Zenderprofilering: een moeizame start

NRC schreef op 13 maart over de naamsverandering van de drie publieke netten. Ze gebruikten daarbij een aantal beelden uit de stationcall van Nederland 1 uit 1988, een ontwerp van Theo Dijkslag (NOB Design, met muziek van Stephen Emmer). Hoewel de keuze van NRC voor dit beeld een beetje willekeurig lijkt – deze zenderstyling wordt niet genoemd in de tekst – is het een perfecte illustratie bij de ophef die de vorige week speelde. Want op 4 april 1988, de dag dat deze stationcall in première gaat, wordt de moeilijke verhouding tussen zender- en omroepprofilering voor het eerst zichtbaar op televisie.

Wat is er anders die 4 april 1988? Op Nederland 1 is Dijkslag’s vormgeving dus voor het eerst te zien. De logo’s van de nieuwe vaste spelers op het net: EO, NCRV, KRO en VARA zijn prominent in beeld onder een Romeinse 1 die als een luik de uitzenddag opent en sluit. Maar afgezien van die twee stationcalls, nota bene uitgezonden op momenten dat er bijna niemand kijkt, verandert er weinig. Op Nederland 2 waar vanaf die dag AVRO, TROS en VOO (Veronica) uitzenden, blijft ook veel hetzelfde. De omroep(st)ers noemen het net (soms) ‘ATV’ en er buitelt af en toe een grote blauwe twee door het beeld. De grootste verandering die dag is natuurlijk de start van Nederland 3. Dit net heeft wel een complete zendervormgeving, naar ontwerp van Will Bakker (NOB Design), wat bestaat uit meer dan 25 verschillende filmpjes. Het zijn niet alleen variaties op het zenderlogo, maar ook programma-overzichten, storingskaarten, de klok en filmpjes waarin zenderlogo en de logo’s van de kleine zendgemachtigden op dit net, zoals Teleac, FEDUCO en IKON, in elkaar overlopen.

Waarom zien de zenders er zo verschillend uit? Waarom lukt het direct om op Nederland 3 een zendervormgeving te implementeren terwijl er op Nederland 1 en 2 lijkt of er nauwelijks iets verandert? Daarvoor moeten we eerst meer weten over de aanleiding en doelstellingen van deze verandering.

Op Nederland 2 is de blauwe twee regelmatig in beeld. De vormgeving van Veronica en AVRO bestaat uit veel blauw en glimmende 3D animaties

Op Nederland 2 is de blauwe twee regelmatig in beeld. De vormgeving van Veronica en AVRO leek al erg op elkaar:   veel blauw en glimmende 3D animaties. Bron: YouTube

De veranderingen in de vormgeving van de zenders zijn een onderdeel van de invoering van het thuisnetmodel. Vóór 1988 hadden omroepverenigingen allemaal hun eigen avond op Nederland 1 en volgens een onnavolgbaar schema een wisselavond op Nederland 2. De omroepverenigingen werden door de de toetreding van TROS, EO en VOO aan het publieke bestel in een lastige positie geplaatst(De Leeuw, 2012: 170). Enerzijds werden ze min of meer gedwongen om elkaar met ‘lichte’ populaire programma’s te beconcurreren om de gunsten van een zo groot mogelijk publiek. Anderzijds waren ze wettelijk verplicht om ook programma’s te maken voor de specifieke stroming die ze vertegenwoordigden en om de ‘zware’ kost, zoals kunst en educatie te brengen.

Het leidde ertoe dat omroepverenigingen hun populaire programma’s uit gingen zenden op hun vaste avond op Nederland 1 en de minder toegankelijke programma’s tijdens de wisselavonden op Nederland 2, het zendschema daarvan was immers voor de kijker toch niet te onthouden. De kijkcijfers van Nederland 2 maakten een vrije val. In het thuisnetmodel werden de ‘zwaardere’ programma’s niet weggestopt, maar zouden ze een betere kans krijgen, ingekapseld tussen ‘lichte’ programma’s. Het thuisnetmodel poogde de indeling van zendtijd eerlijker te maken, zodat de omroepverenigingen beter hun tegenstrijdige opdracht – het aanspreken van een groot algemeen publiek én een kleine specifieke stroming – konden vervullen.

Maar bovenal gaf het thuisnetmodel de televisiekijker meer structuur en duidelijkheid over het uitzendschema, ieder had nu een vaste avond op een vast net. De kijker zou zijn favoriete omroepvereniging gemakkelijker kunnen vinden. Naast de zenderindeling kwamen de omroepverenigingen de kijker ook tegemoet in de wijze van programmeren. De spelers op Nederland 1 bijvoorbeeld maakten gezamenlijk afspraken over een horizontale programmering, een model dat door zo goed als alle niet-Nederlandse publieke en commerciële zenders gebruikt wordt. Zo besloten ze om elke avond om 19.00 na een kort journaal een breed toegankelijk amusementsprogramma voor jong en oud te programmeren. En de late avond werd gereserveerd voor de actualiteiten rubrieken. Dat was dan wel elke dag een andere amusementsshow of actualiteitenrubriek, maar het gaf kijker meer houvast.

