Het begin: de sollicitatie van Freek Biesiot

Begin bij het begin: de sollicitatie. Hoe komen de decorontwerpers binnen bij de NTS? Wat wordt er van hun gevraagd? Freek Biesiot trapt deze rubriek af met zijn verhaal over hoe het begon.

In 1965 was ik afgestudeerd aan de KABK in Den Haag, afdeling grafische en typografische vormgeving. Op zoek naar werk kwam ik een advertentie tegen waarin de NTS een ontwerper zocht, ik solliciteerde en kwam met mijn map ontwerpen op ‘auditie’ bij Jan van der Does en de personeelschef en de secretaresse van de heer Van der Dool, Jeanette (een ‘tüchtige Dame) Er zaten ongeveer twintig kandidaten in de wachtkamer, net alsof je bij de tandarts was. Tijdens het gesprek kwam ik er pas achter dat het om een Decorontwerper ging, ik had daar eigenlijk nog nooit over nagedacht, dat dat bestond! Maar ik zei ad rem dat ik dat altijd al had willen worden, maar dat daar geen opleiding in Nederland voor bestond. Ze gaven ze mij een bloknote met gelinieerd papier en een potloodje en werd ik in een kamertje gelaten met de opdracht een decor te ontwerpen voor een muzikaal combo met een zangeres. Je weet dat het gladde papier en een HB potlood nu niet bepaald ideaal zijn om iets behoorlijks te tekenen maar, met het zweet in mijn handen ben ik toch maar gaan krassen. Een uur later werd ik weer opgehaald en ik kon gaan.

Twee maanden later, het was inmiddels augustus, had ik nog niets gehoord dus ik belde maar eens op of ik nog een kans maakte. Nadat ik diverse malen was doorverbonden kreeg ik Jan van der Does aan de telefoon, die verbaasd reageerde op mijn vraag, ja, ik was aangenomen en ik moest me al de volgende week, 1 september melden! Dat kon niet want ik moest nog een freelance opdracht van het ICEM comité afmaken, een maand later stapte ik dus die villa in de Emmastraat binnen. Oh, dat kwam slecht uit want Van der Does moest naar een bespreking. Ik werd naar zolder gestuurd waar Gerard Buurman van de Maquette afdeling mij opving. Hij gaf me een stapel afgebrande lucifers en ‘ga maar wat in elkaar zetten’. Kort daarop kreeg ik de opdracht om een tentoonstelling te ontwerpen, waar geen van de andere ontwerpers zin in had. Het was voor een tentoonstelling over de radio-geschiedenis van de VARA naar aanleiding van 40-jarig bestaan. Die tekening heb ik bewaard. Mijn eerste ontwerp op dat ongelukkige doorzichtige papier, het was mijn eerste succesje, ik werd goedgekeurd.

VARA tentoonstelling, oktober 1964, Freek Biesiot. © Beeld en Geluid

VARA tentoonstelling, oktober 1965, Freek Biesiot. © Beeld en Geluid

Van Arnold Kroon, toen nog assistent/tekenaar, heb ik eigenlijk het vak geleerd. Hij was decor-timmerman geweest en een bijzonder goede constructeur. Als net afgestudeerd grafisch ontwerper wist ik niets van ruimtelijk ontwerpen en nog minder van bouwconstructies. Ik maakte een tekening en Arnold maakte er dan een uitvoerbaar decor van, alles in goed overleg. Massimo Götz was eigenlijk aangewezen als mijn “mentor”, maar die had niet zo veel tijd voor om zo’n joch op te leiden. Massimo gaf mij een oefenopdracht om een decor te ontwerpen voor een opera van Mozart. Dus ik aan de gang met allerlei Rococo ornamenten. Peter Zwart kwam de kamer binnenlopen en vroeg met barse stem wie ik was en wat ik aan het doen was. “Zo, zo,” zei hij: “denk jij dat dat Rococo is? Massimo stuur die man naar de stijlkamers in Utrecht!” Met schade en schande leerde ik het vak.

Ook je verhaal over je sollicitatie of eerste werkdag delen op het blog? Mail of bel je verhaal door aan Liselotte.

Ronald van den Bersselaar in China

De laatste show is net geweest, maar grote kans dat je het niet gezien hebt. Ronald van den Bersselaar heeft de afgelopen maanden samen met Martijn Beverwijk en Bas van der Poel een ‘monsterproductie’ gedaan voor Hunan TV, het op een na grootste tv-station in China. Hoe is het om een decor te ontwerpen in China? Ik belde hem en feliciteerde hem natuurlijk ook met de Emmy die John de Mol voor The Voice in ontvangst mocht nemen.

