Begin bij het begin: de sollicitatie. Hoe komen de decorontwerpers binnen bij de NTS? Wat wordt er van hun verwacht? En wat is hun eerste indruk of ontwerp? De tweede sollicitatie in deze rubriek is van Dorus van der Linden:
Ik was afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Kunst en vormgeving in ‘s-Hertogenbosch in 1964 en heb na mijn eindexamen geprobeerd werk te vinden bij diverse uitgeverijen in Amsterdam (Arbeiderspers/Querido/Bezige Bij) omdat de reclame, waar de meeste van mijn mede-studenten werk zochten en vonden, mij in het geheel niet trok. Na een aantal vage toezeggingen, waar toch weinig vervolg op kwam, ben ik met grafisch werk van de academie, op mijn motortje vanuit Nijmegen naar de boekenbeurs in Antwerpen gereden waar ik met half bevroren vingers van stand naar stand ging, maar aan het eind van de dag had ik wel drie opdrachten binnen. In de periode daarna heb ik een aantal omslagen ontworpen vooral voor de Standaard Uitgeverij en Uitgeverij Lannoo in Tielt.
Omdat schoonvaders hun dochter in die tijd alleen wilden afstaan aan jongemannen met vast werk, solliciteerde ik als grafisch ontwerper op een vacature van de NTS. Ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek in Hilversum in de villa van Personeelszaken aan de Insulindelaan. Daar gearriveerd zaten in een wachtkamer een aantal gegadigden met vooral veel maquettemateriaal. Daar stak mijn mapje met grafische ontwerpen mager en flets tegen af. Pas dáár hoorde ik ook dat het om een vacature voor een decorontwerper ging. Ik heb mij gemeld bij de receptie en gezegd dat er waarschijnlijk een fout was gemaakt. Ze zou “binnen even horen” maar ik moest maar wachten omdat men toch mijn werk wilde zien. Toen ik werd binnengevraagd zaten daar Peter Zwart, Jan van der Does, Jeanette Elders (assistente van Arie van den Dool) en Dhr. Achterberg van Personeelszaken.
Lijnets van Dorus van der Linden, 1964 – prive-archief Dorus van der Linden (klik op de afb voor een vergroting)
Ik legde mijn grafisch werk uit op de grond en Peter Zwart nam onmiddelijk een klein lijn-etsje (zie hierboven) ertussenuit en begon dit aandachtig te bestuderen. “Jongen”, zei hij tegen mij, “jij bent aangenomen!” Jan van der Does was het hiermee duidelijk niet eens: “Peter, er komen morgen nog meer mensen solliciteren hoor.” “Jongen, laat ze maar kletsen, jij krijgt die baan”, zei Peter Zwart en zowaar, enkele weken later stapte ik op de hoek van de Emmastraat een villa binnen als “aankomend decorontwerper D”. Ik dacht toen, als ik eenmaal binnen ben, kan ik misschien overstappen naar grafisch ontwerp. Decorontwerpen bleek véél leuker!
Ingewerkt ben ik door Massimo Götz, die mij direct een groot ornament liet ontwerpen voor een nationaal programma in de RAI in Amsterdam waar Koningin Juliana en Prins Bernhard in de zaal zaten. Op mijn vraag of ik bij de opbouw van het decor in de RAI mocht zijn, werd door Massimo negatief gereageerd. Als gevolg liep ik op de avond van de uitzending door donker Bussum (waar ik op kamers woonde, zonder TV) langs de verlichte ramen te gluren om iets van “het ornament” in de RAI te kunnen zien. Bijna aan het eind van mijn carriere als ontwerper zat ik in Tuschinski bij de premiere van De Aanslag in de Koninklijke loge met Koningin Beatrix en Prins Claus. Gerechtigheid!
Ook je verhaal over je sollicitatie of eerste werkdag delen op het blog? Mail of bel je verhaal door aan Liselotte.
Binnenkort ga ik op bezoek bij de kinderen van Peter Zwart, maar in 2012 was ik al langs geweest bij zijn kleindochter Anne-Mieke Bovelett. Een aantal ontwerpen uit haar collectie heb ik hier al eerder gepubliceerd (kostuumontwerpen, een decorschets voor een tv-bewerking van het dagboek van Anne Frank, een aantal grafisch ontwerpen, storyboards en schetsen voor een herkenningsfilmpje voor de VARA uit 1951 en een schets voor het herkenningsbeeld van de NTS). Maar ik zag bij Anne-Mieke nog een aantal decortekeningen die ik jullie niet wil onthouden.
KRO ramen (1955)
Deze drie ontwerpen zijn voor ramen die dienen als achtergrond bij godsdienstige televisiepreken van de KRO. We zien ‘Bruiloft te Kana’ (ongedateerd), ‘St. Jozef’ (3-3-1955) en ‘Aan alles komt een einde’ (10-11-1955). Op deze laatste tekening staat Pater Simon Jelsma (1918-2011) vermeld die in die jaren dagopeningen en -sluitingen voor de KRO uitzendingen verzorgt. Op de foto zien we Jan van der Does met links een deel van zo’n raam.
This slideshow requires JavaScript.
Skymasters Show (AVRO, 12-12-1957)
Decorschets voor een muzikaal programma voor AVRO’s dansorkest The Skymasters. Dit is pas hun tweede optreden voor de televisie, maar er zouden er nog velen volgen. Greetje Kauffeld en Karel van der Velden zijn de solisten. Op de schets staat ‘decor scene 1’ geschreven wat zal betekenen dat er meerdere sets voor deze show zijn gebruikt.
Skymasters show
Gilbert en Marcelin (NCRV, 31-7-1958)
Een schets voor het decor bij deze eenakter van Paul Geraldy, vertaald en geregisseerd door Henk Rigter voor de NCRV. De straatarme Marcelin (of Marcellin, gespeeld door Jan Retel) wil zijn steenrijke vriend Gilbert (Frans van der Lingen) om een lening vragen, een onaangename vraag die de vriendschap onder druk zet. De kwestie leidt volgens de recensent van De Arbeiderspers niet echt tot spannende televisie: “[Henk Rigter] gaf namelijk voortdurend close-ups van de twee mannen, die elkaar steeds nadrukkelijk zaten te bekijken: een half uur lang” (De Arbeiderspers, 1-8-1958). Vanwege de close-ups zal het decor ook niet veel in beeld zijn geweest.