Het thuisnetmodel – met de vaste spelers per net, de vaste avonden en de mogelijkheid van horizontale programmering – zou de publieke omroep voor de kijker aantrekkelijker maken, en tegelijkertijd liet het de omroepen genoeg vrijheid om zich te kunnen blijven concentreren op de kwaliteit en signatuur van hun programma’s. Tot zover waren de meeste omroepverenigingen het er over eens dat de veranderingen van 1988 hen ten goede kwamen. Maar dachten ze over de ontwikkeling van een gezamenlijke zenderprofilering?

Pas in 1977 – 13 jaar na oprichting van het tweede net! – kregen Nederland 1 en 2 een logo. Ontwerp: Hans van der Jagt. Bron: Beeldengeluidwiki.nl

Een imago van een zender is voor buitenlandse omroepen als de BBC of de BRT en voor commerciële zenders zoals CNN of RTL vanzelfsprekend. Het logo van de zender (eventueel aangevuld met een getal) is de hele uitzending lang in beeld. Niet alleen in het rechter of linkerhoekje van het scherm, maar ook als stationcall, in de bumpers die reclameblokken introduceren of afsluiten, als achtergrondprojectie bij de omroep(st)er, in programma-overzichten en -promo’s, enzovoorts.

In het unieke Nederlandse bestel is dat zenderimago nooit vanzelfsprekend geweest. In 1930 besloot de overheid immers de ether te verdelen over een klein aantal organisaties met een religieuze of ideologische grondslag. In deze verzuilde tijd was een duidelijke afbakening van de gedeelde zendtijd op één zender noodzakelijk. Je wilde als godvrezende Katholiek niet per ongeluk bloot komen te staan aan een radio- of televisie-uitzending van die oproerkraaiers van de VARA. Titelkaarten met logo’s, de omroep(st)ers, herkenningsmuziek en later stationcalls gaven duidelijk aan wie de afzender was. De naam of het nummer van de zender speelde nauwelijks een rol en zo neutraal en onopvallend mogelijk aanwezig. Pas in 1977, 13 jaar na de introductie van Nederland 2 had Hans van der Jagt (NOS Grafisch Ontwerp) twee titelkaarten ontworpen die door herhaaldelijk en langdurig gebruik (tot 1984) beschouwd kunnen worden als de eerste zenderlogo’s.

Tijdens de ontzuiling en de toetreding van TROS, EO en VOO brak een periode van interne concurrentie aan. De afbakening kwam meer en meer in het teken te staan van marketing. Huisstijlen, imagocampagnes en groots opgezette ledenwerfacties benadrukten niet meer primair wie de afzender was, maar hadden vooral het doel de omroepvereniging als een merk neer te zetten. De zendtijd tussen de programma’s in werd – naast de inhoud van de programma’s – een belangrijke ruimte. Een alomvattende zendervormgeving zoals bij niet-Nederlandse publieke omroepen en commerciële zenders was daarom ondenkbaar in 1988. Dat zou inbreuk maken in de verworven rechten van de zendgemachtigden om hun deel van de zendtijd naar eigen inzicht in te richten, en bovendien zou het extra concurrentie betekenen. De kijker moest een band opbouwen met een omroepvereniging, niet met een zender.

Het Nederland 3 logo  gaat naadloos over in het logo van Teleac (ca 12 sec) waarna een omroeper buiten beeld het programma introduceert (ca 12 sec)

Het Nederland 3 logo gaat naadloos over in het logo van Teleac (ca 12 sec) waarna een omroeper buiten beeld het programma introduceert (ca 12 sec). Bron: YouTube

De invoering van een zendervormgeving lukt daarom alleen op Nederland 3. De kleine zendgemachtigden op dit net en ook de NOS waren voor hun zendtijd immers niet afhankelijk van ledenaantallen en konden zich onttrekken aan de concurrentiestrijd waar de rest van de omroepverenigingen in verwikkeld was. Bovendien konden deze kleine zendgemachtigden geen aaneengesloten avonden aanbieden, daarvoor hadden ze te weinig middelen en zendtijd. De vormgeving van de ruimte tussen de programma’s in was daarom minder van belang. Zij hadden er juist voordeel van als het nieuwe derde net een sterke identiteit zou krijgen ten opzichte de andere twee -bij de kijker al vertrouwde- netten. Ook bij het feit dat de vormgeving misschien wel érg goed paste bij die van de NOS hadden de kleine zendgemachtigden meer te winnen dan te verliezen.