The Voice 2012

The Voice of Holland 2012 Battle- ontwerp: Ronald van den Bersselaar, regie: Sander Vahle, producent: Talpa. Fotograaf: Sander Stoepker

Hij vertelt over de telefoon over de evolutie van dat decor: “Toen Talpa het concept internationaal ging uitrollen, kwam er een productieboek, maar zonder al te stringente eisen wat betreft het decor. Er was, vond John de Mol, nog ruimte voor verbetering. Hij vond het nog iets te chique, het mocht wel wat meer rock ‘n roll worden. In de Amerikaanse, Duitse, Engelse en andere versies zie je zeker enige verwantschap: de ellips, de zwarte vloeren, rode lijnen en de handen. Maar daarnaast drukte elke nieuwe ontwerper er zijn stempel op. In Engeland bijvoorbeeld zaten er LED-lijnen in de vloer, dat was fantastisch. Ik heb een analyse gemaakt van al die verschillende versies, daar mijn eigen ervaringen aan toegevoegd sinds mijn eerste decor voor The Voice en uit die kruisbestuiving komt het huidige decor. Je krijgt niet vaak de kans om op deze manier je werk te perfectioneren. Een producent kan ook beslissen dat het bestaande decor nog wel drie seizoenen mee kan, maar John de Mol wilde dat niet. Hij wilde de ultieme restyling. Het decor wat er nu staat beschouw ik als een van mijn beste betere projecten.”

“John de Mol zei volgens mij altijd: “Televisie maken gaat over details.” Dat heb ik bij de ontwikkeling van Superboy voor Hunan TV in China vaak aangehaald.” Deze grote klus is van begint tot eind begeleid door Martijn Beverwijk die in China als een spin in het web de ontwerpen van Van den Bersselaar en lichtontwerper Bas van der Poel overlegt met de aannemer en de producent. Van den Bersselaar gaat drie keer een week naar China, voor de pitch, voor de eerste shows en bij een groot changement voor de finales.

Superboy 2013 (repetitie)

Repetie van Superboy 2013 – decorontwerp: Ronald van den Bersselaar, lichtontwerp: Bas van der Poel, technische productie en algele coördinatie: Martijn Beverwijk

De productiemaatschappij kiest na de pitch in april 2013 voor het Nederlandse team en heeft uitdrukkelijk de bedoeling om te kunnen leren van het proces. “Dat werd ons ook echt zo gevraagd, of we ook commentaar wilden geven op eerdere shows. Er waren wel wat punten die voor verbetering vatbaar waren, de aandacht voor details met name. Dat er geen lege koffiebekertjes of lelijke plakbandjes in beeld zijn, dat er niet een orkestlid half onder de passerelle uitsteekt. Dat gold ook voor de techniek. Hoewel China de grootste producent is van LED licht, was er geen expertise om het volgens onze normen toe te passen. We moesten voor de 600 vierkante meter videowall in het decor een computer uit Korea laten komen en een operator uit Shanghai. Uiteindelijk zijn we zeer trots op het resultaat, ik denk wel dat we op het gebied van decor, licht en ‘shading’ het programma naar een hoger plan hebben getild. Dat was in ieder geval wel de reactie uit de Chinese sociale media. De kijkers merkten op dat het anders was, de woorden ‘bright’ en ‘shiny’ kwamen vaak voorbij op WeChat.”

Communiceren met Chinezen is niet gemakkelijk vertelt Van den Bersselaar: “Als ik heel eerlijk ben, was ik niet goed voorbereid op werken in China. We hadden hele goed tolken daar lag het niet aan, het is een cultuurverschil. Iedereen die wel eens zaken met Chinezen heeft gedaan zal het herkennen, ze zeggen geen ‘nee’. Dus als ze het ontwerp niets vinden, hoor je met veel omwegen misschien “we have a suggestion”. Dat was in de ontwerpfase lastig om aan te wennen. Je realiseert je dan pas hoe prettig het werkt in Europese productiehuizen als Talpa, daar zijn de lijnen kort en de discussies helder.”

Superboy schetsen 2013 - Ronald van den Bersselaar

Decorschetsen voor Superboy 2013 – Ontwerp: Ronald van den Bersselaar

En er zijn nog veel meer verschillen:”Tijdens een werkbezoek aan de studio merkten we dat ze in China niet zo’n positie hebben als bij ons de regisseur heeft. Dus ik kon niet, zoals ik in Nederland gewend ben, in de ontwerpfase met de regisseur sparren. Er is wel een schakeltechnicus, maar er wordt niet van te voren gescript op shots en de productie beslist wat geschakeld wordt. Dat merk je wel als je het op televisie ziet. Los van dat is de dynamiek heel anders, er wordt in Superboy heel erg lang gepraat, zeker voor een muziekshow. Dat valt natuurlijk extra op omdat je er niets van verstaat.”

de invloed van de Chinese overheid is groot vertelt Van den Bersselaar: “Net als de meeste andere Chinese bedrijven bezit de staat ongeveer een derde van de aandelen van Hunan TV. Tussen 2009 en 2013 werd Superboy verboden, het was te populair. Nu mochten ze weer een serie maken, maar onder voorwaarde dat het minstens een half uur na de show van de concurrent op CCTV zou beginnen. Niet echt goed voor de kijkcijfers dus. Overigens zijn buiten Superboy en de talentenshow op CCTV alle andere talentenjachten per decreet verboden. Daarnaast was de organisatie erg bureaucratisch, alles moest over heel veel schijven en vooral de oudere garde vond het niet altijd nodig wat wij wilden veranderen. Die zaten hun tijd wel uit. Aan de andere kant waren er ook veel hele enthousiaste televisiemakers die onze know-how erg konden waarderen. Misschien worden we nog eens terug gevraagd, de vooruitzichten zijn gunstig, dus wie weet.”

