Televisiestrips

Doeve-elsevierVandaag op de deurmat: de speciale uitgave van Elsevier over illustrator Eppo Doeve. Jop Euwijk, Doeve-onderzoeker en samensteller van de twee Doeve-tentoonstellingen deze zomer schreef over het leven en werk van de duivelskunstenaar. Natuurlijk besteedt Euwijk ook aandacht aan Doeve als televisiefenomeen.

Er is bijzonder artwork te zien op pagina 76 en 77: één van de televisiestrips die Doeve en regisseur Leen Timp maakte midden jaren vijftig. Euwijk vond een fotoreproductie van twee lange horizontale rollen papier met illustraties bij het verhaal van de buikspreker Max Collodi en zijn glazen oog. Het verhaal werd voorgelezen en de cameraman reed langs de lange rollen met illustraties van scene naar scene.

doeve-tv-spreads

Van een andere televisiestrip, Pancho Villa (AVRO, 17-11-1955), zijn achter de schermen-foto’s. Zo kunnen we zien dat er voor dat verhaal twee camera’s gebruikt zijn, elk gericht op een horizontale langwerpige tekening én een verticale tekening. Op de verticale illustratie links wentelt een lange trap omhoog en bij de rechter opstelling maakt een man een dramatische val. Het resultaat viel in de smaak bij televisierecensenten.

De werkwijze bij deze televisiestrips scheelde een hoop tijd en geld in vergelijking met het maken van een animatiefilm. En het kon gewoon direct de lucht in, zonder al te veel studio-ruimte in te nemen. Achter de opstelling van Doeve’s televisiestrip is te zien dat de weerkaart al klaar staat.

Opnames van televisiestrip Panco Villa 17-11-1955 © Beeld en Geluid

Meer over Doeve:
– tot 1 september in het Persmuseum: tentoonstelling politieke tekeningen over economische crisis
– van 15 juni tot 15 juli in Arti: tentoonstelling met selectie van illustraties, boekomslagen, affiches, tv, etc.
– speciale uitgave Elsevier: bestel hier (8,95)
– gallery met beeldmateriaal van en over Doeve uit de collectie van Beelden geluid in de Beeldengeluidwiki.nl

Saul Bass tribute

De Google-homepage bracht vandaag een ode aan de Amerikaanse filmtitelontwerper Saul Bass. Dit omdat de ontwerper vandaag 93 zou zijn geworden als hij nog had geleefd. Het is een mooi eerbetoon geworden (beter dan de vele andere “Bass-tributes” op YouTube), maar het is ook wel bedenkelijk om het werk van een bekende ontwerper op deze manier in te zetten voor de merkstrategie van een multinational, hoe tof en designer-cool de producten van die multinational ook zijn. Heeft Google rechten betaald aan de erven van Bass voor het hergebruik met commerciële doeleinden? En wie heeft de video eigenlijk gemaakt? Is het niet raar om een eerbetoon te geven aan de ontwerper die door velen de pionier op het gebied van motion graphic design genoemd wordt en dan de artiest die het eerbetoon maakte niet te noemen?

Eppo Doeve in het Persmuseum

Aankondiging van de tentoonstelling over Eppo Doeves politieke prenten over de crisis in het Persmuseum

Aankondiging van de tentoonstelling over Eppo Doeves politieke prenten over de crisis in het Persmuseum

Vanavond opent in het Persmuseum een tentoonstelling van Eppo Doeves spotprenten over crisis en de Nederlandse economie. Maar Doeve was niet alleen politiek tekenaar, hij ontwierp decors en kostuums, bankbiljetten, postzegels, affiches, boekomslagen, maakte monumentale muurschilderingen, illustraties, schilderijen én hij werkte regelmatig voor televisie.