Maar op Nederland 1 en 2 hadden de ledengebonden omroepen wel wat te verliezen bij een prominent aanwezige zendervormgeving. Daarom veranderde er op het scherm zo weinig. De zendervormgeving kreeg een bescheiden plaatsje aan het begin en einde van de uitzendingen (de zender ging ‘s nachts en een groot deel van de dag op zwart) en de omroepverenigingen behielden de vrijheid om de zendtijd tussen hun programma’s naar eigen inzicht in te vullen. De stationcall van Nederland 1 valt op door onopvallendheid. Het gebrek aan kleur, de minimale vorm en de dienende symboliek van het net als een doorgeefluik naar de omroepverenigingen is allemaal gekozen om de EO, KRO, NCRV en de VARA tevreden te houden. Met deze vormgeving wordt geen van de vier omroepverenigingen voorgetrokken, maar van een gezamenlijk gezicht is absoluut geen sprake. De zendervormgeving had even goed gepast bij een willekeurige groep andere zendgemachtigden.

Het begin van de EO-woensdag op Nederland 1. Na het testbeeld, start-up en klok: de zendervormgeving (ca 8 sec) gaat over in de EO stationcall (ca 20 sec), de omroeper en programmaoverzichten (ca 2 min)

Het begin van de EO-woensdag op Nederland 1. Na het testbeeld, start-up en klok: de zendervormgeving (ca 8 sec) gaat over in de EO stationcall (ca 20 sec), de omroeper en programmaoverzichten (ca 2 min). Bron: YouTube

Nederland 2 werd het vaste thuisnet voor de AVRO, TROS en VOO (Veronica). Als elkaars grootste concurrenten in de amusementsprogramma’s voor een breed publiek waren zij het meest gebaat bij een situatie dat hun avonden niet overlapten. Deze omroepverenigingen lijken daarom op een veel actievere manier dan de spelers op Nederland 1 betrokken te zijn geweest bij de totstandkoming van een gezamenlijke zendervormgeving. Zo besloten ze het net om te dopen tot ‘ATV’, een afkorting van AVRO, TROS en VOO. De driedimensionale blauwe twee als zenderlogo was waarschijnlijk snel gekozen, bij alle drie de verenigingen is driedimensionale, glimmende, blauwe computeranimatie immers onderdeel van de tv-huisstijl. De TROS ging nog een stukje verder en neemt een -iets andere- blauwe twee als begin en eind van de eigen stationcall. Doordat de vormgeving van de drie bespelers op het net al sterk op elkaar lijkt en ze die nogmaals onderstrepen met de blauwe twee, komt er een -misschien niet heel consequente- maar toch behoorlijk samenhangende vormgeving op Nederland 2 – of ATV.

De Nederland 2-vormgeving wordt opgenomen in de TROS-stationcall (ca 24 sec)

De TROS-stationcall begint en eindigt met een blauwe twee (ca 24 sec). Bron: YouTube

Maar er is nog een vierde speler op Nederland 2, de VPRO met als vaste avond de zondag. De VPRO past in geen enkele opzicht tussen de andere drie spelers. De omroepvereniging verdiepte zich juist in de programmatypes die met name de AVRO, TROS en VOO lieten liggen. De VPRO was ook nadrukkelijk om niet van plan mee te doen aan het horizontale programmeren, want zij onderscheidden zich met thema-avonden (horizontale programmering) waarbij het thema zelfs in de vormgeving van de avond terug te zien was. Ook tijdens de ‘gewone’ avonden was sinds 1971 de traditie ontstaan om de omroep(st)er buiten beeld te laten. De VPRO had vaste ontwerpers die verantwoordelijk waren voor het ontwerpen van een avant-gardistische aaneenschakeling van stationcalls, programma-aankondigingen en programmaleaders. Bob Takes, VPRO-ontwerper in 1988, verafschuwde de vliegende, glimmende driedimensionale logo’s van AVRO, TROS en VOO en gaf de VPRO met verfspetters, veel wit en rafelige lijnen een platte, grafische stijl. De VPRO was dus qua inhoud, programmeringsstrategie én vormgeving de tegenpool van de AVRO, TROS en Veronica. De VPRO weigerde uiteraard de blauwe twee te gebruiken.

De VPRO vormgeving van Bob Takeswas misschien wel de tegenpool van de vormgeving van de andere spelers op Nederland 2

De VPRO vormgeving van Bob Takes was de tegenpool van de vormgeving van de andere spelers op Nederland 2. Bron: YouTube

De poging om tegelijkertijd met het thuisnetmodel ook een vorm van zenderprofilering te introduceren was dus een wisselend succes. De AVRO, TROS en VOO probeerden er het beste van te maken en ook de niet-ledengebonden zendgemachtigden zagen wel de voordelen. Bij de VPRO, EO, KRO, NCRV en VARA lijkt er meer te spelen dan een strijd tussen zender- en omroepprofilering. Omroepverenigingen die die op geen enkel vlak overeenkomsten hadden – denk aan de VPRO met AVRO, TROS en VOO, maar ook aan de VARA met de confessionele omroepverenigingen-, die bovendien in hevige concurrentiestrijd met elkaar verkeren om massaal weglopende leden, worden gedwongen om samen een net te bestieren. Zo bezien is het een wonder dat er op 4 april 1988 überhaupt iets op televisie kwam.