Meer:
Van den Bersselaar plaats veel ontwerpen en foto’s van zijn decors op zijn Facebookpagina en website BEEO.nl, ‘liken’ en ‘bookmarken’ dus!

Opbouw The Voice of Holland 2013, het filmpje is gemaakt door Sightline.

Jan van der Does: Kennisuitwisseling met de BBC

In de beginjaren van de Nederlandse Televisie Stichting zijn er regelmatig contacten met de collega’s van de BBC. De BBC heeft een voorsprong van enkele jaren op de NTS, maar doen heel graag aan internationale samenwerking en kennisuitwisseling, zoals ze dat diplomatiek noemen. Peter Zwart heeft vermoedelijk de eerste contacten gelegd. Uit de correspondentie in het privé-archief van Jan van der Does blijkt dat Zwart in ieder geval al in 1953 op bezoek is geweest in London waar hij Alfred Wurmser, freelance grafisch ontwerper heeft ontmoet en zeer waarschijnlijk ook Richard Levin, hoofd van de BBC-afdeling Design.

Van der Does wordt niet lang na zijn aanstelling als grafisch ontwerper bij de NTS op werkbezoek gestuurd naar de BBC. Zwart regelt ook een bezoek aan Wurmser. Deze man maakt voor de BBC de naar hem genoemde “wurmseries”, infographics die geheel mechanisch werken zodat ze direct live voor de camera uitgevoerd kunnen worden, zoals in het onderstaande filmpje goed te zien is.

Van der Does maakt in Londen kennis met allerlei nieuwe, betere en snellere apparatuur. Hij wordt rondgeleid over de grafische afdelingen, de fotografische zetstudio, de nieuwbouw, de decorbouwhal en de afdeling special effects. Zijn indrukken beschrijft hij in aantekeningen en in een uitgebreid officieel rapport. Het archief van Van der Does bevat naast dit verslag ook de correspondentie voorafgaand aan en voortkomend uit dit werkbezoek. Deze bronnen geven zodoende een goed beeld van de kennisuitwisseling tussen de NTS en haar grote broer.

6-7-1956: Brief van Peter Zwart aan Alfred Wurmser
Peter Zwart schrijft dat hij drie jaar eerder op bezoek was bij Wurmser: “Perhaps you have forgotten me, but I have not forgotten you. […] We over here in the Netherlands’ Television Design Department often talk about you and your very beautiful and interesting animations.” Hij vertelt dat Van der Does bij de BCC op bezoek gaat en hoopt dat Wurmser hem ook wil ontvangen.

13-7-1956: Brief van C.H. Booty aan Mr. van den Dool
De ‘European Liaison Officer’ van de BBC laat aan Arie van den Dool, de baas van Peter Zwart, weten dat Van der Does op donderdag 2 augustus om 14.30 verwacht wordt bij Richard Levin in het Television Centre, Wood Lane, W.11.

14-8-1956: Officieel rapport van bezoek op 2-8-1956
In het rapport is te lezen dat Jan der Does op 2 augustus 1956 om 14.30 ontvangen is door Levin. Na een kort formeel gesprek, neemt grafisch ontwerper John Sewell Van der Does mee naar de grafisch afdeling. Ze beginnen bij de fotografische afdeling. Men gebruikt fotografie om illustraties op elk gewenst formaat te vergroten, zodat ze ook gemakkelijk toe te passen zijn in decors. Op de fotografische afdeling krijgt Van der Does een demonstratie hoe men met letters uit een letterbak (met “vier zeer moderne lettertypen”) titelbeelden maakt. De letters zijn wit gemaakt en het letterblok zwart. Zo zet men tekst die vervolgens op een tructafel fotografeert wordt.

In Bussum bestaat de titelafdeling alleen uit Cor Hermeler en Van der Does, maar in London bestaat de grafische afdeling naast de fotografische zetters uit nog een onderafdeling die zich uitsluitend met ‘handlettering’ bezig houdt. Van der Does ziet hier twaalf man die in rap tempo bezig zijn met het maken van “titelrollen en decoratieve bordjes” en herinnert zich nu nog dat er tussen de tafeltjes een jongen voortdurend heen en weer liep om kaarten op te halen. Er zijn op deze afdeling medewerkers die daar al tien jaar werken: “Een blik op de resultaten die door hun hand waren ontstaan, leerde mij dat de routine en interesse in vele lettertypen tot fantastische resultaten leiden en mensen kweekt die met hun kostbare instrumenten, d.w.z. hun handen, van onschatbare waarde worden.”