Jop Euwijk, initiator van de tentoonstelling en het onderzoek naar Doeves nalatenschap, vertelde al over het televisiewerk van Doeve tijdens het symposium /boekpresentatie in april 2011. Doeve is regelmatig als illustrator of als gast op televisie te zien. De meeste mensen kennen hem van de fabels die hij samen met Alexander Pola maakte voor Attentie (NCRV) in de jaren zestig en Hier en Nu (NCRV) eind jaren zeventig. Maar Doeve was al op 2 november 1951 op televisie, dat is één maand na de officiële eerste Nederlandse televisie uitzending.

Illustratoren worden in de jaren vijftig regelmatig uitgenodigd om voor de camera hun ‘kunstje’ te vertonen. Zo zien we op de foto’s uit het archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (tv-opnames uit de jaren vijftig zijn er bijna niet) onder andere ook Cees Bantziger en Frans Lammers verschijnen. Er werden niet alleen veel illustratoren uitgenodigd, de foto’s laten ook zien dat ze volop experimenteren met vormen en technieken. Ze tekenen live op schildersezels of lange horizontale rollen met papier, soms met meerdere illustratoren tegelijk, er wordt in spiegelbeeld getekend op doorzichtig papier dat recht voor de camera hangt, ze gebruiken installaties met draaischijven en glazen plaatjes, en maken tekeningen met onderdelen die met behulp van schuifjes, ijzerdraadjes en splitpennen kunnen bewegen. Kortom, men is op zoek naar manieren om illustratie aantrekkelijk te maken voor televisie.

Bewegende illustratie bestond natuurlijk al veel langer. Animatiefilms bestaan al vanaf de vroege dagen van de uitvinding van film. Hoewel televisie zich qua vorm en inhoud baseert op bestaande media, zoals theater en radio, is het toepassen van filmische technieken lange tijd niet of nauwelijks mogelijk. Het produceren van een animatie kost immers veel tijd en geld. En daarvan is in de jaren vijftig continue een groot gebrek. Aan de diversiteit van de eerder genoemde voorbeelden en de hoeveelheid illustratoren in televisieprogramma’s blijkt dat de behoefte aan animatie, bewegende grafiek en/of illustratie leidt tot allerlei inventieve manieren om live ‘bewegende illustratie’ te creëren.

Foto's van een televisieoptreden van Eppo Doeve in de jaren vijftig. Naast hem staat omroepster Tanja Koen (NCRV). Collectie: Persmusuem

Foto’s van een televisieoptreden van Eppo Doeve in de jaren vijftig. Naast hem staat omroepster Tanja Koen (NCRV). Collectie: Persmusuem

Doeve is buitengewoon geschikt voor televisie. Niet alleen kan hij snel tekenen – een belangrijke voorwaarde voor televisie – hij kan daarnaast nog veel meer ‘kunstjes’. Hij kan bijvoorbeeld met twee handen tegelijkertijd tekenen, of ondersteboven, hij kan musiceren en heeft een gezellige uitstraling. Bovendien is hij door zijn ontwerp van de Nederlandse bankbiljetten na de Tweede Wereldoorlog een bekende Nederlander geworden. Hij heeft programmamakers dus veel te bieden.

De prominente rol voor illustratie en illustratoren op televisie zoals in de jaren vijftig lijkt in de loop van de jaren zestig te veranderen. Televisie professionaliseert, groeit hard en de NTS afdeling die titels, illustraties en decors verzorgd, groeit navenant. Het is onduidelijk hoe deze ontwikkeling zich precies verhoudt tot de afnemende prominentie van andere illustratoren op televisie. Misschien maken programmamakers liever gebruik van de ‘gratis’ diensten van de NTS-ers of misschien raakt de illustrator die zijn of haar kunstje doet in een programma simpelweg uit de mode. Hoewel illustratie niet van het beeldscherm verdwijnt, verdwijnt langzaamaan de illustrator uit de spotlights.

