Bewegend beeld: Tentoonstelling ‘Buiten beeld’ (1962)

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid plaatst regelmatig fragmenten uit het omvangrijke televisie-archief online. In het kader van dit onderzoeksproject gaan Beeld en Geluid en ik op zoek naar mooie en bijzondere fragmenten over de Hoofdafdelingen Ontwerp en Decorbouw.

Ik bracht al eerder twee filmpjes van Beeld en Geluid onder de aandacht waarin ondere andere Jan P. Koenraads in beeld kwam: een ‘achter de schermen’-bezoek van Polygoon aan het decorcentrum in 1975 en een verslag van een bezoek aan de Polygoon studio’s uit omstreeks 1950 (hier te zien).

Het volgende fragment wat ik onder de aandacht wil brengen, bestaat uit filminlassen van een reportage over de tentoonstelling ‘Buiten beeld’ in Apeldoorn. Deze opnames zijn gemaakt voor het NTS journaal van 22 april 1962. De opnames lijken ongemonteerd en helaas is het geluid niet bewaard. Ook Televizier deed uitgebreid verslag van de tentoonstelling en de opening, zodoende is veel bekend over de aanwezigen en de tentoongestelde werken.

De tentoonstelling kwam tot stand doordat Peter Zwart en B.S.C. van de Weerd, ambtenaar van kunstzaken bij de gemeente Apeldoorn goed bevriend waren. (Zwart bewaarde de een brief over de tentoonstelling van Van de Weerd aan Arie van den Dool over de financiële afspraken, deze brief is hier te lezen.) Zij maakten plannen voor een tentoonstelling met vrij werk van Zwart, maar die had niet genoeg werk om de tentoonstellingsruimte te vullen. Daarop nodigde hij ‘zijn’ groep ontwerpers uit. De negentien ontwerpers van de NTS Hoofdafdeling Ontwerp stuurden in totaal 84 werken in uit verschillende disciplines. Het vrije werk kwam te hangen en staan in de grote langwerpige zaal en in een kleiner, belendend kamertje waren televisie-ontwerpen te zien.

Jan van der Does tekende zijn zoon

Jan van der Does tekende zijn zoon

In dat kleine bijkamertje stonden onder meer een maquette voor een theater, gebruikt in het programma Bobbeltje en een kasteel uit Pipo de clown. Er zijn ook titelrollen, titelkaarten en vermoedelijk ook decorschetsen te zien geweest. Maar de meeste aandacht gaat in het Journaal-item en het Televizier-artikel uit naar het vrije werk: de kop van Beethoven door Peter Zwart, de snelle wagens van Cor Hermeler, ontdeugende tekeningen van Walter Schoorl, een spiritueel werk van Fokke Duetz, een portet van de zoon van Jan van der Does (wat nog steeds bij Van der Does thuis hangt), een wandecoratie van Peter Keesom, modeontwerpen van Willemien Reijinga en een plastiek van Hans Christiaan van Langeveld.

Het volledige Televizier-artikel is via deze link als PDF te lezen. (De datum boven het artikel klopt niet.) Screenshot from 2014-02-02 15:11:02

Zie ook Tentoonstelling Buiten beeld in de tijdlijn ’50 jaar tv-decor’.

Met dank aan de NOS voor het beschikbaar stellen van het fragment uit het NTS journaal en aan Beeld en Geluid voor het uploaden van de video.

Feestdagen

Misschien hadden jullie het al gemerkt dat het rustig was in het onderzoekslab en op het blog? Ik had mezelf namelijk vakantie gegeven. Ondertussen stroomde de inbox vol met allerlei leuke mails, foto’s en verhalen. Zo is het op de eerste werkdag van 2014 ook nog een beetje feest.

Nick de Weerd mailde onder andere deze mooie ‘krabbel’ gemaakt door Cor Hermeler tijdens een de afdelingsvergadering van 12 mei 1981. Via Freek Biesiot waren al een aantal portretten naar boven gekomen (hier te zien) en misschien volgen er nog wel meer. We zijn naarstig op zoek naar informatie over het (televisie)archief van Cor Hermeler, dus als jullie iets weten of horen, mail het dan naar mij of Nick de Weerd.

Portretten door Cor Hermeler. Vlnr: Corrine Franken, Tim Shortall, Anne Sevinga, Dorus van der Linden, Tijmen de Bree, Freek Biesiot, Richard Heidentrijk, Cor Straatmeyer, Martien van den Dijssel, Gerard Buurman, Tijmen de Bree, Frans van der Aa, Elsje de Waard

Portretten door Cor Hermeler. Vlnr: Corrine Franken, Tim Shortall, Anne Sevinga, Dorus van der Linden, Tijmen de Bree, Freek Biesiot, Richard Heidentrijk, Cor Straatmeyer, Martien van den Dijssel, Gerard Buurman, Tijmen de Bree, Frans van der Aa, Elsje de Waard

Jan van der Does: animations en special effects in de jaren vijftig

De afgelopen zomer is het onderzoek naar vijftig jaar televisiedecor van start gegaan met de registratie en digitalisering van het archief van Freek Biesiot. Daarvan heb ik hier al het een en ander laten zien. Hoewel dat archiveringsproject nog niet afgerond is, ben ik ook al bezig met het archief van een andere decorontwerper: Jan van der Does. Er komen bijzonder dingen naar boven waarvan ik hier al een kleine ‘preview’ geef.