Gilbert en Marcelin
S-14 vermist (NCRV, 7-5-1959)
Twee schetsen van het interieur van een onderzeeboot: de officiersmess en een gang met waterdichte deur en ontsnappingscompartiment. Dit televisiespel is gebaseerd op een toneelstuk van Kenneth Woolard en in het Nederlands vertaald en bewerkt tot een scenario door Gerard Rekers. Het stuk heeft niet bepaald een happy end. Drie bemanningsleden in een gezonken onderzeeer sterven na vergeefs wachten op een reddingsactie een akelige dood. Van een eerdere uitzending in 1957 was geen telerecording gemaakt maar de NCRV wilde het stuk toch opnieuw op de televisie brengen. Dus wordt het spel in 1959 gewoon opnieuw gemaakt bijna dezelfde cast. Regisseur Max Douwes gaat van te voren op bezoek bij de Onderzeedienst in de haven van Rotterdam om sfeer te proeven en de technische details te goed te krijgen. De marine werkt graag mee, de acteurs krijgen een rondleiding en de marine verschaft zelfs tekeningen van de boot. De schetsen van Peter Zwart zijn niet gedateerd, ze kunnen dus voor 1957, voor 1959 of voor beide uitzendingen zijn gebruikt.
This slideshow requires JavaScript.
Het boek van de maand (AVRO, 18-6-1959)
Het stempel op deze decorschets is van 27 mei en op 18 juni staat het decor in studio Irene of Vitus. Hoewel de schets ook het stempel ‘definitief’ heeft, is er door iemand, mogelijk de decorateur, wat aan gewijzigd. ‘Antieke schrijftafel’ en ‘ander lampje’ staat er geschreven. Deze eenakter is een Nederlandse bewerking van het blijspel Book of the month van Basil Thomas en is voor de AVRO geregisseerd door Walter van der Kamp. Het programma is bewaard dankzij telerecording.
Het boek van de maand
Goede reis (AVRO, 20-8-1959)
Luchtige zomeravondcomedie onder regie van Water van der Kamp naar het verhaal La Pretentaine van Jacques Deval. Martine (Lies Franken) en Raoul (Pim Dikkerts) reizen ieder naar Amerika om daar het geluk te vinden. Martine is op zoek naar een rijke man en Raoul reist de vrouw van zijn dromen achterna. We zien op de schetsen van Peter Zwart het promenadedek, en een zeer modern ingericht kantoor van de purser en een eerste klasse hut.
This slideshow requires JavaScript.
Ontmoetingen met het geluk (VARA, oktober 1959)
Een serie van drie eenakters met dans van de VARA, geschreven en geregisseerd door Willy van Hemert. In deel een, getiteld Total loss ontmoeten twee zwervende ouder mensen elkaar op een autokerkhof. Hanny van Leeuwen en Rudi van Danztig dansen het ballet Herfst in een choreografie van Van Danztig. In het tweede deel, Huis zonder dak, gaat een oud echtpaar terug naar hun vroegere woning waar de vrouw het verleden opnieuw beleeft. Over de dans is niets bekend. De zwaan, het derde deel gaat over het armoedige bestaan van een oude kermisexploitant en zijn vrouw. Marianne Hilarides en Jaap Flier dansen ‘De maan in de trapeze’ in een choreografie van Hans van Manen. Kunstenaar/vormgever Frans Deckwitz (1934-1994) werkte mee aan het decorontwerp en ontwiep de kostuums. De foto’s van De zwaan zijn gemaakt door Henk Lindeboom van persbureau Anefo.
This slideshow requires JavaScript.
De eerstgeborene (NCRV, 1956 en 1959)
Televisiespel van de NCRV naar een toneelstuk van Christofer Fry over het conflict van Mozes en de farao van Egypte. Het stuk is eerder uitgezonden in 1956 met een andere cast. Maar beide keren is de regie van Peter Koen en zijn de decors van Peter Zwart. Het verschil tussen de twee decors is groot als je de tekeningen hieronder met de setfoto’s van de opnames in 1956 vergelijkt (hier te zien).
This slideshow requires JavaScript.
Zout der aarde (KRO, 24-3-1960)
Televisiespel geschreven door Jan Naaykens over een missionaris die ondergedoken is in de jungle in de Philipijnen tijdens de Japanse bezetting. Op de tekeningen zien we het interieur en exterieur van zijn hut. De rest van de studio werd omgebouwd tot een woeste jungle. Frits Butzelaar die de eenzame missionaris speelt, heeft voor de rol zijn baard laten staan, schrijft De Telegraaf. Verder heeft de regisseur veel moeite gedaan om echte uniformen te regelen voor de Amerikaanse soldaten die op de hut stuiten. “Een probleem was nog”, aldus Wim Bary, “dat de uniformen van de soldaten er uit moesten zien alsof zij al lang in de hitte gedragen waren. Die soldaten transpireren ten slotte in deze weken en hun kleding lijdt daar uiteraard onder. Gistermiddag heb ik, om dit zo veel mogelijk te benaderen alle soldaten op een rijtje gezet. Iemand van de decorafdeling heeft hun kleding toen met een grijze verfspuit bespoten en het resultaat is voorbeeldig” (De Telegraaf, 24-3-1960).
This slideshow requires JavaScript.
Oscar (AVRO, 3-3-1960)
Decorschets voor een vaudeville met een onnavolgbaar plot rondom een koffer diamanten, dat volgens de televisierecensenten zeer aanstekelijk en smaakvol was. De regie is in handen van Ton Lensink. De bezetting is dezelfde als in het gelijknamige theaterstuk. Dat het televisiespel in de smaak valt is niet verwonderlijk, het stuk werd daarvoor al 200 maal gespeeld door de Nederlandse Comedie. Een vergelijking tussen de setfoto’s (meer setfoto’s hier) leert dat er veel zaken letterlijk zijn gevolgd, maar dat er ook wel wat veranderingen zijn. Het ronde telefoontafeltje is een secretaire geworden en de deur rechts is op de set als een open doorgang gebouwd voor een ruimtelijker effect.