Bronnen:
Persbericht: “Nederland 1 op 4 april van start: ZEKER TWEE JAAR EN ZES MAANDEN DUIDELIJKHEID”, 10-3-1988, waaraan toegevoegd is “Uiteenzetting van mr. Aart Duijser, voorzitter van het F.O.P., op de persconferentie van de bespelers van het Eerste Net (EO, KRO, NCRV en VARA). – op donderdag 10 maart 1988 in de VARA-studio.”

Sonja de Leeuw, ‘Televisie verbindt en verdeelt, 1960-1985’ in Een eeuw van beeld en geluid, Beeld en Geluid: 2012.

NPO lol

Later dit weekend probeer ik nog een stuk op de site te zetten over de eerste poging van de publieke omroep om tot een soort van zenderprofilering te komen in 1988. Een beetje historische context bij de polemiek van afgelopen week omtrent de aanstaande naamsverandering van de radio- en tvzenders kan geen kwaad lijkt me. Bij relativeren hoort ook: grapjes maken. Ik waag me er niet aan, anderen gelukkig wel. Dit vond ik de beste twee.

Uit NRC van 16 maart 2013

Alexander Klöpping – tweet van 12 maart 2013

NPO 1,2 en 3

Het nieuws over de verandering van de toevoeging “Nederland” in “NPO” roept felle reacties op. Vooral omroepbazen en presentatoren van die omroepen sabelen het neer. Wat wordt er allemaal geroepen en wat vind ik daarvan?

“Totaal overbodig zo’n nieuwe naam!”

De Nederlandse Publieke Omroep is het overkoepelend orgaan van de omroepverenigingen en zendgemachtigden. Zo is de NPO de baas over de zendercoördinatoren die de laatste jaren steeds meer de controle bij de omroeporganisaties weghaalden. Deze centralisering begon al in aanloop naar de toetreding van de eerste commerciële zender RTL. Na eindeloos onderhandelen gaven de omroepen de afgelopen 25 jaar hun vaste avond, hun vaste net, hun eigen omroepster en tv-vormgeving op. Dit ten bate van de profilering van de zenders, horizontale programmering (naar het voorbeeld van RTL) en de laatste jaren ook het ontwikkelen van een overkoepelend merk. In het kader van dit centraliseringsproces is het claimen van zenders door de toevoeging “NPO” een hele logische en zelfs voorspelbare stap.

De familie van NPO logo’s anno nu

Bij elke stap in deze ontwikkeling is het protest van de omroepverenigingen groot. Het ontwikkelen van een overkoepelend, nationaal merk gaat immers ten koste van hun zorgvuldig opgebouwde identiteiten. Identiteiten die na de ontzuiling lang niet meer zo vanzelfsprekend zijn en die met dure huisstijlen en reclamecampagnes overheid gehouden moeten worden. Niet zo gek dus dat de omroepverenigingen als gebeten honden reageren als de NPO iets onderneemt op het gebied van profilering.

Maar we weten allemaal dat het omroepsysteem zoals het was financieel niet meer te dragen is. Of beter gezegd, de Nederlandse burger koos ervoor die last niet meer te willen dragen. De helft van de burgers kijkt niet naar de publieke omroep. Wie is er nog lid van een omroepvereniging? En we stemmen ook niet meer op volksvertegenwoordigers die koste wat kost het verzuilde bestel in stand willen houden. De regering geeft daaraan gehoor en eist bezuinigingen van de omroepverenigingen. Maar tegelijkertijd willen we voor informatie en cultuur ook niet helemaal uitgeleverd worden aan commerciële bedrijven en de markt.

De NPO heeft de taak gekregen om te werken aan een compromis; hervormen naar een nationaal bestel waarin de omroepverenigingen fungeren als productiehuizen. Wil de publieke omroep in de toekomst niet alsnog financieel ten onder gaan, moet het zich bewijzen ten opzichte van haar concurrenten: RTL, SBS, buitenlandse zenders, maar ook digitale aanbieders (zoals Google/YouTube) die net zo hard vechten om de gunsten van de kijker/adverteerder. Een sterke merknaam en het claimen van de radio en televisiezenders is daarom een goede stap.

“Stom! Want ‘Nederland 1’ is zo’n vertrouwde en sterke merknaam!”