Jan van der Does in de Emmatraat, Hilversum. Foto uit de TeleVisier van 5-5-1962. (Archief Jan van der Does)

Jan van der Does in de Emmatraat, Hilversum. Foto uit de TeleVizier van 5-5-1962. (Archief Jan van der Does)

Van der Does is in 1953 of 1954 aangenomen door Peter Zwart en Fokke Duetz. Deze twee ontwerpers van het eerste uur werken rond de klok om aan alle verzoeken van programmamakers voldoen. Maar met de toename van het aantal programma’s wordt vooral het grafisch werk ze te veel. Dat moet immers allemaal met de hand gebeuren. Met name het kalligraferen van de namen van alle programmamedewerkers op de titelrollen is een tijdverslindende bezigheid. Zodoende wordt Van der Does, afgestudeerd in de richtingen grafisch ontwerp en reclame, aangenomen. Niet veel later komt ook Cor Hermeler die eerst achterdoeken schildert bij de NTS, als graficus werken in het hoekhuis vlakbij Studio Irene waar de afdeling Ontwerp gevestigd is.

Op de stempel op dit formulier uit 1956 is de tweedeling "decor" en "titel" al te zien.

Op de stempel op dit formulier uit 1956 is de tweedeling “decor” en “titel” al te zien.

Het kalligraferen en illustreren van titelrollen neemt veel tijd in beslag. Daarnaast krijgen Van der Does en Hermeler regelmatig opdrachten voor animations en speciale effecten. Een aantal van dat soort opdrachten uit deze grafische periode heeft Van der Does bewaard. Het zijn werkrapporten en ontwerpschetsen voor leaders, bijzondere beeldovergangen of bewegende infographics. De animaties en speciale effecten komen mechanisch tot stand met behulp van papier, splitpennen, papieren schuifjes, doorzichtige platen, draaitrommels, mechano, spiegels en alle andere mogelijke hulpmiddelen. Soms wordt een leader of trucage op film opgenomen, maar zelfs in die gevallen gaat het om zogenaamde live-animaties, bewegingen die in ‘real-time’ voor de camera gerealiseerd worden. Voor het maken van ‘echte’ animatie, beeldje voor beeldje opgenomen, is weinig tijd en weinig geld. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit een afgekeurd ontwerp voor een leader voor een NCRV programma getiteld Mijn hobby(1958): “Na beoordeling v. ontwerp mocht het een en ander i.v.m. te hoge kosten geen doorgang vinden”, staat er op het werkrapport.

This slideshow requires JavaScript.

Van der Does kijkt met veel plezier terug op deze pioniersperiode: “Ik begon in een bedrijf en een vak dat nog helemaal ontwikkeld moest worden. Ik was jong en had nog geen verplichtingen die me van het werk afhielden, ik wilde me er helemaal aan geven. Iedereen stond er op die manier in, er heerste een hele enthousiaste mentaliteit.” Er wordt veel gepionierd, maar Van der Does kan ook voortbouwen op ervaring van zijn buitenlandse collega’s. In een klein notitieblokje met schetsjes voor bewegende grafiek staan bijvoorbeeld de titels van twee Duitse boekjes over tructitels geschreven: Der Titel im Amateurfilm van Hellmuth Lange en Titeltechnik van F. Lullack. En in 1956 gaat Van der Does op werkbezoek bij de BBC.

This slideshow requires JavaScript.

Van de ontwerpen en schetsjes uit de periode dat Van der Does grafisch ontwerper is, is maar heel weinig bewegend beeld bewaard gebleven. Een van de bekendste leaders van Van der Does is die voor de science-fiction kinderserie Morgen gebeurt het (hier te zien) is gelukkig wel bewaard!

Het archief van Van der Does bevat nog veel meer interessant materiaal, uiteraard ook over de afdeling Decorontwerp waar hij tussen 1962 en 1974 leiding aan gaf. Daarover later meer…

Richard Levin: Television by Design

Vorm van vermaak is natuurlijk niet het eerste boek over televisievormgeving. In 1961 stelde Richard Levin een boek samen over ontwerpen voor televisie, getiteld “Television by Design”.