Begin bij het begin: de sollicitatie. Hoe komen de decorontwerpers binnen bij de NTS? Wat wordt er van hun gevraagd? Freek Biesiot trapt deze rubriek af met zijn verhaal over hoe het begon.
In 1965 was ik afgestudeerd aan de KABK in Den Haag, afdeling grafische en typografische vormgeving. Op zoek naar werk kwam ik een advertentie tegen waarin de NTS een ontwerper zocht, ik solliciteerde en kwam met mijn map ontwerpen op ‘auditie’ bij Jan van der Does en de personeelschef en de secretaresse van de heer Van der Dool, Jeanette (een ‘tüchtige Dame) Er zaten ongeveer twintig kandidaten in de wachtkamer, net alsof je bij de tandarts was. Tijdens het gesprek kwam ik er pas achter dat het om een Decorontwerper ging, ik had daar eigenlijk nog nooit over nagedacht, dat dat bestond! Maar ik zei ad rem dat ik dat altijd al had willen worden, maar dat daar geen opleiding in Nederland voor bestond. Ze gaven ze mij een bloknote met gelinieerd papier en een potloodje en werd ik in een kamertje gelaten met de opdracht een decor te ontwerpen voor een muzikaal combo met een zangeres. Je weet dat het gladde papier en een HB potlood nu niet bepaald ideaal zijn om iets behoorlijks te tekenen maar, met het zweet in mijn handen ben ik toch maar gaan krassen. Een uur later werd ik weer opgehaald en ik kon gaan.
Twee maanden later, het was inmiddels augustus, had ik nog niets gehoord dus ik belde maar eens op of ik nog een kans maakte. Nadat ik diverse malen was doorverbonden kreeg ik Jan van der Does aan de telefoon, die verbaasd reageerde op mijn vraag, ja, ik was aangenomen en ik moest me al de volgende week, 1 september melden! Dat kon niet want ik moest nog een freelance opdracht van het ICEM comité afmaken, een maand later stapte ik dus die villa in de Emmastraat binnen. Oh, dat kwam slecht uit want Van der Does moest naar een bespreking. Ik werd naar zolder gestuurd waar Gerard Buurman van de Maquette afdeling mij opving. Hij gaf me een stapel afgebrande lucifers en ‘ga maar wat in elkaar zetten’. Kort daarop kreeg ik de opdracht om een tentoonstelling te ontwerpen, waar geen van de andere ontwerpers zin in had. Het was voor een tentoonstelling over de radio-geschiedenis van de VARA naar aanleiding van 40-jarig bestaan. Die tekening heb ik bewaard. Mijn eerste ontwerp op dat ongelukkige doorzichtige papier, het was mijn eerste succesje, ik werd goedgekeurd.
Van Arnold Kroon, toen nog assistent/tekenaar, heb ik eigenlijk het vak geleerd. Hij was decor-timmerman geweest en een bijzonder goede constructeur. Als net afgestudeerd grafisch ontwerper wist ik niets van ruimtelijk ontwerpen en nog minder van bouwconstructies. Ik maakte een tekening en Arnold maakte er dan een uitvoerbaar decor van, alles in goed overleg. Massimo Götz was eigenlijk aangewezen als mijn “mentor”, maar die had niet zo veel tijd voor om zo’n joch op te leiden. Massimo gaf mij een oefenopdracht om een decor te ontwerpen voor een opera van Mozart. Dus ik aan de gang met allerlei Rococo ornamenten. Peter Zwart kwam de kamer binnenlopen en vroeg met barse stem wie ik was en wat ik aan het doen was. “Zo, zo,” zei hij: “denk jij dat dat Rococo is? Massimo stuur die man naar de stijlkamers in Utrecht!” Met schade en schande leerde ik het vak.
Ook je verhaal over je sollicitatie of eerste werkdag delen op het blog? Mail of bel je verhaal door aan Liselotte.
In de beginjaren van de Nederlandse Televisie Stichting zijn er regelmatig contacten met de collega’s van de BBC. De BBC heeft een voorsprong van enkele jaren op de NTS, maar doen heel graag aan internationale samenwerking en kennisuitwisseling, zoals ze dat diplomatiek noemen. Peter Zwart heeft vermoedelijk de eerste contacten gelegd. Uit de correspondentie in het privé-archief van Jan van der Does blijkt dat Zwart in ieder geval al in 1953 op bezoek is geweest in London waar hij Alfred Wurmser, freelance grafisch ontwerper heeft ontmoet en zeer waarschijnlijk ook Richard Levin, hoofd van de BBC-afdeling Design.
Van der Does wordt niet lang na zijn aanstelling als grafisch ontwerper bij de NTS op werkbezoek gestuurd naar de BBC. Zwart regelt ook een bezoek aan Wurmser. Deze man maakt voor de BBC de naar hem genoemde “wurmseries”, infographics die geheel mechanisch werken zodat ze direct live voor de camera uitgevoerd kunnen worden, zoals in het onderstaande filmpje goed te zien is.
Van der Does maakt in Londen kennis met allerlei nieuwe, betere en snellere apparatuur. Hij wordt rondgeleid over de grafische afdelingen, de fotografische zetstudio, de nieuwbouw, de decorbouwhal en de afdeling special effects. Zijn indrukken beschrijft hij in aantekeningen en in een uitgebreid officieel rapport. Het archief van Van der Does bevat naast dit verslag ook de correspondentie voorafgaand aan en voortkomend uit dit werkbezoek. Deze bronnen geven zodoende een goed beeld van de kennisuitwisseling tussen de NTS en haar grote broer.
6-7-1956: Brief van Peter Zwart aan Alfred Wurmser
Peter Zwart schrijft dat hij drie jaar eerder op bezoek was bij Wurmser: “Perhaps you have forgotten me, but I have not forgotten you. […] We over here in the Netherlands’ Television Design Department often talk about you and your very beautiful and interesting animations.” Hij vertelt dat Van der Does bij de BCC op bezoek gaat en hoopt dat Wurmser hem ook wil ontvangen.