Op deze afdeling ziet Van der Does de kleine Masseely drukpers in werking die volgens de BBC-ontwerpers gemakkelijk te bedienen is en uitstekend voldoet voor het maken van “zakelijke, pretentieloze en door omstandigheden verlate aankondigingen”. Het lijkt hem economisch verstandig om de Masseeley op korte termijn voor de NTS aan te schaffen hoewel hij artistiek gezien de fotografische methode prefereert, vooral omdat deze ook voor decorwerk ingezet kan worden.

Na een “gezellige tea” maakt van Der Does kennis met decorontwerper Mr. Bewell(?) die hem rondleidt door de decorwerkplaatsen. Van der Does schrijft: “Een enorme hoeveelheid sets, trappen en wonderlijk gevormde decorstukken stonden hier opgesteld, zowel voorzien van kleur als in grijstinten uitgevoerd. Het geraas van machines overstemde het geroep van de verschillende ambachtslieden, kortom er heerste een bedrijvigheid van jewelste.” Bewell legt de planning van decors uit en vertelt dat hij in Amsterdam verschillende decors heeft verzorgd in Carré en Tuschinski.

Ten slotte brengt Bewell Van der Does via de cirkelvormige bouwput waar de nieuwe BBC controlekamer en studio’s gebouwd worden, naar de afdeling Special Effects waar Bernard Wilkie en Jack Kine de leiding hebben over een groep van zo’n zes man. “Het was een wonderlijke ruimte […] omdat artisticiteit en techniek hier hand in hand gingen”, schrijft Van der Does. Hij constateert tot zijn genoegen dat aantal technieken die hij hier ziet ook al bij de NTS in gebruik zijn. Zo ver loopt de NTS gelukkig niet achter. Verder maken Wilkie en Kine “rookgordijnen, voortstuwende raketten” en een “speciaal ‘wipe’-apparaat voor het snel doen verwisselen van losse tekstkaarten.” Van der Does heeft zelf al een ‘wipe’-apparaat geconstrueerd, maar de door hem gebruikte spiegels zijn inferieur aan wat hij hier ziet. Wilkie belooft de naam van de leverancier na te sturen. Van der Does mag ook een kijkje nemen in de Lime Grove Studio waar hij de animations van de afdeling Special Effects in werking ziet.

Over dit bezoek schrijft hij: “De studio zelf deed mij denken aan een oud pakhuis met welke ruimte echter nog gewoekerd moest worden, tenminste, de geluiddempende platen hingen als grauwe vervelde stukken aan wanden en plafond en ik kreeg onmiddellijk een associatie met de oude Irene Studio, die ook op vele plaatsten zo licht ontvlambaar bleek te zijn geweest, maar tussen die grauwe wanden werkte men met belichtings- en camera-apparatuur, waarvan ik na een kleine vergelijking met ons eigen materiaal (als leek) toch moest concluderen dat hier in de loop der jaren veel aan de praktijk was getoetst.”

Het "onding' van de NTS in het depot van Beeld en Geluid

Het NTS titelapparaat in het depot van Beeld en Geluid. Een ‘onding’ volgens regisseurs c.q. inspeciënten.

In de studio ziet Van der Does ook het titelrolapparaat wat de BBC gebruikt op titelrollen op af te draaien en constateert dat “het titelapparaat wat op het ogenblik bij ons nog dienst doet, totaal verouderd is en door vele regisseurs c.q. inspeciënten als ‘onding’ wordt betiteld.” Omdat hij hen gelijk moet geven, hoopt hij dat deze machine door de NTS aangekocht of vervaardigd kan worden.

De uitsmijter van het bezoek is het laatste snufje van de afdeling Special Effects: een pistool met een vloeibare rubber die langs een propeller geschoten wordt en dan een “goed gelijkend” spinnenweb vormt.

Augustus 1956: Verslag bezoek aan Alfred Wurmser
Van der Does schrijft in zijn verslag over dit bezoek hoe de captions werken (met klemmen, blokjes, schuifjes en splitpennen), hoe groot ze zijn (20,5 x 20 met beelduitsnede 16,12 x…), hoeveel grijstinten Wurmser gebruikt (vijf), hoe de belichting gedaan wordt (m.b.v. een scharnierend raam met glasplaat), en wat je moet doen als randjes omkrullen (zwart gaas er over heen spannen), het soort karton dat gebruikt moet worden (“dun, maar bijzonder taai en sterk”). Ten slotte schrijft hij: “Het systeem met de glasplaat is niet alleen van toepassing bij animations, doch kan ook worden gebruikt met behulp van een spiegel als spiekapparaat voor een omroeper of redenaar, die dan zonder bezwaar kijkend in de lens van de camera toch de tekst kan zien.”

Schets van een 'spiekapparaat' (auto-cue). Privé-archief Jan van der Does

Schets van een ‘spiekapparaat’ (auto-cue). Privé-archief Jan van der Does

8-8-1956: Brief over ‘optical glassware’
Wilkie en Kine sturen het adres van een leverancier waar spiegels en glas besteld kan worden dat geschikt is voor speciale effecten.