Levin wordt in 1953 aangesteld als hoofd van Television Design bij de BBC. Net als bij de beginjaren van de Nederlandse televisie betreft ‘design’ vooral decorontwerp. Levin moet zijn best doen om de BBC directie ervan te overtuigen dat hij ook behoefte heeft aan een grafisch ontwerper. Hij fotografeert een week lang alle grafische vormgeving die op het televisiescherm te zien is, plakt al deze foto’s achter elkaar op een lange rol papier en sluit deze af met de tekst: “that’s why I need a graphic designer”. Zijn creatieve aanpak werkt en in 1954 krijgt hij verterking van graficus John Sewell. In de jaren daarna groeit de grafische afdeling onder leiding van Sewell tot ongeveer 15 ontwerpers in 1961.

In Television by Design besteedt Levin naast set-design, lighting, costume-design, e.a. ook aandacht aan grafisch ontwerp. Er staat werk afgebeeld van: Roy Laughton, Geoffrey Brayley, Bernard Lodge, Don Saul, Geoffrey Martin, Ruth Bribram, Terence Greer, Tom Taylor, Frank Ariss, Bernard Blatch, Kurt Rowland, Brian Pike, Don Higgins en Pat Thompson. Levin voegt er wel aan toe dat een representatie van televisie-graphics in een boek altijd inadequaat is; “…the real force of a title fading or cutting into another, or into al live scene, cannot be appreciated except in its real context. Their subtleties of meaning, developed through the accompanying sounds or speech, which is often an integral part of the design, cannot be distinguished by the eye alone.”

In Levins boek wordt daarnaast internationaal werk getoond. In de voorafgaande tekst gaat Levin in op de verschillende manieren waarop ontwerp voor televisie georganiseerd is. De BBC maakt gebruik van production designers die leiding geven aan alle aspecten van ontwerp (grafisch, decor, maar ook licht en kostuums) en de uitvoering daarvan. Levin realiseert zich dat organisaties met andere productieformats werken, waar ook de rol van de ontwerper anders is. De production designer, een functie afkomstig uit de filmindustrie, bestaat bijvoorbeeld niet bij de Nederlandse televisie. In Nederland bestelt de programmamaker zijn decor bij de afdeling decor, grafiek bij de afdeling grafisch, enzovoorts. Of daar een mooi en samenhangend vormgegeven programma uitkomt, ligt dus in handen van de programmamaker.

De Nederlandse pagina, ingestuurd door de NTS, bevat zes foto’s, waarvan er twee grafisch werk bevatten. Ten eerste zien we de zendmast, het herkenningsbeeld van de NTS, ontworpen door Peter Zwart. Het andere grafisch ontwerp is de opening voor Pipo de Clown van Jan van der Does. Pipo steekt zijn hoofd en een ballon door een uitsparing in een wandje met een groot vraagteken erop. Het filmpje (of de animatie van foto’s) diende vermoedelijk als openingleader voor het programma. De andere 4 foto’s tonen decors van Fokke Duetz, Peter Zwart en Cor Hermeler.

Het verschil tussen de BBC en Nederlandse televisie op het gebied van grafisch ontwerp is minder groot dan je zou verwachten, zeker gezien het gegeven dat de Nederlandse televisie zo’n 15 jaar later van start gaat. In 1954 neemt Peter Zwart voor het eerst een ‘echte’ grafisch ontwerper aan: Jan van der Does. Niet veel later volgen Ger van Essen, Hans Moolenaar, Ton Holst en Marcel van Woerkom. In de jaren daarop, als de afdelingen decor en grafisch beide sterk groeien, raken ook de disciplines verder van elkaar gescheiden. Maar in 1964 is de grafische afdeling van de NTS al net zo groot als die van de BBC in 1961.

Op het gebied van huisstijl zijn ze in Engeland in 1961 al wel heel veel verder. Op pagina 21 schrijft Levin: “…the most important single aspect of graphic design in in the power of its influence over the house style of a television service.” Hij stelt dat ongeveer 10% van de totale uitzendtijd opgaat aan grafisch ontwerp en dat het waarschijnlijk een grotere impact heeft dan alle andere vormen van ontwerp voor televisie. De waarde van een huisstijl moet dus niet onderschat worden: “When a unity of style can be maintained throughout the whole output of graphic design, combined with freshness, originality and strenght of execution, the cumulative effect of it is deep and lasting.”

Het begrip huisstijl is in Nederland in 1961 nog nauwelijks doorgedrongen in grafisch ontwerp en bedrijfsleven. Bovendien werkt het Nederlandse omroepsysteem niet erg mee. Op de Nederlandse televisie wemelt het van de vignetten, emblemen, namen en logo’s. Titelkaarten of vlaggetjes van de verschillende omroepverenigingen bakenen de zendtijd af, en het is niet ongebruikelijk dat een omroepvereniging meerdere vignetten, logo’s, lettertypes of symbolen door elkaar gebruikt. Maar het zijn met name de omroepsters die letterlijk en figuurlijk het gezicht bepalen van de omroepverenigingen. Het door de verzuiling versnipperde televisielandschap is wat dat betreft niet te vergelijken met de BCC.

Richard Levin, Television by Design, London: 1961