13-7-1956: Brief van C.H. Booty aan Mr. van den Dool
De ‘European Liaison Officer’ van de BBC laat aan Arie van den Dool, de baas van Peter Zwart, weten dat Van der Does op donderdag 2 augustus om 14.30 verwacht wordt bij Richard Levin in het Television Centre, Wood Lane, W.11.
14-8-1956: Officieel rapport van bezoek op 2-8-1956
In het rapport is te lezen dat Jan der Does op 2 augustus 1956 om 14.30 ontvangen is door Levin. Na een kort formeel gesprek, neemt grafisch ontwerper John Sewell Van der Does mee naar de grafisch afdeling. Ze beginnen bij de fotografische afdeling. Men gebruikt fotografie om illustraties op elk gewenst formaat te vergroten, zodat ze ook gemakkelijk toe te passen zijn in decors. Op de fotografische afdeling krijgt Van der Does een demonstratie hoe men met letters uit een letterbak (met “vier zeer moderne lettertypen”) titelbeelden maakt. De letters zijn wit gemaakt en het letterblok zwart. Zo zet men tekst die vervolgens op een tructafel fotografeert wordt.
In Bussum bestaat de titelafdeling alleen uit Cor Hermeler en Van der Does, maar in London bestaat de grafische afdeling naast de fotografische zetters uit nog een onderafdeling die zich uitsluitend met ‘handlettering’ bezig houdt. Van der Does ziet hier twaalf man die in rap tempo bezig zijn met het maken van “titelrollen en decoratieve bordjes” en herinnert zich nu nog dat er tussen de tafeltjes een jongen voortdurend heen en weer liep om kaarten op te halen. Er zijn op deze afdeling medewerkers die daar al tien jaar werken: “Een blik op de resultaten die door hun hand waren ontstaan, leerde mij dat de routine en interesse in vele lettertypen tot fantastische resultaten leiden en mensen kweekt die met hun kostbare instrumenten, d.w.z. hun handen, van onschatbare waarde worden.”
Op deze afdeling ziet Van der Does de kleine Masseely drukpers in werking die volgens de BBC-ontwerpers gemakkelijk te bedienen is en uitstekend voldoet voor het maken van “zakelijke, pretentieloze en door omstandigheden verlate aankondigingen”. Het lijkt hem economisch verstandig om de Masseeley op korte termijn voor de NTS aan te schaffen hoewel hij artistiek gezien de fotografische methode prefereert, vooral omdat deze ook voor decorwerk ingezet kan worden.
Na een “gezellige tea” maakt van Der Does kennis met decorontwerper Mr. Bewell(?) die hem rondleidt door de decorwerkplaatsen. Van der Does schrijft: “Een enorme hoeveelheid sets, trappen en wonderlijk gevormde decorstukken stonden hier opgesteld, zowel voorzien van kleur als in grijstinten uitgevoerd. Het geraas van machines overstemde het geroep van de verschillende ambachtslieden, kortom er heerste een bedrijvigheid van jewelste.” Bewell legt de planning van decors uit en vertelt dat hij in Amsterdam verschillende decors heeft verzorgd in Carré en Tuschinski.
Ten slotte brengt Bewell Van der Does via de cirkelvormige bouwput waar de nieuwe BBC controlekamer en studio’s gebouwd worden, naar de afdeling Special Effects waar Bernard Wilkie en Jack Kine de leiding hebben over een groep van zo’n zes man. “Het was een wonderlijke ruimte […] omdat artisticiteit en techniek hier hand in hand gingen”, schrijft Van der Does. Hij constateert tot zijn genoegen dat aantal technieken die hij hier ziet ook al bij de NTS in gebruik zijn. Zo ver loopt de NTS gelukkig niet achter. Verder maken Wilkie en Kine “rookgordijnen, voortstuwende raketten” en een “speciaal ‘wipe’-apparaat voor het snel doen verwisselen van losse tekstkaarten.” Van der Does heeft zelf al een ‘wipe’-apparaat geconstrueerd, maar de door hem gebruikte spiegels zijn inferieur aan wat hij hier ziet. Wilkie belooft de naam van de leverancier na te sturen. Van der Does mag ook een kijkje nemen in de Lime Grove Studio waar hij de animations van de afdeling Special Effects in werking ziet.
Over dit bezoek schrijft hij: “De studio zelf deed mij denken aan een oud pakhuis met welke ruimte echter nog gewoekerd moest worden, tenminste, de geluiddempende platen hingen als grauwe vervelde stukken aan wanden en plafond en ik kreeg onmiddellijk een associatie met de oude Irene Studio, die ook op vele plaatsten zo licht ontvlambaar bleek te zijn geweest, maar tussen die grauwe wanden werkte men met belichtings- en camera-apparatuur, waarvan ik na een kleine vergelijking met ons eigen materiaal (als leek) toch moest concluderen dat hier in de loop der jaren veel aan de praktijk was getoetst.”
Het NTS titelapparaat in het depot van Beeld en Geluid. Een ‘onding’ volgens regisseurs c.q. inspeciënten.
In de studio ziet Van der Does ook het titelrolapparaat wat de BBC gebruikt op titelrollen op af te draaien en constateert dat “het titelapparaat wat op het ogenblik bij ons nog dienst doet, totaal verouderd is en door vele regisseurs c.q. inspeciënten als ‘onding’ wordt betiteld.” Omdat hij hen gelijk moet geven, hoopt hij dat deze machine door de NTS aangekocht of vervaardigd kan worden.
De uitsmijter van het bezoek is het laatste snufje van de afdeling Special Effects: een pistool met een vloeibare rubber die langs een propeller geschoten wordt en dan een “goed gelijkend” spinnenweb vormt.
