Nog tot en met 2 februari te zien in De Speeltoren in Monnickendam: een overzichtstentoonstelling van Herman van Elteren. Met maquettes, kostuumontwerpen, beeldhouwwerken, bewegend beeld en meer uit de collectie van het Theater Instituut Nederland. Van Elteren (1928) is bekend als acteur en ontwerper in het theater, maar hij werkte ook korte tijd bij de Afdeling Decorontwerp van de NOS/NOB begin jaren negentig. De tentoonstelling is op zaterdag en zondag open van 11.00 tot 17.00.
Category Archives: 1990-1999
Freek Biesiot: filmproducties
Een van de doelen van het onderzoeksproject is het in kaart brengen van ontwerperfgoed van decorontwerpers. Wat is er nog bewaard gebleven en waar is het te zien? Dat erfgoed vormt immers de basis voor het onderzoek. Het is natuurlijk nog beter wanneer de opgespoorde prive-collecties ondergebracht kunnen worden bij instellingen die een duurzame conservering en ontsluiting van het materiaal kunnen waarborgen.
Zoals jullie weten heeft Freek zijn archief aangeboden aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Deze zomer zijn Freek en ik begonnen met het beschrijven, digitaliseren en onderzoeken van het archief. Dat is veel werk geweest, maar het einde is in zicht. Op de valreep van 2013 konden we alvast het artwork en andere stukken met betrekking tot filmproducties overdragen aan Eye Filminstituut. Freeks materiaal gaat deel uitmaken van de zogeheten Filmgerelateerde Collecties. Hieronder vallen bijvoorbeeld archieven van regisseurs Bert Haanstra, Fons Rademakers, Pim de la Parra, Wim Verstappen, Frans Weisz en Rudolf van den Berg, maar ook archieven van scenaristen, producenten en filminstellingen als de Nederlandse Bioscoop Bond. De persoonsarchieven bestaan onder andere uit brieven, notulen, scenarioversies, productierapporten en begrotingen. Een aantal inventarissen zijn online te raadplegen op http://filmdingen.wordpress.com/.
De schenking van Freek aan EYE bevat ontwerpschetsen, detailtekeningen en lokatiefoto’s voor De avonden (Rudolf van den Berg, 1989); schetsen en detailtekeningen voor Vroeger is dood (Ine Schenkkan, 1987); schetsen, detailtekeningen, script en knipsels van Nitwits (Nicolai van der Heyde, 1987); setfoto’s en omschrijvingen/schetsen van alle filmlokaties voor De kleine blonde dood (Jean van de Velde, 1993). Daarnaast zijn de ontwerpen voor de renovatie van Studio Duivendrecht in 1993 en een afficheontwerp voor Het debuut (Nouchka van Brakel, 1977) naar EYE gegaan.
Het op deze manier opsplitsen van een prive-archief is misschien niet gebruikelijk. We zouden er ook voor kunnen kiezen het oeuvre bij elkaar te houden, zodat de collectie een compleet beeld geeft van het werk van de schenker. Maar als je kijkt naar toekomstig gebruik van het erfgoed is opspliting wel een goed idee. Beeld en Geluid zal bijvoorbeeld niet zo snel een tentoonstelling over Nederlandse film organiseren waar de ontwerpschetsen van De avonden een plek zouden kunnen krijgen. En een onderzoeker die iets wil weten van het vak artdirection of productiondesign voor film, zal toch eerst bij EYE gaan zoeken. Zodoende hebben we de collectie van Freek opgesplitst in film-, televisie- en theaterproducties. Voor erfgoed op het gebied van theater liggen de zaken helaas wat ingewikkeld door de opheffing van het Theater Instituut Nederland. Het televisie-erfgoed van Freek gaat eind januari definitief naar de depots van Beeld en Geluid en het film gerelateerde materiaal is nu alvast veilig ondergebracht bij EYE.
Aankondiging: onderzoek naar 50 jaar tv-decor
Op 1 oktober gaat het onderzoeksproject 50 jaar tv-decor van start. Meer informatie over de aanleiding, de doelstellingen en hoe je op de hoogte kan blijven, lees je hieronder…
ERT
In Nederland wordt er flink bezuinigd op de publieke omroep, maar het kan altijd erger. De Griekse regering haalde op 12 juni de staatsomroep ERT uit de lucht. Een paar uur na het decreet werden de zendmasten van de publieke omroep onklaar gemaakt. Midden in een uitzending ging het beeld op zwart. Een behoorlijk dramatische daad die gelukkig ook veel Grieken niet onberoerd laat, ondanks dat de staatsomroep niet erg populair was. Een Griek in het NOS journaal van gisteren verwoorde zijn verbazing ongeveer als volgt: “een beschaafd land zonder publieke omroep, dat kan toch niet.”
Ik kan online niet zo heel veel stationcalls, idents en leaders van ERT vinden. Misschien omdat mijn Grieks niet al te best is. Op Greek TV Idents staan de stationcalls van de drie publieke netten ET1, NET en ET3 uit de periode 1999-2002. En ik denk dat onderstaande stationcalls van Steven Aspinall (Red Bee Media) het meest recent zijn. Een gele lijn tekent al die mooie dingen aan Griekenland die de afgelopen jaren nogal op de achtergrond zijn geraakt door de economische crisis: zon, zee, strand, romantische dorpjes en vissersbootjes. Je zou bijna je koffers pakken.