Privé-archief Jan van der Does

Privé-archief Jan van der Does

13-8-1956: Conceptversie van een bedankbrief aan Wilkie en Kine
Van der Does bedankt Wilkie en Kine: “Het is voor mij bijzonder prettig van u zulk een enthousiaste aanmoediging tot internationale samenwerking te horen. Wij werken hier met animo, maar is toch erg aardig dat we van onze grote broer, de BBC, gelegenheid krijgen een klein beetje mee te delen van de zesjarige voorsprong die onze grote broer heeft.” Van der Does vraagt om meer informatie over het automatische titelrolapparaat en de ‘wipe’. “Wellicht zoudt u een schetsje kunnen maken betreffende de stand van de spiegels en de wijze van verwisselen. Een kleine vingerwijzing is reeds voldoende”. Vermoedelijk stuurt Van der Does ook een eigen schets mee van het ‘wipe’-apparaat waar hij zelf aan werkt.

22-8-1956: Antwoord van Wilkie over ‘wipe’-apparaat
Wilkie stuurt een beschrijving, een tekening en foto’s mee van de machine die de BBC gebruikt voor het maken van beeldwissels met een camera en twee spiegels.

This slideshow requires JavaScript.

24-11-1956: Brief aan Wilkie over de ‘title-crawler’
Van der Does kan vanwege militaire training pas twee maanden later antwoorden. Hij schrijft Wilkie dat zijn ‘wipe’-apparaat in vergevorderde staat is. Hij vraagt ook om meer informatie over de ‘crawl title device’ die hij tijdens zijn werkbezoek zag staan in de Lime Grove Studio’s en noemt nog eens de tekortkomingen van het oude titelrolapparaat van de NTS wat nog stamt uit de experimentele periode.

Kerst 1957: Very best wishes from Scenic Effects

This slideshow requires JavaScript.

21-1-1957: Tweede brief aan Wilkie over de ‘title-crawler’
Jan van der Does bedankt voor de kerstkaart en wenst zijn Engelse collega’s een “very happy and prosperous 1957”. Er is bij de NTS al het een en ander in werking gezet om de titelrolmachine na bouwen, maar Van der Does vraagt of er nog detailtekeningen van bestaan. Eind januari vertrekt er weer iemand van de NTS naar London die eventuele de daarvoor gemaakte kosten kan komen betalen.

22-1-1957: Foto’s van de ‘title-crawler’
Wilkie stuurt meer informatie over de ‘Caption Machine’. Deze is niet door de BBC gemaakt en Wilkie kan dus geen detailtekeningen leveren, maar hij stuurt wel twaalf foto’s mee.

This slideshow requires JavaScript.

19-3-1957: Instructies van Hill Bros. Ltd. t.a.v gebruik van de Masseeley hotpress
Meneer C.H. Hill schrijft aan Arie van den Dool dat hij blij is dat de Masseeley hotpress veilig is aangekomen. Hij legt de methode, die “extremely simple” is, in tien stappen uit.

masseeley

Meer informatie:

Jan van der Does: animations en special effects in de jaren vijftig

De afgelopen zomer is het onderzoek naar vijftig jaar televisiedecor van start gegaan met de registratie en digitalisering van het archief van Freek Biesiot. Daarvan heb ik hier al het een en ander laten zien. Hoewel dat archiveringsproject nog niet afgerond is, ben ik ook al bezig met het archief van een andere decorontwerper: Jan van der Does. Er komen bijzonder dingen naar boven waarvan ik hier al een kleine ‘preview’ geef.

Jan van der Does in de Emmatraat, Hilversum. Foto uit de TeleVisier van 5-5-1962. (Archief Jan van der Does)

Jan van der Does in de Emmatraat, Hilversum. Foto uit de TeleVizier van 5-5-1962. (Archief Jan van der Does)

Van der Does is in 1953 of 1954 aangenomen door Peter Zwart en Fokke Duetz. Deze twee ontwerpers van het eerste uur werken rond de klok om aan alle verzoeken van programmamakers voldoen. Maar met de toename van het aantal programma’s wordt vooral het grafisch werk ze te veel. Dat moet immers allemaal met de hand gebeuren. Met name het kalligraferen van de namen van alle programmamedewerkers op de titelrollen is een tijdverslindende bezigheid. Zodoende wordt Van der Does, afgestudeerd in de richtingen grafisch ontwerp en reclame, aangenomen. Niet veel later komt ook Cor Hermeler die eerst achterdoeken schildert bij de NTS, als graficus werken in het hoekhuis vlakbij Studio Irene waar de afdeling Ontwerp gevestigd is.

Op de stempel op dit formulier uit 1956 is de tweedeling "decor" en "titel" al te zien.

Op de stempel op dit formulier uit 1956 is de tweedeling “decor” en “titel” al te zien.