De benaming van ‘Nederland 1, 2 en 3’ gaat terug tot de start van het tweede net in 1964. Het is een naam die door lang gebruik vertrouwd is geraakt. Maar is het een sterke merknaam? Het is vergelijkbaar met een bakker die zijn zaak “Brood” noemt, of een radio en tv archief dat zich “Beeld en Geluid” noemt. De benaming is heel erg generiek en daarom niet erg praktisch als je kijkt naar de (online) vindbaarheid. Bovendien is het wel duidelijk dat er een goede overkoepelend term moet komen voor “Radio 1”, “Nederland 1” én omroep.nl. “Nederland” kan je niet registeren als merknaam, “omroep” is te vaag en “Radio” is al helemaal niet geschikt. “Nederlandse Publieke Omroep” is een nationale, neutrale naam en dekt zowel radio, televisie én internet.

Overdaad aan namen, logo’s en identiteiten doet de herkenbaarheid van de publieke omroep als geheel geen goed

Laten we ook de vertrouwdheid van het publiek met een zender als ‘Nederland 1’ niet overschatten. In de huidige zendervormgeving speelt de toevoeging ‘Nederland’ al nauwelijks een rol. We zien de ruitjes met de nummers en klein rechtsonder in de stationcalls staat ‘nederland1.nl’. Het vervangen van die kleine lettertjes zal de televisiekijker waarschijnlijk nauwelijks opvallen.

De naamsverandering zal moeilijker zijn bij radio. De radiozenders hebben al veel langer een eigen en onderscheidend profiel, iets wat op televisie pas sinds 2003 echt gerealiseerd word. Dan kan je als radio-maker “NPO Radio 1” wel een nietszeggende naam vinden, maar “Radio 1” is volgens die redenering veel nietszeggender. Zoals dat bij elke naamsverandering of logo-wijziging gaat, zal na de eerste storm van protest al snel gewenning optreden. Martin Lambie-Nairn, verantwoordelijk voor de NOS huisstijl van 2005 en al tientallen jaren vormgever bij de BBC, maakte tientallen huisstijlveranderingen mee en vertrouwde me ooit toe: ‘mensen hebben echt wel wat beters te doen’. En als de nieuwe naam ooit weer vervangen wordt, zullen dezelfde mensen opnieuw roepen dat ze toch zó verschrikkelijk aan het merk gehecht waren.

“Niemand weet waar NPO voor staat!”

Het logo waarmee de NPO, toen nog Publieke Omroep geheten, voor het eerst op het tv-scherm kwam

Het ontwikkelen van de NPO als overkoepelende organisatie is al 25 jaar aan de gang. Het merk NPO is pas veel recenter publiekelijk gelanceerd. Bij de zenderstyling van 2000 verscheen in alle stationcalls van de omroepverenigingen in de laatste seconde een klein bescheiden ‘blokje bolletje’-logo. Later, bij de restyling van 2003 door Kemistry, kwam er een nieuw logo gebaseerd op de afgeronde ruitjes die tot op heden ook de basis vormen van de huidige zenderlogo’s. De NPO moet in de ontwikkeling van haar merk uiterst voorzichtig opereren, want voor de omroepverenigingen is elke stap voorwaarts een bedreiging van hun autonomie. Het is daarom niet vreemd dat de televisiekijker en radioluisteraar nog niet bekend zijn met NPO. Als het aan de omroepverenigingen ligt, zal dat ook nooit gebeuren.

Maar als de NPO haar naam toevoegt aan alle radio- en televisiezenders, -zoals ook de AVRO sinds tientallen jaren met haar programma’s doet, en waar de NOS bij de nieuwe huisstijl in 2005 (Lambie-Nairn) ook mee startte – zal het met de herkenbaarheid van de NPO snel goed komen. Na een aantal jaar zal de afkorting zo ingeburgerd zijn dat inderdaad niemand meer weet waar die letters ook alweer voor staan. Net als niemand meer weet waar de afkortingen VARA, VPRO, AVRO, NCRV, BNN, RTL, SBS, BBC, NBC, ARD, ZDF en HBO voor staan.

“Maar het is zo duur! Wat een geldverspilling!”

De omroepverenigingen moeten gedwongen samenwerken en flink bezuinigingen. Dan is het zuur als er wél geld blijkt te zijn voor zoiets triviaals als een merkstrategie. Maar is die merkstrategie wel zo triviaal? In 1989 halveerde de reclame-inkomsten van de publieke omroep door de komst van commerciële televisie. Het marktaandeel van de publieke omroep staat sindsdien voortdurend onder druk. Het was u vast wel opgevallen, maar de afgelopen tien jaar is er bovendien behoorlijk wat aan digitale verleidingen bijgekomen. Ondertussen willen de omroepverenigingen hun eigen splintergroepje van het kijkerspubliek aanspreken en de eigen identiteit uitdragen, zo legitimeren ze immer hun bestaan. Elke omroepvereniging laat zich daarom om de paar jaar een nieuwe huisstijl of reclamecampagne aanmeten. Voor de marktpositie van de publieke omroep als geheel is die versplintering niet goed. Is het niet slimmer en vooral goedkopere om één sterke overkoepelende NPO identiteit te ontwikkelen en de geldverslindende campagnes van de individuele omroepverenigingen af te schaffen?