Piet Schreuders en de VPRO: een kleine geschiedenis

Steunbetuiging en eerbetoon aan Piet Schreuders van ontwerpers die voor de VPRO gids covers ontwerpen. Het affiche is gedrukt en verspreid door uitgeverij Plaizier. www.plaizier.be
Begin maart werd bekend dat de VPRO het contract met Piet Schreuders per 1 juli zal beëindigen. Nummer 24 van 2013 wordt zijn laatste. Schreuders is al 15 jaar artdirector voor de VPRO gids en heeft de afgelopen 30 jaar meer dan 150 covers voor de omroepgids ontworpen. Hij maakte verder twee televisieprogramma’s, één boek, zo’n 780 radio items en ontwierp een onbekend aantal affiches, flyers, grafische rekwisieten, cd- en dvd-verpakkingen en ander drukwerk voor de omroepvereniging.
Hoort Schreuders bij de VPRO? Ik vroeg ik het hem in 2011 naar aanleiding van het verschijnen van het boek over de VPRO gids-covers wat hij samen met enkele andere leden van de VPRO gids-redactie maakte. Schreuders’ antwoord was destijds: “Ik stel me altijd voor dat ik alles zou moeten kunnen, dus ook voor de AVRO bode werken. Maar intussen doe ik het niet. Ik denk wel dat ik bij de VPRO hoor anders hadden ze me wel zachtjes weggewerkt ofzo. Op een gegeven moment ben je een deel van het meubilair geworden.” Maar toch wordt Schreuders nu als een oude bank op straat gezet. Vandaar een gesprek over zijn geschiedenis bij de VPRO.
Freek Biesiot: sneak preview van het archief
Er komt heel veel moois te voorschijn uit de vele dozen en mappen van Freek Biesiot. We hebben een goede start gemaakt met de registratie de afgelopen week, maar we zijn er nog lang niet. Want tussendoor praten we natuurlijk uitgebreid over programma’s, het productieproces, de afdeling en regisseurs. En we zijn aan het nadenken over hoe we een onderzoek naar de gehele afdeling decorontwerp op kunnen starten en hoe zo’n onderzoek eruit zou moeten zien.
Hieronder wat snapshots van de afgelopen dagen. De mooie foto’s (van Freek) komen later:
Freek Biesiot: 40 jaar decorontwerp
Afgelopen week was ik op bezoek bij Freek Biesiot. Hij schonk een aantal jaren geleden zijn archief met decorontwerpen, bouwtekeningen, foto’s, documentatie en enkele maquettes aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Door omstandigheden bleef de kar met verhuisdozen onaangeroerd in de decorhal van Hollandse Handen staan.
Maar er is nu weer schot in de zaak. Biesiot en ik gaan de hele collectie doorspitten, bekijken, registeren en (voor een deel) fotograferen. Een belangrijk werkje want zo weten we zeker dat het straks goed terug te vinden is in de depots van Beeld en Geluid. Natuurlijk gaan we de schenking ook gelijk laten zien. We selecteren een aantal topstukken en presenteren deze hier en op de site van Beeld en Geluid en de beeldengeluidwiki.nl.
De schenking bevat zo’n 40 jaar aan decorontwerpen. Van een realistische set voor dramaseries als Het wassende water tot het onbruikbare absurdistische decor voor Barend is weer bezig! en de streng modernistische decors voor actualiteitenprogramma’s in de jaren zestig, alle stijlen, genres en periodes zijn vertegenwoordigd.
Een deel van de schenking staat dus in een grote gele kar bij Hollandse Handen (te zien in deze KRO Goudmijn reportage uit 2010), maar Biesiot heeft in zijn nieuwe huis in Den Haag ook nog enkele mappen en dozen staan. Ik kon hier afgelopen week maar een korte blik op werpen, maar het zag er allemaal veelbelovend uit. We gaan het nog moeilijk krijgen bij het selecteren van de topstukken! Hieronder zie je alvast wat voorproefjes.
De terugkeer van de betovering
De avonturen van de boze heks in de Beeld en Geluid Experience
Animatieserie De verhalen van de boze heks (gebaseerd op de verhalen van Hanna Kraan, geproduceerd door Nuon Media voor de VPRO, 1995) is terug in de Beeld en Geluid experience én op televisie. Deze serie is vooral geschikt voor de wat kleinere kijkertjes, maar ook voor animatieliefhebbers is het genieten.