Het kalligraferen en illustreren van titelrollen neemt veel tijd in beslag. Daarnaast krijgen Van der Does en Hermeler regelmatig opdrachten voor animations en speciale effecten. Een aantal van dat soort opdrachten uit deze grafische periode heeft Van der Does bewaard. Het zijn werkrapporten en ontwerpschetsen voor leaders, bijzondere beeldovergangen of bewegende infographics. De animaties en speciale effecten komen mechanisch tot stand met behulp van papier, splitpennen, papieren schuifjes, doorzichtige platen, draaitrommels, mechano, spiegels en alle andere mogelijke hulpmiddelen. Soms wordt een leader of trucage op film opgenomen, maar zelfs in die gevallen gaat het om zogenaamde live-animaties, bewegingen die in ‘real-time’ voor de camera gerealiseerd worden. Voor het maken van ‘echte’ animatie, beeldje voor beeldje opgenomen, is weinig tijd en weinig geld. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit een afgekeurd ontwerp voor een leader voor een NCRV programma getiteld Mijn hobby(1958): “Na beoordeling v. ontwerp mocht het een en ander i.v.m. te hoge kosten geen doorgang vinden”, staat er op het werkrapport.

This slideshow requires JavaScript.

Van der Does kijkt met veel plezier terug op deze pioniersperiode: “Ik begon in een bedrijf en een vak dat nog helemaal ontwikkeld moest worden. Ik was jong en had nog geen verplichtingen die me van het werk afhielden, ik wilde me er helemaal aan geven. Iedereen stond er op die manier in, er heerste een hele enthousiaste mentaliteit.” Er wordt veel gepionierd, maar Van der Does kan ook voortbouwen op ervaring van zijn buitenlandse collega’s. In een klein notitieblokje met schetsjes voor bewegende grafiek staan bijvoorbeeld de titels van twee Duitse boekjes over tructitels geschreven: Der Titel im Amateurfilm van Hellmuth Lange en Titeltechnik van F. Lullack. En in 1956 gaat Van der Does op werkbezoek bij de BBC.

This slideshow requires JavaScript.

Van de ontwerpen en schetsjes uit de periode dat Van der Does grafisch ontwerper is, is maar heel weinig bewegend beeld bewaard gebleven. Een van de bekendste leaders van Van der Does is die voor de science-fiction kinderserie Morgen gebeurt het (hier te zien) is gelukkig wel bewaard!

Het archief van Van der Does bevat nog veel meer interessant materiaal, uiteraard ook over de afdeling Decorontwerp waar hij tussen 1962 en 1974 leiding aan gaf. Daarover later meer…

Hoeken, nissen en schuine wanden

VPRO gids-34-2013

Elja Looijestijn, “Waar is de slaapkamer? Fictiehuizen uit film en tv” in de VPRO gids # 34, 2013, p. 14-15.

Iñaki Aliste Lizarralde doet ongeveer het omgekeerde van wat een decorontwerper doet. Hij reconstrueert op basis van vele uren televisiekijken de huizen uit populaire series als Dexter, Friends en Frasier. Soms klopt er iets niet, een toilet is verplaatst of er komt ineens een extra entree bij (Dexter). In sommige sets zijn de hoeken van de muren groter dan 90 graden zodat in een kleine ruimte toch genoeg plaats is voor alle meubels en acteurs. Iets anders wat Lizzarralde is opgevallen:  veel sets zijn gebouwd in trapeziumvorm. Een vorm die in de architectuur niet erg vaak gebruikt wordt voor woningen, maar op de televisie dus wel. Het appartement van Frasier (te zien via deze link) is daar een duidelijk voorbeeld van. Maar Lizzarralde negeert die die televisie- en theatertrucs en probeert er min of meer normale appartementen van te tekenen. Het verschil is goed te zien in de twee versies van Jerry Seinsfeld’s flatje (te zien via deze link).

In het oeuvre van Freek Biesiot is een heel mooi voorbeeld waar hij bovenstaande principes toepast: het huis van de familie Van Egters voor de speelfilm De Avonden van regisseur Rudolf van den Berg uit 1989. Zoals je op de plattegrond en in de schetsen ziet, bestaat het uit veel schuine wanden en hoeken. Zeker in de woonkamer is er nauwelijks een leeg stukje muur te zien en in elk shot zijn zodoende hoeken in beeld. Dan zijn er nog overal tafeltjes, kastjes, ramen, lampen en deuren. Het wordt zo een beklemmende ruimte waarin Frits van Egters opgesloten zit en waar de familieleden altijd net té dicht op elkaar zitten. Mooi is ook het overdreven perspectief in de schetsen wat dat gevoel nog eens onderstreept, maar tegelijkertijd genoeg ruimte overlaat voor camera’s en acteurs.

This slideshow requires JavaScript.