“Schandaal! Schandaal! Henk Hagoort is een *****!”

Een nieuwe huisstijl is altijd een goed moment om even lekker wat frustraties te ventileren. Ongeacht het bedrijf, de instelling of situatie, de tegenargumenten zijn altijd hetzelfde. Dus dat is makkelijk en snel scoren. 1; het is onnodig, 2; geldverspilling en 3; de bestaande naam of het logo is zo ontzettend herkenbaar. Makkelijk inkoppertje en verontwaardiging doet het altijd goed in de media.

Maar als je kijkt naar de lange termijn en je wil voor informatie en cultuur niet afhankelijk worden van commerciële bedrijven, richt je woede dan niet op de NPO. Ook de omroeporganisaties kan je weinig kwalijk nemen in deze kwestie, zij verdedigen hun bestaan, hun werknemers en hun leden. Richt je woede en verontwaardiging op RTL- en SBS-kijkers, op de mensen die de ontzuiling in Nederland in gang hebben gezet, op iedereen die niet stemt op een partij die het oude omroepbestel wil conserveren, op mensen die geen lid zijn van omroepverenigingen en geen omroepgidsen lezen. Wordt boos op YouTube en ‘het internet’ omdat we door hen zijn gaan denken dat informatie en cultuur gratis zijn, op adverteerders, op de veroorzakers van de financiële crisis. En steek de hand ook eens in eigen boezem: ben je bereid om fors meer geld te betalen om de omroepverenigingen te redden?

Een mooie greep uit de rijke geschiedenis van Nederlandse omroeplogo’s. Maar is er nog wel toekomst voor ons merkwaardige Nederlandse bestel?

Lees ook:
Molblog: Als merkstrategie NPO werkt, dan is 153000 euro een goede investering en Publieke omroep toont visie
Communicatieonline: Merkexperts begrijpen keuze voor NPO

Sonic Acts: astronomie in het Stedelijk

Voor een kunstfestival is het volstrekt logisch dat de opening in het Stedelijk Museum gehouden wordt. Maar bij Sonic Acts – een van de beste festivals van Nederland als je het mij vraagt- is alles nét even anders. De openingslezing van Anil Ananthaswamy bijvoorbeeld, was wel in het Stedelijk, maar ging niet over kunst. En met de speciale openingsperformance van Matthijs Munnik kwam het door een technische complicatie maar net op tijd goed. Dit soort verassingen, plezierig of niet, horen bij Sonic Acts.

Sonic Acts flyer – ontwerp Bitcaves

Ananthaswamy sprak naar aanleiding van het festival thema The Dark Universe over de zoektocht naar de oorsprong van het heelal, dark matter en dark energy. Op de meeste bizarre plekken op aarde wordt er op inventieve manieren gezocht naar bewijsmateriaal van die geschatte 95,5% van hetgeen dat we nog niet kennen. Dit zijn meestal afgezonderde plekken waar zo min mogelijk ‘menselijke ruis’ is. Ananthaswamy bezocht Antartica, het gigantisch grote bevroren Biakal meer in Rusland en ondergrondse mijnen waar zelfs de straling van het vocht in een vingerafdruk genoeg is om het experiment te verstoren. Hij deed er verslag over in het boek The Edge of Physics.

Ook andere lezingen tijdens het conferentie deel van The Dark Universe gingen in op deze zoektocht naar het onbekende. Niet alles was even toegankelijk. De lezing van Raphael Bousso bijvoorbeeld vatte ik maar voor zo’n 4,5%, de rest bleef duister voor me. Pijnlijk, maar ook het verkennen van je eigen grenzen hoort bij Sonic Acts. En het leverde weer mooi materiaal voor een blogpost (A chicken, black holes, the second law of thermodynamics and kittens. Ik ben allang blij dat mijn trommelvliezen, netvlies en evenwichtsorgaan het festival ongeschonden door zijn gekomen. Mocht u het zich afvragen: Sonic Acts is bepaald niet geschikt voor mensen met epilepsie.

Deze waarschuwing hing bij de tentoonstelling in NASA

Ik mocht met enkele andere gelukkigen gratis en voor niets naar het festival en kreeg tussen lectures en performances door ook nog eens de workshop Critical Writing aangeboden. Nick Cain van Wire, Alessandro Ludovico van Neural en Gé Huisman, Dimitri Vossen en Ruth Timmermans van Gonzo stonden ons terzijde met adviezen en feedback. Maar tussen het volgen van het festival, de workshop-bijeenkomsten en een masterclass bleef er niet zo heel veel tijd over voor het bloggen. Gelukkig blijven er verslagen en recensies binnenstromen op het Sonic Acts blog, ofschoon het festival al twee weken geleden is. De indrukken die de lezingen en performance op hebben weten te roepen, laten zich niet eenvoudig vergeten. Nog onderweg is een verslag van de masterclass van Trevor Paglen. Paglen doet onderzoek naar onderwerpen die niet onderzocht willen worden. Zo wist hij een geheime CIA gevangenis op te sporen en verzamelde hij schouderpatches van geheime ‘black missons’ van het Amerikaanse leger. In de masterclass vertelde hij uitgebreid hoe hij dat onderzoek verricht. Daarover dus binnenkort meer.