Augustus 1956: Verslag bezoek aan Alfred Wurmser
Van der Does schrijft in zijn verslag over dit bezoek hoe de captions werken (met klemmen, blokjes, schuifjes en splitpennen), hoe groot ze zijn (20,5 x 20 met beelduitsnede 16,12 x…), hoeveel grijstinten Wurmser gebruikt (vijf), hoe de belichting gedaan wordt (m.b.v. een scharnierend raam met glasplaat), en wat je moet doen als randjes omkrullen (zwart gaas er over heen spannen), het soort karton dat gebruikt moet worden (“dun, maar bijzonder taai en sterk”). Ten slotte schrijft hij: “Het systeem met de glasplaat is niet alleen van toepassing bij animations, doch kan ook worden gebruikt met behulp van een spiegel als spiekapparaat voor een omroeper of redenaar, die dan zonder bezwaar kijkend in de lens van de camera toch de tekst kan zien.”
Schets van een ‘spiekapparaat’ (auto-cue). Privé-archief Jan van der Does
8-8-1956: Brief over ‘optical glassware’
Wilkie en Kine sturen het adres van een leverancier waar spiegels en glas besteld kan worden dat geschikt is voor speciale effecten.
Privé-archief Jan van der Does
13-8-1956: Conceptversie van een bedankbrief aan Wilkie en Kine
Van der Does bedankt Wilkie en Kine: “Het is voor mij bijzonder prettig van u zulk een enthousiaste aanmoediging tot internationale samenwerking te horen. Wij werken hier met animo, maar is toch erg aardig dat we van onze grote broer, de BBC, gelegenheid krijgen een klein beetje mee te delen van de zesjarige voorsprong die onze grote broer heeft.” Van der Does vraagt om meer informatie over het automatische titelrolapparaat en de ‘wipe’. “Wellicht zoudt u een schetsje kunnen maken betreffende de stand van de spiegels en de wijze van verwisselen. Een kleine vingerwijzing is reeds voldoende”. Vermoedelijk stuurt Van der Does ook een eigen schets mee van het ‘wipe’-apparaat waar hij zelf aan werkt.
22-8-1956: Antwoord van Wilkie over ‘wipe’-apparaat
Wilkie stuurt een beschrijving, een tekening en foto’s mee van de machine die de BBC gebruikt voor het maken van beeldwissels met een camera en twee spiegels.
This slideshow requires JavaScript.
24-11-1956: Brief aan Wilkie over de ‘title-crawler’
Van der Does kan vanwege militaire training pas twee maanden later antwoorden. Hij schrijft Wilkie dat zijn ‘wipe’-apparaat in vergevorderde staat is. Hij vraagt ook om meer informatie over de ‘crawl title device’ die hij tijdens zijn werkbezoek zag staan in de Lime Grove Studio’s en noemt nog eens de tekortkomingen van het oude titelrolapparaat van de NTS wat nog stamt uit de experimentele periode.
Kerst 1957: Very best wishes from Scenic Effects
This slideshow requires JavaScript.
21-1-1957: Tweede brief aan Wilkie over de ‘title-crawler’
Jan van der Does bedankt voor de kerstkaart en wenst zijn Engelse collega’s een “very happy and prosperous 1957”. Er is bij de NTS al het een en ander in werking gezet om de titelrolmachine na bouwen, maar Van der Does vraagt of er nog detailtekeningen van bestaan. Eind januari vertrekt er weer iemand van de NTS naar London die eventuele de daarvoor gemaakte kosten kan komen betalen.
22-1-1957: Foto’s van de ‘title-crawler’
Wilkie stuurt meer informatie over de ‘Caption Machine’. Deze is niet door de BBC gemaakt en Wilkie kan dus geen detailtekeningen leveren, maar hij stuurt wel twaalf foto’s mee.
This slideshow requires JavaScript.
19-3-1957: Instructies van Hill Bros. Ltd. t.a.v gebruik van de Masseeley hotpress
Meneer C.H. Hill schrijft aan Arie van den Dool dat hij blij is dat de Masseeley hotpress veilig is aangekomen. Hij legt de methode, die “extremely simple” is, in tien stappen uit.
Meer informatie:
Lees ook dit artikel over Alfred Wurmser (25-11-2011) op The Lost Continent, een blog over de geschiedenis van Engelse animatie.
De afgelopen zomer is het onderzoek naar vijftig jaar televisiedecor van start gegaan met de registratie en digitalisering van het archief van Freek Biesiot. Daarvan heb ik hier al het een en ander laten zien. Hoewel dat archiveringsproject nog niet afgerond is, ben ik ook al bezig met het archief van een andere decorontwerper: Jan van der Does. Er komen bijzonder dingen naar boven waarvan ik hier al een kleine ‘preview’ geef.
Jan van der Does in de Emmatraat, Hilversum. Foto uit de TeleVizier van 5-5-1962. (Archief Jan van der Does)
Van der Does is in 1953 of 1954 aangenomen door Peter Zwart en Fokke Duetz. Deze twee ontwerpers van het eerste uur werken rond de klok om aan alle verzoeken van programmamakers voldoen. Maar met de toename van het aantal programma’s wordt vooral het grafisch werk ze te veel. Dat moet immers allemaal met de hand gebeuren. Met name het kalligraferen van de namen van alle programmamedewerkers op de titelrollen is een tijdverslindende bezigheid. Zodoende wordt Van der Does, afgestudeerd in de richtingen grafisch ontwerp en reclame, aangenomen. Niet veel later komt ook Cor Hermeler die eerst achterdoeken schildert bij de NTS, als graficus werken in het hoekhuis vlakbij Studio Irene waar de afdeling Ontwerp gevestigd is.
Op de stempel op dit formulier uit 1956 is de tweedeling “decor” en “titel” al te zien.
Het kalligraferen en illustreren van titelrollen neemt veel tijd in beslag. Daarnaast krijgen Van der Does en Hermeler regelmatig opdrachten voor animations en speciale effecten. Een aantal van dat soort opdrachten uit deze grafische periode heeft Van der Does bewaard. Het zijn werkrapporten en ontwerpschetsen voor leaders, bijzondere beeldovergangen of bewegende infographics. De animaties en speciale effecten komen mechanisch tot stand met behulp van papier, splitpennen, papieren schuifjes, doorzichtige platen, draaitrommels, mechano, spiegels en alle andere mogelijke hulpmiddelen. Soms wordt een leader of trucage op film opgenomen, maar zelfs in die gevallen gaat het om zogenaamde live-animaties, bewegingen die in ‘real-time’ voor de camera gerealiseerd worden. Voor het maken van ‘echte’ animatie, beeldje voor beeldje opgenomen, is weinig tijd en weinig geld. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit een afgekeurd ontwerp voor een leader voor een NCRV programma getiteld Mijn hobby(1958): “Na beoordeling v. ontwerp mocht het een en ander i.v.m. te hoge kosten geen doorgang vinden”, staat er op het werkrapport.