 

Nieuw werk van Jaap Drupsteen

Als hij zo doorgaat haalt Jaap Drupsteen gemakkelijk zijn vijftig-jarig jubileum als werkzaam ontwerper. Dat is namelijk volgend jaar al en hij is nog lang niet klaar met zijn zoektocht naar de perfecte symbiose van geluid, beeld en ruimte. Zaterdag 31 augustus presenteert hij zijn nieuwste werk in de bunker op de NDSM werf tijdens technofestival Voltt. Het gaat om de première van CYCLIC D.E.P.O.T., een samenwerkingsverband met lichtontwerper Bob Roijen en programmeur Matthijs Kneppers.

cyclic depot

Mist

Decorschets van Fokke Duetz voor Eiland in de mist, VARA, 27-6-1956

Foto bij artikel 'Mist maken vat niet mee voor TV' in De Telegraaf van 27-06-1956

Foto bij artikel ‘Mist maken vat niet mee voor TV’ in De Telegraaf van 27-06-1956

Op decorschetsen staat meestal wel een signatuur, titel en een datum. Het lijkt een makkie om zo een tekening aan een uitzending te koppelen, maar toch valt dat niet altijd mee. De titel kan bijvoorbeeld tussen de eerste sfeerschetsen en de uitzending nog veranderen. De datum geeft meer zekerheid, dat is meestal de opnamedatum. Zeker in de jaren vijftig kan je er vanuit gaan dat de opname en uitzenddata gelijk zijn, programma’s werden toen immers live uitgezonden. Zodoende is met behulp van krantenrecensies (online te raadplegen in het archief van historische kranten van de Koninklijke Bibliotheek) of oude omroepgidsen meestal wel te achterhalen wat de uiteindelijke titel van het programma was. Over bovenstaande productie met de werktitel A long Journey is gelukkig veel geschreven. Niet omdat de uitzending nu zo bijzonder was, maar vooral omdat de regisseur van deze thriller, Willy van Hemert, de uitzending gebruikte voor ‘mistproeven’. De dag voor de uitzending repeteerde Anny de Lange en Ton van Duinhoven hun rollen en experimenteerde Van Hemert en de cameramannen met mist. Eerst hingen ze engelenhaar voor de camera. Ook een glasplaat met rookaanslag leverde niet het gewenste effect. Er was zelfs een stellage om de camera’s heen gebouwd waar doorzichtige vitrage aan hing. Het beste resultaat kwam van een dia met mistpatroon die in een houten omkisting om de camera zat (te zien op de foto hiernaast).

duetzIn de Beeldengeluidwiki.nl vind je nog veel meer mooie potloodschetsen en aquarellen van Fokke Duetz uit de jaren vijftig en jaren zeventig uit de collectie van Beeld en Geluid. Bekijk de gallery HIER.

Televisie als kunstvorm

Nelleke Noordervliet liet in Zomergasten (VPRO, 4-8-2013) een fragment zien over haar zwager, televisieregisseur Rob Touber. Touber was een van de regisseurs die “de techniek van de televisie te gebruikten als een nieuwe vorm van kunst.” Dat resulteerde in veel mooie en spectaculaire shows, waarvan sommige ook inhoudelijk erg prikkelend waren, zoals De grote Gerard Reve show (NOS, 1974). Stefan Felsenthal, Chef Culturele Programma’s NOS-televisie, stelde in de documentaire over Touber (Televisie tot de dood erop volgt van Ruud van Gessel, 2005) dat er een periode was van een paar jaar waarin “alles kon”.

De vraag is dan: hoe ontstond die situatie waarin “alles kon”? Ligt dat aan de technische ontwikkelingen bij de televisie, de mate van vrijheid in het productieproces, maatschappelijke ontwikkelingen, de chemie tussen decorontwerper en regisseur? Maar ook de rol van personen zoals Felsenthal moet niet onderschat worden. Het is van belang om te onderzoeken hoe die creatieve hoogconjunctuur precies tot stand kwam en misschien komen we er dan ook achter waarom we nu zo weinig van dat soort prikkelende programma’s op televisie zien.

Televisie werd in de periodes die Felsenthal bedoelde niet alleen gebruikt als kunstvorm, het was ook een ontmoetingsplaats. En ook die functie van televisie is verdwenen, stelde Noordervliet: “Toen keek iedereen naar hetzelfde net. Dus als je de nette burgerij wilde pakken dan kon je op dat net een programma maken dat de nette burgerij pakte. (…) Het is nu allemaal uit elkaar gehaald. We komen elkaar op de televisie niet meer tegen.”

Nu was de Gerard Reve show echt controversieel, maar Touber regisseerde ook een groot aantal shows die vooral erg mooi waren en daardoor veel lof oogsten. Freek Biesiot werkte een aantal keer samen met Touber. Hieronder een kleine afspiegeling uit zijn archief van het resultaat van die samenwerking.

Tomorrows People
VPRO, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata: 25 t/m 28 maart 1968. Uitzenddatum 16 mei 1968.

Met Rob de Nijs, Ida Bons en dansgroep Tomorrows People (Nanda Hoving, Suze Broks en Lyn Wolseley). Het decor bestaat uit grote vrouwenhoofden, in één ervan is een podium gemaakt waar de zangers in konden staan of zitten, uit een ander hoofd kwamen lichtgevende sprieten. Helaas zijn van dit programma geen opnames bewaard.