Masterclass: Trevor Paglen

Sonic Acts 2013 // The Dark Universe. Trevor Paglen masterclass @Stedelijk Museum. Foto: Caetano Carvalho

Hoe zit het eigenlijk met….

Eind 2010 schonk Freek Biesiot (van 1965 tot 2000 in verschillende hoedanigheden werkzaam bij NTS/NOS/NOB) zijn archief aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Maar wat is er in de tussentijd mee gebeurt? Helaas verneem ik van Biesiot dat de kar met decorontwerpen, foto’s, documenten en objecten nog steeds in het rekwisieten depot van het oude NOS hoofdgebouw staat (bij Hollandse Handen). Niet de ideale plaats om 35 jaar tv-geschiedenis te stallen, lijkt mij. Eens kijken of we daar wat aan kunnen doen…

Guillemet

Zoals al uitgebreid in de eigen krantenpagina’s besproken, is de NRC verhuisd naar het Rokin in Amsterdam. Abonnees kregen de aanbieding om voor een bescheiden bedrag te dineren in het restaurant op de begane grond en daar konden huisgenoot en ik geen nee tegen zeggen. In het restaurant bleek dat de krant haar huisstijl serieus neemt. Tot mijn aangename verrassing hebben de stoeltjes vorm en kleur van de enkele guillemet (ganzevoetje), het logo van NRC, maar dan 45 graden gekanteld (anders kan je er natuurlijk niet op zitten).

NRC restaurant – guillemet stoel

Ik hou er wel van als een organisatie zijn best doet om een samenhangende ‘look and feel’ aan probeert te brengen in alle uitingen. Ook aan het plafond -tevens een redactievloer- werd een link met de actualiteit gelegd. We zien daarop grote projecties van nieuwsfoto’s met concentrische voorstellingen: de Large Hadron Collider bijvoorbeeld. En de luxe versie van ‘fish and chips’ wordt gepresenteerd in de NRC van gisteren. Ook de menukaart deed qua formaat (tabloid) en indeling denken aan de krant. Maar aan het verwijzingssysteem in de rechter marge konden we geen touw vastknopen. De bediening overigens ook niet.

NRC restaurant – menukaart

De rode guillemet is onderdeel van de huisstijl en campagne zoals Thonik die voor NRCnext introduceerde in 2010. Het leuke van de guillemet is dat hij veel toepassingen en betekenissen kent: je kan er iets mee benadrukken, in de wiskunde betekent het ‘meer’, op media apparatuur staat het voor ‘play’ of ‘forward’. Allemaal connotaties die uitstekend passen bij een krant. De eenvoudige vorm leent zich ook goed voor het uitbeelden van de waardes waarmee NRCnext zich wil onderscheiden. Diepgang wordt gevisualiseerd door de guillemot naar beneden te laten wijzen, discussie door er twee tegenover elkaar te zetten. En zo blijkt nu, de guillemot kan prima ingezet worden als merkteken voor allerhande activiteiten en producten, zoals reisjes, boeken, dvd’s, kunst en zelfs diners. De NRC is niet de enige krant die met dit soort extra activiteiten de teruglopende lezersaantallen probeert te compenseren. Maar als het gaat om de marketing en vormgeving van die activiteiten loopt de NRC absoluut voorop.

Voorsprong from thonik on Vimeo.

Meer op vimeo.com/thonik en thonikbyyou.com

Sonic Acts: Bitcaves and The Dark Alphabet

Vorige week sprak ik met Femke Herregraven (Bitcaves). Zij verzorgde de afgelopen edities de vormgeving van Sonic Acts. De vormgeving voor dit jaar is -net als het festival zelf- bijzonder mysterieus en geheimzinnig. Lees er alles over!

Van donderdag tot zondag loop ik heen en weer tussen Paradiso, De Balie, NASA, Stedelijk Museum en de Vondelkerk met een tasje (rechts), ontworpen door Herregraven met daarin notitieblokje en pen. Ik mag namelijk weer aan de slag als festival-blogger. Ik zal zelfs deelnemen aan de Critical Writing Workshop georganiseerd door Sonic Acts en Gonzo onder het motto ‘writing about something you can’t see is difficult -but not impossible” (vrij naar Vera Rubin). De Sonic Acts blogpost zijn trouwens in het Engels omdat het festival ook Engelstalig is. Daarom komen de volledige berichten op 2013.sonicacts.com en plaats ik hier alleen een korte verwijzing.