This slideshow requires JavaScript.
Van der Does kijkt met veel plezier terug op deze pioniersperiode: “Ik begon in een bedrijf en een vak dat nog helemaal ontwikkeld moest worden. Ik was jong en had nog geen verplichtingen die me van het werk afhielden, ik wilde me er helemaal aan geven. Iedereen stond er op die manier in, er heerste een hele enthousiaste mentaliteit.” Er wordt veel gepionierd, maar Van der Does kan ook voortbouwen op ervaring van zijn buitenlandse collega’s. In een klein notitieblokje met schetsjes voor bewegende grafiek staan bijvoorbeeld de titels van twee Duitse boekjes over tructitels geschreven: Der Titel im Amateurfilm van Hellmuth Lange en Titeltechnik van F. Lullack. En in 1956 gaat Van der Does op werkbezoek bij de BBC.
This slideshow requires JavaScript.
Van de ontwerpen en schetsjes uit de periode dat Van der Does grafisch ontwerper is, is maar heel weinig bewegend beeld bewaard gebleven. Een van de bekendste leaders van Van der Does is die voor de science-fiction kinderserie Morgen gebeurt het (hier te zien) is gelukkig wel bewaard!
Het archief van Van der Does bevat nog veel meer interessant materiaal, uiteraard ook over de afdeling Decorontwerp waar hij tussen 1962 en 1974 leiding aan gaf. Daarover later meer…
In de Doeve-tentoonstelling zijn naast grafische ontwerpen, schilderijen, de televisiefabels en monumentale werken ook decorontwerpen en kostuumontwerpen te zien. Daardoor gingen mijn gedachten tijdens het tentoonstellingsbezoek ook uit naar een andere alleskunner en tijdgenoot van Doeve: Nederlandse eerste ontwerper bij de televisie, Peter Zwart.
Waarschijnlijk hebben ze elkaar gekend of op zijn minst ontmoet. Peter Zwart woonde sinds 1942 in Laren en Doeve woonde tussen 1936 en 1948 ook in het Gooi. Hoewel Doeve lid was van ‘De Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum’ en Zwart van de daarvan afgesplitste ‘De Gooische schildersvereniging’ hebben ze beide affiches ontworpen voor tentoonstellingen en feesten in Hotel Hamdorff, het thuishonk van deze twee verenigingen.
Maar terug naar decors en kostuums. Anne-Mieke Bovelett, de kleindochter van Peter Zwart, liet me onderstaande kostuumschetsen zien. Haar grootvader maakte ze voor de opera De ontvoering uit het Serail (KRO, 15-09-1963), voor televisie geregisseerd door Ben Mettrop. Constanze, een Spaanse jonkvrouw wordt ontvoerd en aan de harem van de Turkse keizer Bassa Selim toegevoegd. Haar verloofde Belmonte probeert haar met een list te bevrijden. Verrassend voor een opera: er gaat niemand dood aan deze liefdesperikelen.
edelvrouw Constanze, gespeeld door Marilyn Tyler
edelman Belmonte, gespeeld door Ottman Fraai
de Turkse keizer Bassa Selim, gespeeld door Johan Fiolet
Blondje, dienstmeid van Constanze gespeeld door Annette de la Bije
Pedrillo, knecht van Belmonte en de vriend van Blondje gespeeld door Rudolf Kat
Op 4 mei 1962 was op de Nederlandse televisie het toneelstuk The diary of Anne Frank te zien. De regisseurs waren Karl Guttmann en Willy van Hemert. Peter Zwart ontwierp het decor, in dit geval de zolder van het achterhuis. Helemaal historisch correct is zijn zolder niet, maar in 1962 was er dan ook geen uitgebreide website waar je vanachter je pc’tje even snel in een 3D versie van het achterhuis kon rondkijken (annefrank.org).
Niet zo lang geleden was ik op bezoek bij Anne-Mieke Bovelett, de kleindochter van Peter Zwart. Ze vertelde uitgebreid over haar herinneringen over haar grootvader. Een van de dingen die duidelijk naar voren kwam was dat Zwart´s creativiteit zich niet beperkte tot televisie.
Bovelett: “Mijn grootvader was een grote man, met enorme handen en vingers. Hij kon alles, beeldhouwen, schilderen, hij ontwierp wandkleden, glas in lood ramen, oorkondes, verpakkingen, portretten, decors, enzovoorts. Maar hij was ook heel erg technisch en precies, repareerde auto’s tot horloges. Hij reed altijd een Mercedes, die hij zelf repareerde en bijhield. Als er een onderdeel niet meer te verkrijgen was, vroeg hij gewoon de tekeningen en maakte hij het zelf. Die auto’s waren altijd in perfecte staat.”
Wat voor alleskunner Peter Zwart was bleek ook uit de diversiteit van het grafisch werk dat Bovelett me liet zien. Dat ze die paar mappen kon laten zien, was trouwens een heel geluk. Begin februari brandde namelijk het huis van haar ouders, Joanka en Borge Ring, af. Al hun werk ging verloren, maar Bovelett had toevallig niet lang daarvoor de mappen van haar grootvader opgehaald. In die mappen ontwerpen voor tv-decors, wandkleden, schilderijen, aquarellen, portretten, verpakkingen, glas in lood ramen, onderdelen van apparaten en dan vergeet ik vast nog een aantal zaken. Uit zijn schetsen blijkt ook dat hij altijd aan het werk was. Regelmatig zijn beide zijden van een vel papier gebruikt.
