en eXistenZ (1999).

In 2012 was Spier te gast bij het IFFR en werd ze geinterviewd door ‘designprofessor’ Timo de Rijk. Het hele interview is gefilmd en online te zien op het YouTube-account van het IFFR. Een goede voorbereiding op de tentoonstelling waar hopelijk veel van haar werk te zien is.