Zegeltjes sparen en de VPRO Gids cover

Afgelopen week berichtte de VPRO Gids uitgebreid over hun ludiek bedoelde, maar door de lezers zeer fanatiek en serieus opgevatte ‘zegeltjes-actie’. Elke week plakten honderden VPRO Gids-lezers trouw het kleine afbeeldinkje van de cover in het colofon op een spaarvel. Een volle spaarkaart leverde 30% korting op een artikel uit de VPRO webshop op. Waarom was de actie zo’n succes? De VPRO noemde vele oorzaken, maar de belangrijkste is natuurlijk dat de covers altijd zo bijzonder geslaagd zijn. Mooie ontwerpen die de moeite van het bewaren waard zijn, al is het maar op postzegel-formaat.

Collega-blogger en schrijver Michael Minneboo interviewde een van die VPRO cover-ontwerpers. Erik Varekamp kennen we als stripmaker (Agent Orange) en als illustrator van bijvoorbeeld de cover over ‘Oost-Europa’s nieuwe kapitalisten’. In Minneboo’s video zien we precies hoe deze cover tot stand kwam.

De liefde van de VPRO Gids-lezer voor de covers bleek nog wel het meeste uit de bestellingen die vervolgens door de zegeltjes-spaarders werden geplaatst. Meest bestelde item was – zo meldde de VPRO Gids van afgelopen week- het VPRO Gids cover boek. van Beate Wegloop en Piet Schreuders. Dat prachtige boek, een van de 30 best verzorgde boeken van 2011, had ik al (vanwege deze recensie). Het werd een mooie Wim T. Schippers dvd-box voor mij. De We zijn weer thuis– tune is inmiddels niet meer uit mijn hoofd te branden.

Post Panic en The Dark Universe

Stardust from PostPanic on Vimeo.

PostPanic plaatste gisteren nieuw vrij werk op Vimeo. Het is een animatie die me doet denken aan het thema van Sonic Acts festival van dit jaar: The Dark Universe. Zo staat in de beschrijving van de video dat Mischa Rozema, PostPanic’s creative director, onze verwachtingen van hoe het heelal zoals die door NASA en science-fiction films vormgegeven zijn, aan de kaak wilde stellen. Hij doet dat door het perspectief te veranderen: zo zien we close-ups van het oppervlakte van een exploderende planeet en andere beelden die absoluut niet ‘echt’ of wetenschappelijk te verantwoorden zijn. Dat is natuurlijk de vrijheid die je je als regisseur kan veroorloven in een 3D animatie. Het levert een prachtige korte film op die tevens een eerbetoon is aan de aan kanker overleden ontwerper Arjan Groot. Je zou dus kunnen stellen dat dit werk enerzijds gaat over de grote onbekende buitenaardse ruimte gaat, maar latent ook over onbekende en duistere ‘ruimtes’ dichtbij, in ons eigen lichaam zelfs. Net als over het heelal weten we over kanker nog lang niet genoeg.

Fischinger is overal (2)

Oskar Fischinger inspireerde vele generaties kunstenaars. Zo ook de onbekende Nederlandse animatiefilmer Maarten Visser ( overleden in 2009). Zijn werk is geschonken aan filminstituut EYE en daarom kunnen we er tijdens het IFFR van genieten. De films worden vertoont op de videowall in de Foyer van de Rotterdamse Schouwburg, van 24 januari t/m 2 februari, tussen 17:45-18:15.


Visser beperkte zich tot het gebruik van vierkante tegeltjes. Maar binnen die beperking wist hij prachtige films te maken, waarbij vooral de zachte kleuren en de schilderachtige kwaliteit van de beelden opvallen. Net als Fischinger wilde Visser met bewegende kleuren en abstracte patronen visuele muziek maken. Hoewel de techniek anders is, doen de animaties van Visser me het meest denken aan Fischingers Motion Painting No. 1 (1947). Fischinger schilderde hier telkens over het vorige beeld heen, Dat heeft natuurlijk iets destructiefs want Fischinger ‘vernielt’ telkens weer een prachtige compositie door er een nieuwe krul of een nieuw vlak overheen te plaatsen. De toeschouwer is getuige van de gelijktijdige schepping én vernietiging van een werk. Hoewel Visser dus (beschilderde) mozaïektegeltjes gebruikt refereert de manier waarop hij zijn composities maakt aan deze dualiteit: de beeldcomposities ontstaan geleidelijk en worden geleidelijk doorgebroken tot er een nieuw beeld is ontstaan. Ik merk dat ik als toeschouwer op sommige momenten wil dat de film langzamer of sneller gaat, of dat ik de maker aanwijzingen wil geven: ‘iets meer rood in de rechterhoek graag.’ Maar natuurlijk gebeurt dat niet. Je wordt gedwongen je om je eigen voorkeuren voor kleur, vorm, beweging en vlakverdeling los te laten en je over te geven aan de wil van de filmmaker.

Meer lezen over Maarten Visser bij EYE, meer kijken kan op het MaartenVisserFilm YouTube-kanaal.