Folder voor afgietsel van buste Koningin Juliana (1948), op de achterkant een deel van het storyboard voor het eerste VARA-herkenningsfilmpje (1951) - Collectie Peter en Els Zwart
Ik schreef al eerder over de schetsen voor het eerste herkenningsfilmpje voor de VARA die Peter Zwart Jr. in zijn bezit heeft (zie boven). Een deel van deze schetsen stonden op de achterkant van een brochure van een afgietsel van een door Zwart gebeeldhouwd portret van koningin Juliana. (Als je goed kijkt zie je op de bovenstaande schets de tekst: “regerings-jubileum 1898 – 1948”.) Daarvoor fietste Zwart van zijn huis in Laren naar Paleis Soestdijk, alwaar de Koningin voor hem poseerde. Bovelett: Anne-Mieke: “Na de oorlog leefde mijn grootouders in grote armoede. Ze reisden door het Gooi door met ‘de Gooise moordenaar’ [tram] met schilderijen onder de arm en probeerde ze van deur tot deur te verkopen.” Het portret van Juliana -de bestelling moest voor 15 juni 1948 binnen zijn- zal een van hun producten zijn geweest in deze periode.
Voorzijde: ontwerp van Peter Zwart - Collectie Anne-Mieke Bovelett
In de mappen van Bovelett vonden we nog zo’n dubbel gebruikt velletje. Op de ene zijde een schets van twee knielende mannen rond kruiken, mogelijk een schets voor een wandkleed, mozaïek of glas in lood raam. Op de achterzijde: het jubileumlogo voor 10 jaar televisie in 1961. Een leuke en onverwachte vondst.
De komende weken zullen er nog meer herinneringen van Bovelett en (tv-)ontwerpen van haar grootvader op het blog verschijnen.
Achterzijde: ontwerp Peter Zwart, NTS: 1961 - Collectie Anne-Mieke Bovelett
Vorm van vermaak is natuurlijk niet het eerste boek over televisievormgeving. In 1961 stelde Richard Levin een boek samen over ontwerpen voor televisie, getiteld “Television by Design”.
Levin wordt in 1953 aangesteld als hoofd van Television Design bij de BBC. Net als bij de beginjaren van de Nederlandse televisie betreft ‘design’ vooral decorontwerp. Levin moet zijn best doen om de BBC directie ervan te overtuigen dat hij ook behoefte heeft aan een grafisch ontwerper. Hij fotografeert een week lang alle grafische vormgeving die op het televisiescherm te zien is, plakt al deze foto’s achter elkaar op een lange rol papier en sluit deze af met de tekst: “that’s why I need a graphic designer”. Zijn creatieve aanpak werkt en in 1954 krijgt hij verterking van graficus John Sewell. In de jaren daarna groeit de grafische afdeling onder leiding van Sewell tot ongeveer 15 ontwerpers in 1961.
In Television by Design besteedt Levin naast set-design, lighting, costume-design, e.a. ook aandacht aan grafisch ontwerp. Er staat werk afgebeeld van: Roy Laughton, Geoffrey Brayley, Bernard Lodge, Don Saul, Geoffrey Martin, Ruth Bribram, Terence Greer, Tom Taylor, Frank Ariss, Bernard Blatch, Kurt Rowland, Brian Pike, Don Higgins en Pat Thompson. Levin voegt er wel aan toe dat een representatie van televisie-graphics in een boek altijd inadequaat is; “…the real force of a title fading or cutting into another, or into al live scene, cannot be appreciated except in its real context. Their subtleties of meaning, developed through the accompanying sounds or speech, which is often an integral part of the design, cannot be distinguished by the eye alone.”
In Levins boek wordt daarnaast internationaal werk getoond. In de voorafgaande tekst gaat Levin in op de verschillende manieren waarop ontwerp voor televisie georganiseerd is. De BBC maakt gebruik van production designers die leiding geven aan alle aspecten van ontwerp (grafisch, decor, maar ook licht en kostuums) en de uitvoering daarvan. Levin realiseert zich dat organisaties met andere productieformats werken, waar ook de rol van de ontwerper anders is. De production designer, een functie afkomstig uit de filmindustrie, bestaat bijvoorbeeld niet bij de Nederlandse televisie. In Nederland bestelt de programmamaker zijn decor bij de afdeling decor, grafiek bij de afdeling grafisch, enzovoorts. Of daar een mooi en samenhangend vormgegeven programma uitkomt, ligt dus in handen van de programmamaker.
De Nederlandse pagina, ingestuurd door de NTS, bevat zes foto’s, waarvan er twee grafisch werk bevatten. Ten eerste zien we de zendmast, het herkenningsbeeld van de NTS, ontworpen door Peter Zwart. Het andere grafisch ontwerp is de opening voor Pipo de Clown van Jan van der Does. Pipo steekt zijn hoofd en een ballon door een uitsparing in een wandje met een groot vraagteken erop. Het filmpje (of de animatie van foto’s) diende vermoedelijk als openingleader voor het programma. De andere 4 foto’s tonen decors van Fokke Duetz, Peter Zwart en Cor Hermeler.
Het verschil tussen de BBC en Nederlandse televisie op het gebied van grafisch ontwerp is minder groot dan je zou verwachten, zeker gezien het gegeven dat de Nederlandse televisie zo’n 15 jaar later van start gaat. In 1954 neemt Peter Zwart voor het eerst een ‘echte’ grafisch ontwerper aan: Jan van der Does. Niet veel later volgen Ger van Essen, Hans Moolenaar, Ton Holst en Marcel van Woerkom. In de jaren daarop, als de afdelingen decor en grafisch beide sterk groeien, raken ook de disciplines verder van elkaar gescheiden. Maar in 1964 is de grafische afdeling van de NTS al net zo groot als die van de BBC in 1961.
Op het gebied van huisstijl zijn ze in Engeland in 1961 al wel heel veel verder. Op pagina 21 schrijft Levin: “…the most important single aspect of graphic design in in the power of its influence over the house style of a television service.” Hij stelt dat ongeveer 10% van de totale uitzendtijd opgaat aan grafisch ontwerp en dat het waarschijnlijk een grotere impact heeft dan alle andere vormen van ontwerp voor televisie. De waarde van een huisstijl moet dus niet onderschat worden: “When a unity of style can be maintained throughout the whole output of graphic design, combined with freshness, originality and strenght of execution, the cumulative effect of it is deep and lasting.”