Still uit Lotte Reinigers “Die Abenteuer des Prinzen Achmed” 1923-1926
Mijn favoriete paviljoen bij Beeld en Geluid was altijd “De verbeelding”. In de donkere gangen van dit deel van de tentoonstelling – pardon: Experience – werd de bezoeker ingewijd in de magie van het film en tv-maken. Er was te zien wat je met een blue-screen kan doen, hoe je geluideffecten maakt, hoe je met behulp van belichting de sfeer en uitstraling van een decor kan beïnvloeden. En er stond een opstelling uit De boze heks. Zo kon je zien dat de serie op ouderwets analoge manier gemaakt is, met uit papier geknipte silhouetten van de heks, egel en andere hoofdrolspelers. Eigenlijk precies hoe Lotte Reiniger dat in 1923 ook deed voor The Adventures of Prince Achmed. Zonder de achtergronden van Oskar Fischingers ‘Wax Slicing Machine’, maar met met kleine takjes, mos en plankjes nagebouwd bos en hutje op mini-formaat.
Het paviljoen werd verbouwd, maar gelukkig schrijft Bart van der Linden, hoofdredacteur van de Experience dat niet alleen De verhalen van de boze heks, maar ook een aantal andere onderdelen uit “De Betovering” terug zullen keren. Vooralsnog moeten we het doen met de betovering van de boze heks.
Zenderprofilering: overzicht
In het boek Vorm van vermaak besteedde Roy en ik de laatste twee pagina’s aan de vormgeving van Nederland 1, 2 en 3. We maakte een handig overzichtje en schreven de onderstaande tekst. (Het leest natuurlijk prettiger als je het boek voor je neus hebt, dus je kan ook gewoon even naar de winkel lopen en er eentje aanschaffen voor het luttele bedrag van 8 euro.)
Vormgeving is er om te vertellen wie je bent. Om je te profileren tegenover de rest. Dus zolang Nederland maar één net heeft, bestaat er helemaal geen netaanduiding. Vanaf 1964 (bij de introductie van Nederland 2) komt er enige vorm van vormgeving per net. Een titelkaart met simpele typografie is dan nog genoeg, een net heeft geen eigen gezicht. De omroepverenigingen hebben elk hun eigen uitzendavond en bepalen met hun stationcalls, programmaoverzichten en omroepsters hoe de avond eruitziet. Pas in 1988 begint daar verandering in te komen. Commerciële zenders bieden ander soort programma’s en ook een andere manier van programmeren. Avonden worden zo geprogrammeerd dat de kijker elke avond rond dezelfde tijd ongeveer dezelfde soort programma’s kan verwachten; het horizontaal programmeren doet zijn intrede.
In dit licht besluiten de KRO, NCRV, VARA en EO in 1988 samen op het eerste net uit te zenden. De gezamenlijkheid wordt gevisualiseerd door de zenderopening en -afsluiting. Twee deuren gaan open en ’s avonds weer dicht. De ontwerper, Theo Dijkslag: ‘Deze netstyling was vrij letterlijk een doorgeefluik voor de omroepen, hun eigen identiteit bleef daarnaast gewoon bestaan.’ Op Nederland 2 komen de TROS, AVRO en Veronica tot een vergelijkbare samenwerking. De VPRO blijft op zondagavond echter zijn eigen gang gaan.
De NOS en de niet-ledengebonden zendgemachtigden op het nieuwe Nederland 3 hebben het makkelijker. Geen leden betekent: niet hoeven vechten voor herkenbaarheid. Will Bakkers Nederland 3-piramide verandert dan ook moeiteloos in de logo’s van TELEAC, RVU, NOS. Het zijn de eerste kleine (en soms wat moeizame) stapjes in een proces dat in totaal ruim vijftien jaar in beslag zal nemen. In die vijftien jaar komen veel netlogo’s
en zenderstylings voorbij. Elke keer als de omroepen opnieuw over de zenders verdeeld worden, moet er een nieuw ontwerp komen waar alle spelers van het net zich in kunnen vinden. Geen gemakkelijke klus, zeker niet omdat de netstyling steeds meer zendtijd krijgt.
In 2003 verliezen de omroepverenigingen hun vaste avond, alleen een korte ident vertelt dan nog wie de afzender is. Weer een paar jaar later verliezen de omroepverenigingen hun ‘thuisnet’, de netcoördinatoren beslissen nu wanneer en waar een programma op tv komt. Met de toenemende macht van de netcoördinatoren verschijnt een nieuw merk dat geprofileerd moet worden: de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Voorheen een onzichtbaar regulerend orgaan, sinds 2000 is het NPO-logo te zien in de netstyling op tv, de radiozenders en op internet.
Uit: Roy van Vilsteren en Liselotte Doeswijk, Vorm van vermaak, LJ Veen: 2011, pp. 242-243.
Hoe zit het eigenlijk met….
Eind 2010 schonk Freek Biesiot (van 1965 tot 2000 in verschillende hoedanigheden werkzaam bij NTS/NOS/NOB) zijn archief aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Maar wat is er in de tussentijd mee gebeurt? Helaas verneem ik van Biesiot dat de kar met decorontwerpen, foto’s, documenten en objecten nog steeds in het rekwisieten depot van het oude NOS hoofdgebouw staat (bij Hollandse Handen). Niet de ideale plaats om 35 jaar tv-geschiedenis te stallen, lijkt mij. Eens kijken of we daar wat aan kunnen doen…