This slideshow requires JavaScript.

Roosje zag een knaapje staan (1)
TROS, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata 2 en 3 september 1969. Uitzenddatum 9 oktober 1969.

Rosita Bloom won in 1969 de AVRO-zangwedstrijd A star is born. Haar eerste televisieshow bij de AVRO -de prijs voor het winnen van de talentenjacht- was door productionele chaos geen succes. Rob Touber onderhandelde eind 1969 met de TROS over een serie rond zanger René Frank, maar ze kwamen er niet uit. Zo ontstond een opening voor Rosita Bloom. Het moest allemaal een beetje gehaast gebeuren -de werktitel op de decortekeningen luidt nog “René Frank”- maar Bloom, Touber en de tv-recensenten waren tevreden met het resultaat. Door een merkwaardig toeval werd de show van het beginnende zangeresje tegelijkertijd uitgezonden met een andere Touber-show met Adèle Bloemendaal op Nederland 1 bij de VPRO (Aaah, met decorontwerp door Roland de Groot). Ook de dansgroep Tomorrows People trad in beide shows op. Het decor van Biesiot bestaat uit een bewegende constructie in de vorm van twee halve cirkels die op twee manieren opgebouwd kon worden: met golven en met staken met spiegeltjes erop. Lastig uit te leggen, je zou het eigenlijk in werking moeten zien. Maar helaas, het bewegend beeld is er niet meer.

This slideshow requires JavaScript.

Roosje zag een knaapje staan (3)
TROS, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata 19 en 20 januari 1970. Uitzenddatum 29 januari 1970.

Rob Touber maakt na de show in oktober 1969 nog drie shows met Rosita Bloom. De regisseur ziet duidelijk talent in Bloom, hij produceert haar eerste (en laatste?) elpee en noemt haar in een interview in Het vrije volk “de liefste meid die ik ooit in de wereld van de showbusiness ben tegengekomen”. In deze drie shows treedt ze op met een gast. In deze show zingt ze samen met een kinderkoor. Volgens Touber moest het decor echter niet te schattig zijn, het mocht wel een beetje luguber. De hang- en zetstukken die Biesiot hiervoor ontwierp, zien er in het volle licht nog als lieflijke illustraties uit, maar als het licht dimt… Ook hier geldt weer dat er geen opnames meer zijn.

This slideshow requires JavaScript.

Gerard Cox show
VPRO, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata 13 en 14 april 1970. Uitzenddatum 4 juni 1970.

Één televisierecencent schrijft over deze show: “Als ik nog een Nipkow-schijfje had, zou ik hem onmiddellijk aan Gerard Cox geven. Met een super-speciale vermelding voor Rob Touber.” De recensent is zo onder de indruk dat hij er geen woorden voor heeft: “Geweldige liedjes, geweldig gezongen, geweldige regie, geweldige decors.” Ook bij De Tijd is men lovend over Toubers gebruik van kleur en trucages. Cox zingt zo’n zeven liederen die elk in een eigen vormgeving op het scherm komen. Biesiot ontwierp een set grote raderen waarin Cox door The Helen Leclerq Dancers rondgedraaid wordt. Het zou een mooie set kunnen zijn bij het nummer ‘Emancipatie’ dat in het programma gezongen zou worden volgens de aankondigingen. Verder zien we Cox tussen grote banen met foto’s van soldaten, misschien hoorde die set bij het lied ‘Drie eskadrons’ van Jaap van der Merwe? En dan was er het nummer ‘Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur’ dat bij de recensenten opviel vanwege de tekst, maar vooral ook door de hulp die Cox hier kreeg van vier topless ‘Sweethearts’ op een paard. Verder zong Cox: ‘I’ll never fall in love again’, Monarchie’ en ‘Zij was knetter’. Maar welke nummers bij welke sets horen, is een beetje gokken. want de opnames zijn er natuurlijk niet meer.

This slideshow requires JavaScript.

De wereld slaapt

© Beeld en Geluid

© Beeld en Geluid

© Beeld en Geluid

© Beeld en Geluid

Jos van Grieken, grafisch ontwerper bij de Nederlandse televisie (tot 1980) tekende een slapend wereldbolletje aan het strand. Als de toneelmeester de schuifjes en het ijzerdraadje bewoog dan dreven de wolkjes, kabbelde de zee en knikkebolde het figuurtje. Het is niet meer te achterhalen in welke context of in welk programma deze plaat gebruikt werd. Maar eigenlijk is dat ook wel leuk, nu mag je zelf verzinnen wat het betekent.

Nog meer ontwerpen van Jos van Grieken uit de collectie van Beeld en Geluid zijn te zien in de Beeldengeluidwiki.nl via deze link: Gallery: Jos van Grieken. En ergens zit dit zelfportret (rechts) verstopt. Goed zoeken!