Het begrip huisstijl is in Nederland in 1961 nog nauwelijks doorgedrongen in grafisch ontwerp en bedrijfsleven. Bovendien werkt het Nederlandse omroepsysteem niet erg mee. Op de Nederlandse televisie wemelt het van de vignetten, emblemen, namen en logo’s. Titelkaarten of vlaggetjes van de verschillende omroepverenigingen bakenen de zendtijd af, en het is niet ongebruikelijk dat een omroepvereniging meerdere vignetten, logo’s, lettertypes of symbolen door elkaar gebruikt. Maar het zijn met name de omroepsters die letterlijk en figuurlijk het gezicht bepalen van de omroepverenigingen. Het door de verzuiling versnipperde televisielandschap is wat dat betreft niet te vergelijken met de BCC.
Het kan je niet ontgaan zijn: de Nederlandse televisie wordt deze zondag 60 jaar. Tenminste, als je de experimentele periode in Eindhoven niet meerekent dan. De eerste landelijke uitzending van de NTS vanuit Studio Irene, een tot televisiestudio omgebouwd kerkje in Bussum, is aanstaande zondag in ieder geval precies 60 jaar geleden.
Een mooie gelegenheid om even terug te kijken naar die eerste uitzending en natuurlijk in het bijzonder naar de vormgeving ervan. Peter Zwart, we schreven al eerder op deze site over hem (de NTS zendmast en het eerste VARA herkenningsfilmpje zijn bijvoorbeeld van zijn hand) is dan de man die verantwoordelijk is voor de aankleding van de uitzending. Dat wil zeggen: de decors én het grafische werk.
bron: Nationaal Archief (links), Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (rechts)
De uitzending begint met vormgeving, of ‘branding’ eigenlijk. Als eerste in beeld is een wapperend NTS vlaggetje. Om het te laten wapperen is een speciale standaard gemaakt met een ventilator. Als we op de foto’s afgaan (er is geen bewegend beeld van deze uitzending) is het vlaggetje meerdere keren in beeld; als openingsbeeld, bij of vlak voor de openingstoespraak van staatssecretaris J.M.L.Th. Cals (foto rechts) en waarschijnlijk ook tijdens de aan- en afkondigingen van omroepster Jeanne Roos. Zo deed de regisseur van de avond, Erik de Vries, dat immers ook bij zijn experimentele uitzendingen voor Philips (foto links).
Daarna volgen staatssecretaris Cals en NTS-voorzitter Kors, beide vertegenwoordigers van de destijds dominante katholieke zuil en van een regering die de introductie van televisie juist zo lang had weten te rekken. Zij spreken voorzichtig optimistisch over de televisie als uitkomst van technische vooruitgang, maar zijn tegelijkertijd zeer sceptisch over de mogelijk schadelijke gevolgen van dit nieuwe massamedium: “passiviteit en grauwe vervlakking”. De waarschuwende woorden van deze heren worden uitgesproken in een opvallend huiselijk decor. Ze zitten in gemakkelijke fauteuils, er staat een salontafel en de achterwand is bekleed met tapijten. Was dit een poging van Zwart om de formele taal en licht dreigende woorden niet al te kil over te laten komen? We kunnen het hem helaas niet meer vragen.
Na een vooraf geproduceerde instructiefilm over de werking van televisie, volgt een verhandeling van professor Halbertsma in een ander hoekje van de minuscule studio. Op de foto hieronder zien we dat het achterwandje nog even in de verf wordt gezet. Zwart houdt hier één van Halbertsma’s afbeeldingen voor de camera die later het verhaal zullen verduidelijken (foto rechts), waarschijnlijk om te testen of ze goed en leesbaar in beeld gebracht kunnen worden.
foto's uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
Hierna: pauze, want de studio moet omgebouwd worden voor het decor van het eerste televisiespel wat tevens over televisie gaat; ‘De toverspiegel’. Wat gebeurt er in die pauze op het scherm? Vermoedelijk staat er een -uiteraard door Peter Zwart- vervaardigd bordje met de letters ‘pauze’. Maar helaas is daar geen beeld van. Wat er te horen is, is wel bekend: een lied met de toepasselijke tekst “o kom er eens kijken”. Àchter het scherm is iedereen druk in de weer met meubels en decorstukken voor het televisiespel. Als je de onderstaande foto’s vergelijkt, zie je inderdaad achter de wandkleden het begin van de lambrisering en een plintje van het decor van ‘De toverspiegel’.
foto's uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
Tijdens het eerste televisiespel voltrekt zich ook de eerste storing. Het betreft een beeldstoring en daardoor is er natuurlijk geen kaartje met ‘storing’ in beeld, maar horen de ca. 500 televisiekijkers die avond de omroepster uitleggen dat er iets mis is. Ook weer met zo’n geestige en toepasselijke tekst; “Wij komen pas kijken, maar tenslotte komt u ook pas kijken”. Waarschijnlijk wordt de avond ook weer afgesloten door Roos naast het NTS vlaggetje, maar wederom… daar is verder geen beeldmateriaal van bewaard gebleven.
In verband met het jubileum is er veel aandacht voor de allereerste uitzending en televisiegeschiedeniss, een aantal links voor als je meer wit weten:
* Meer informatie over de experimentele uitzendingen van Philips is o.a. hier te vinden en in het boek over televisiepionier Erik de Vries.
* Beelden voor de Toekomst presenteert een interactieve tijdslijn over 60 jaar televisie. Deze bevat nu de periode tot 1971 en wordt in in de komende weken nog verder aangevuld.
* Uitgebreide informatie over de eerste tv-uitzending, de medewerkers en fotomateriaal is te vinden op de Beeldengeluidwiki.nl.
* Naast Vorm van vermaak (dat je natuurlijk al in de kast hebt staan) verschijnen/verschenen er naar aanleiding van het tv jubileum nog een aantal mooie naslagwerken, zoals het boek over de omroepsters: Goedenavond Dames en Heren, Beeldenstorm van Ruud van Gessel en 60 jaar televisie van Bert van der Veer.
* De Publieke Omroep heeft het publiek gevraagd een TV canon te kiezen, fragmenten van de verkozen programma;’s zijn ook online te bekijken.