Maar dat geldt niet voor Doeve, de ‘duivelskunstenaar’ die alles kan. Door zijn dubbele rol als illustrator en bekende Nederlander blijft hij tot eind jaren zeventig een graag geziene gast bij radio en televisie. Ook na zijn verlijden in 1981 besteden veel programma’s aandacht aan zijn nalatenschap. De komende maanden krijgen we de kans op (opnieuw) kennis te maken met Doeve.

Vanaf vanavond tot 1 september is een klein deel van Doeves nalatenschap te zien in het Persmuseum. Later, van 14 juni tot en met 14 juli, is bij Arti et Amicitiae een veel grotere en gevarieerde selectie van zijn werk te bewonderen. Ook aan Doeves televisie illustraties en andere optredens wordt dan aandacht geschonken. In de tussentijd zal ik op vormvanvermaak.nl en eppodoeve.nl af en toe inhaken op Doeve en zijn geschiedenis op de Nederlandse televisie.

Fischinger is overal (2)

Oskar Fischinger inspireerde vele generaties kunstenaars. Zo ook de onbekende Nederlandse animatiefilmer Maarten Visser ( overleden in 2009). Zijn werk is geschonken aan filminstituut EYE en daarom kunnen we er tijdens het IFFR van genieten. De films worden vertoont op de videowall in de Foyer van de Rotterdamse Schouwburg, van 24 januari t/m 2 februari, tussen 17:45-18:15.


Visser beperkte zich tot het gebruik van vierkante tegeltjes. Maar binnen die beperking wist hij prachtige films te maken, waarbij vooral de zachte kleuren en de schilderachtige kwaliteit van de beelden opvallen. Net als Fischinger wilde Visser met bewegende kleuren en abstracte patronen visuele muziek maken. Hoewel de techniek anders is, doen de animaties van Visser me het meest denken aan Fischingers Motion Painting No. 1 (1947). Fischinger schilderde hier telkens over het vorige beeld heen, Dat heeft natuurlijk iets destructiefs want Fischinger ‘vernielt’ telkens weer een prachtige compositie door er een nieuwe krul of een nieuw vlak overheen te plaatsen. De toeschouwer is getuige van de gelijktijdige schepping én vernietiging van een werk. Hoewel Visser dus (beschilderde) mozaïektegeltjes gebruikt refereert de manier waarop hij zijn composities maakt aan deze dualiteit: de beeldcomposities ontstaan geleidelijk en worden geleidelijk doorgebroken tot er een nieuw beeld is ontstaan. Ik merk dat ik als toeschouwer op sommige momenten wil dat de film langzamer of sneller gaat, of dat ik de maker aanwijzingen wil geven: ‘iets meer rood in de rechterhoek graag.’ Maar natuurlijk gebeurt dat niet. Je wordt gedwongen je om je eigen voorkeuren voor kleur, vorm, beweging en vlakverdeling los te laten en je over te geven aan de wil van de filmmaker.

Meer lezen over Maarten Visser bij EYE, meer kijken kan op het MaartenVisserFilm YouTube-kanaal.

Oskar Fischinger tentoonstelling bij EYE

Van 16 december tot en met 17 maart 2013 is er een tentoonstelling over het werk van Oskar Fischinger. De tentoonstelling is georganiseerd door EYE en het Center for Visual Music die de nalatenschap van Fischinger beheren. Naast de tentoonstelling zijn er screenings van zijn films en worden enkele van zijn installaties opnieuw uitgevoerd.

KAN. NIET. WACHTEN!

De trailers van Jan P. Koenraads

Het Nederlands Film Festival maakt van de filmtrailer de ‘main attraction’. Op maandagavond 1 oktober zijn er in filmtheater ‘t Hoogt ruim 30 trailers voor Nederlandse films te zien. Het belooft een hele mooie avond te worden met commentaar van ‘trailer-buffs’ als Martin Koolhoven, Ronald Simons, Job ter Burg en Jan Doense. Ruben Nicolai is de presentator van de avond en zal ons door de geschiedenis van de Nederlandse trailers loodsen.

Deze avond is ook de reden dat het even iets stiller is op het blog, ik ben de afgelopen tijd dus op zoek geweest naar trailers voor deze avond. Of in Trailer-talk gezegd: “Op jacht in de Diepste Krochten! naar het Beste van het Beste! Het Oudste van het Oudste!” Of zoiets. De oudste trailers uit het programma komen uit midden jaren dertig. Bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid vond ik er een aantal in de Polygoon-Profilti collectie. Deze filmfabriek maakte niet alleen trailers voor hun eigen films en documentaires, maar ook voor die van buitenlandse producties. Meestal bevatten ze wat fragmentjes uit de film, muziek (geen voice-over) en van die mooie expressieve titels. Ze lijken allemaal wel een beetje op elkaar en dat komt natuurlijk omdat ze waarschijnlijk maar één grafisch ontwerper in dienst hadden. Wie o wie zou dat nu zijn geweest?

Na lang zoeken in Jitze de Haans “Polygoon spant de kroon“(Otto Cramwinckel, 1995) kwam ik in de bijschriften van twee groepsfoto’s een bekende naam tegen: Jan P. Koenraads. Die naam kende ik, want voor deze graficus en decorontwerper had ik voor de Beeldengeluidwiki.nl enkele jaren geleden al een pagina aangemaakt. Waarop ik destijds ook keurig heb vermeld dat de goede man bij Polygoon in dienst was geweest. Niet echt een nieuwe ontdekking dus, maar toch fijn om (weer) te weten.

Op 1 oktober zullen er dus een aantal trailers te zien zijn waar Koenraads de titels voor ontwierp. In de banner hierboven zijn alvast wat voorproefjes van zijn typografische kunsten te zien, bij wijze van teaser voor de trailer-avond zullen we maar zeggen. Niemand verzuime dit afwisselend programma te gaan zien!

PS: kende u Jan P. Koenraads of bent u familie van hem? Ik zou heel graag in contact met u komen! (info@vormvanvermaak.nl)

De nieuwe stoeptegel

Ondanks een somber wolkendek is het toch een mooie dag. Want vandaag is de presentatie van het boek Een eeuw van beeld en geluid: Cultuurgeschiedenis van radio en televisie in Nederland. Sonja de Leeuw, Huub Wijfjes, Bert Hogenkamp en enkele andere wetenschappers beschrijven in dit boek de sociale geschiedenis van radio en televisie in Nederland.

Een eeuw van beeld en geluid kan je in zekere mate zien als een vernieuwde uitgave van Omroep in Nederland: Vijfenzeventig jaar medium en maatschappij, 1919-1994 (red. Huub Wijffjes). Deze omvangrijke studie, door afmetingen en gewicht binnen televisiestudies ook wel De Stoeptegel genoemd, was jarenlang het enige boek wat de Nederlandse mediageschiedenis zo uitvoerig behandelde. Een eeuw van beeld en geluid is wat bescheidener van formaat, maar bestrijkt een grotere periode. Het start een paar jaar eerder en de ontwikkelingen van de laatste twee decennia komen ook nog aan bod.

Wat op het eerste oog opvalt aan het boek is de sobere beeldredactie. Omroep in Nederland dankte zijn formaat vooral aan de vele afbeeldingen. Inmiddels zijn die Ja zuster, nee zuster foto’s een beetje belegen geworden en daarom koos de redactie voor een hele andere aanpak. Op de foto’s staan objecten die een rol speelden in de geschiedenis van de Nederlandse omroep, denk aan ‘het hondenhok’ van Phillips, zendapparatuur van radiopionier Idzerda, een maquette van Sesamstraat, etc. Niet tegen een neutraal witte achtergrond maar in de omgeving waar ze zich nu bevinden: de depots van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Dit instituut is initiatiefnemer en uitgever van de publicatie en ondersteunt bovendien twee van de drie eerder genoemde wetenschappers. De collecties radio en televisie worden met name door digitaliseringsproject Beelden voor de Toekomst steeds beter toegankelijk. De collectie objecten staat veilig, maar onzichtbaar in de kelders van het gebouw. Het is mooi dat de redactie deze objecten op deze manier onder de aandacht brengt.

Hogenkamp, Bert, Huub Wijffjes en Sonja de Leeuw (red), Een eeuw van beeld en geluid: Cultuurgeschiedenis van radio en televisie in Nederland, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid: 2012.

Bestellen kan bij de webshop van Beeld en Geluid (hier staat tevens een korte samenvatting van alle hoofdstukken).

Stanley Kubrick en Saul Bass


Alternatieve titelsequentie voor 2001: A Space Odyssee, de maker liet zich “inspireren” door Saul Bass

Vandaag is de Stanley Kubrick tentoonstelling in het EYE filminstituut dan echt open en ook de films komen in roulatie. Vanavond draait bijvoorbeeld 2001: A Space Odyssee (1968) op het grote scherm.

In de tentoonstelling is artwork te zien van grafisch ontwerper Saul Bass. Hij werkte enkele storyboards uit voor Spartacus (1960), ontwierp de titelsequentie en het promotiemateriaal. De kracht van Bass was dat hij telkens een sterk grafisch beeld of symbool wist te vinden of creëren, bij Spartacus werd dat de strijdbaar opgeheven arm van Kirk Douglas met gebroken keten. Dit beeld speelde een centrale rol speelde in de promotie van de film. Bass was door Kirk Douglas binnengehaald, deze acteur was erg gecharmeerd van het werk van de ontwerper. Ook Kubrick was tevreden, maar pas twintig jaar later werkten Kubrick en Bass weer samen, toen Bass het affiche voor The Shining (1980) ontwierp. Dit affiche is iets minder sterk, de close-up van een maniakaal grijnzende Jack Nicholson door de toiletdeur werd uiteindelijk het iconische beeld voor de film in plaats van het door Bass gekozen beeld op zijn affiche. (Meer lezen in de volgende post over Bass en Kubrick)

YouTube staat vol met zogenaamde Saul Bass tributes, variaties, spoofs of hoe je het ook wil noemen. De meeste zijn studentenopdrachten en niet erg goed. Een uurtje surfen en veertig video’s later is het werk van Bass gereduceerd tot wat scheve balkjes, rommelige typografie en het gebruik van zwarte silhouetten. Hoewel sommige spoofs nog wel grappig zijn, kan je – als je het werk van Bass liefhebt – deze playlist maar beter niet bekijken. Het is jammer om te merken dat studenten Bass als inspiratiebron noemen, maar dan niet verder gaan het knippen en plakken van stijlkenmerken uit zijn bekendste filmtitelsequenties. Terwijl het unieke talent van Bass vooral lag in zijn strategie films te reduceren tot dat éne krachtige beeld, een beeld met de potentie om uit te groeien tot icoon voor de gehele film. Hoe bijzonder die gave is, bewijzen al die makkelijke pastiches op YouTube wel.


Alternatieve titelsequentie voor The Shining, de maker liet zich “inspireren” door Saul Bass

Keith Haring in New York

Vorige week was ik in het Brooklyn Museum (NY, VS) waar een tentoonstelling over de New Yorkse periode van Keith Haring (1958-1990) was. Dat heeft natuurlijk weinig met televisievormgeving te maken, maar de televisie figureert wel in veel van zijn werken.

Keith Haring @ Brooklyn Museum of Art

Als je niet in de buurt bent is er via het web nog genoeg te beleven aan deze tentoonstelling. De Keith Haring Foundation publiceert gedurende de expositie elke dag één pagina uit de dagboeken van Haring op Tumbler en er is een playlist op iTunes met muziek die hem die periode beïnvloedde.